Tellen tot 10
Tellen tot 10
Open met de vertrouwde wereld van de kleuters: samen tellen, dingen aanwijzen en kijken naar hoeveel je ziet.
Dit ga ik leren
Ik kan tot 10 tellen en getalbeelden tot en met 10 herkennen en benoemen.
This item has no instructions
Welke getallen ken jij al?
Laat kinderen losse getallen, telwoorden of woorden zoals vingers of stippen noemen. Gebruik de antwoorden als start van het gesprek.
De telrij
We tellen in volgorde.
1, 2, 3, 4, 5
6, 7, 8, 9, 10
Spreek de telrij rustig uit en laat kinderen meezeggen. Leg de nadruk op de vaste volgorde van de getallen.
Eén voor één tellen
Wijs elk voorwerp aan.
Zeg bij elk voorwerp één getal.
Het laatste getal zegt hoeveel het zijn.
Dit is het kernidee van synchroon tellen: elk voorwerp krijgt precies één telwoord.
Kleine aantallen tellen
🍎 = 1
🍎🍎 = 2
🍎🍎🍎 = 3
🍎🍎🍎🍎 = 4
🍎🍎🍎🍎🍎 = 5
Gebruik echte voorwerpen of plaatjes. Laat zien dat het aantal groeit als er steeds één bij komt.
Verder tellen
6 is vijf en nog 1.
7 is zes en nog 1.
8 is zeven en nog 1.
9 is acht en nog 1.
10 is negen en nog 1.
Houd het concreet met blokjes of kralenrijen. Zo zien kinderen dat grotere aantallen ook stap voor stap opgebouwd worden.
Hoeveel hoort bij welk getal?
3 blokken → getal 3
5 kralen → getal 5
8 ballen → getal 8
Het getal past bij de hoeveelheid.
Noem steeds zowel de hoeveelheid als het cijfer. Zo koppel je tellen aan het juiste getal.
Welk getal komt na 4?
6
5
3
7
Checkt de telrij tot 10 na de eerste reeks slides over tellen en hoeveelheden.
Vul de juiste woorden in
We tellen 1, 2, 3. Bij elk voorwerp zeg je één getal. Het laatste getal zegt hoeveel het zijn.
Herneemt de kernzinnen van de slides: in volgorde tellen, één telwoord per voorwerp, en het laatste getal geeft de hoeveelheid aan.
Het cijfer vertelt hoeveel
Cijfer 1 hoort bij één ding.
Cijfer 4 hoort bij vier dingen.
Cijfer 7 hoort bij zeven dingen.
Cijfer 10 hoort bij tien dingen.
Gebruik de termen 'getal' en 'cijfer' eenvoudig en consequent. Voor deze leeftijd is vooral de koppeling tussen symbool en hoeveelheid belangrijk.
Getalbeelden met vingers
Vingers laten zien hoeveel.
2 vingers is twee.
5 vingers is vijf.
10 vingers is tien.
Vingers zijn een sterk en direct getalbeeld voor kleuters. Laat verschillende manieren zien, zoals 4 op één hand of 2 en 2 verdeeld.
Getalbeelden met stippen
Op een dobbelsteen zie je een aantal stippen.
1 stip is één.
4 stippen is vier.
6 stippen is zes.
Benadruk dat kinderen niet altijd alles één voor één hoeven te tellen; sommige patronen herkennen ze meteen.
Getalbeelden op kaartjes
Een kaartje kan 3 bolletjes laten zien.
Een kaartje kan 5 sterren laten zien.
Een kaartje kan 8 stippen laten zien.
Je zegt het aantal dat je ziet.
Gebruik eenvoudige, rustige kaartjes zonder te veel afleiding. Het doel is snel zien hoeveel erbij hoort.
Zien, tellen en noemen
Je ziet een hoeveelheid.
Je telt of herkent het getalbeeld.
Je noemt het juiste getal.
Zo horen hoeveel, beeld en cijfer bij elkaar.
Dit is de samenvattende brug van de les: hoeveelheid, telwoord en symbool vormen samen één begrip van getal.
Wat laat 5 vingers zien?
vier
zes
vijf
twee
Koppelt het getalbeeld met vingers aan het juiste getal.
Vul de juiste woorden in
Je ziet een hoeveelheid. Je herkent een getalbeeld of je telt. Dan noem je het juiste getal.
Gebaseerd op de samenvattende slide over zien, tellen en noemen.
Wat heb jij geleerd?
Laat kinderen kort zeggen wat zij nu goed kunnen, bijvoorbeeld tot 10 tellen, stippen zien, vingers herkennen of het juiste cijfer noemen.
Wat hielp jou het meest?
Verwachte antwoorden gaan over wat hielp: samen tellen, vingers, stippen, kaartjes, aanwijzen of hardop zeggen. Geen fout antwoord.
Woorden om te kennen
tellen - de getallen op volgorde zeggen
telrij - de rij van 1 tot en met 10
hoeveelheid - hoeveel dingen er zijn
getal - het aantal dat je noemt
cijfer - het teken van een getal
getalbeeld - een beeld dat laat zien hoeveel
stippen - kleine rondjes om een aantal te laten zien
This item has no instructions