KT1 Les 5 M9 Pijn en pijnstillers

Kerntaak 1 theorie





Pijn en pijnstilling
DA3
2025-2026
1 / 18
next
Slide 1: Slide
Anatomie Fysiologie PathologieMBOStudiejaar 3

This lesson contains 18 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Kerntaak 1 theorie





Pijn en pijnstilling
DA3
2025-2026

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Doelen
  • Je kent het verschil tussen acute- en chronische pijn
  • Je kent de verschillende groepen pijnstillers en weet hoe       deze werken in het lichaam

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Definitie van pijn
Wat is het verschil tussen acute- en chronische pijn? 

Noem een voorbeeld van beide. 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Observatie patiënt
Hoe kan een doktersassistent observeren of iemand pijn heeft? 
Ook als de patiënt dit zelf niet direct aangeeft? 

Welke observatie- en meetinstrumenten worden hierbij gebruikt?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Communicatie patiënt
Noem drie open vragen die je aan een patiënt kunt stellen om de pijn goed in kaart te brengen;

Waarom is het belangrijk om door te vragen naar de duur, locatie en intensiteit van de pijn?

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Rol DA
Een patiënt belt de praktijk met ernstige POB-klachten. Welke stappen onderneem je als doktersassistent?

En hoe handel je bij een patiënt die belt met rugpijn die al enkele weken aanhoudt? 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Reflectie
Wat vind je zelf lastig in het omgaan met patiënten die veel pijn ervaren?

Hoe kun je daarin professioneel blijven en toch empathie tonen? 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Geneesmiddelen
Paracetamol

NSAID’s
DMARD’s
Opioïden


Slide 8 - Slide

Kijk in je boek (of apotheek.nl) of je namen van deze geneesmiddelen vind die je herkent
Kan je ook vinden hoe ze werken?

Paracetamol 
Paracetamol is eerste keuze als het gaat om pijnbestrijding. 
Het heeft een goede pijnstillende en koortsdempende werking. 

Nauwelijks bijwerkingen en contra-indicaties
zelden overgevoeligheid voor
geen interacties met andere geneesmiddelen  

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

NSAID’s
NSAID staat voor Non Steroidal Anti-Inflammatory Drug.

prostaglandinesynthetaseremmer


Slide 10 - Slide

Bij het pijnproces spelen prostaglandinen een belangrijke rol. Prostaglandinen zijn stoffen die in het lichaam worden gevormd. Ze hebben een belangrijke functie bij het ontstaan van pijnprikkels en het doorgeven van die prikkels aan het centraal zenuwstelsel. De pijnprikkel wordt via zenuwen doorgegeven aan het ruggenmerg en van daaruit verplaatst de prikkel zich naar de hersenen. In de hersenen wordt de prikkel herkend als pijn.
NSAID’s remmen de aanmaak van prostaglandine. Door de vorming (synthese) van prostaglandinen te remmen, vermindert de pijnprikkel. Ze worden dan ook wel prostaglandinesynthetaseremmers genoemd. Alle NSAID’s hebben een pijnstillende werking. Deze middelen hebben daarnaast een ontstekingsremmende (antiflogistisch) en/of een koortsdempende werking (antipyretisch).
De NSAID’s worden gebruikt bij lichte tot matige pijn zoals hoofdpijn, kiespijn, spierpijn of menstruatiepijn. Bovendien worden ze gebruikt bij ontstekingen of pijnlijke aandoeningen van de gewrichten, spieren en pezen, zoals bij schouderklachten, rugklachten of een pijnlijke knie of enkel.

Werk uit:
  • Wat zijn NSAID's en hoe werken ze?
  • Noem minstens drie veelgebruikte NSAID's die in de huisartsenpraktijk worden voorgeschreven?
  • Welke belangrijke bijwerkingen en contra-indicaties moet een DA kennen bij het gebruik van NSAID's?

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

NSAID’s
- acetylsalicylzuur
- carbasalaatcalcium
- diclofenac
- ibuprofen
- naproxen

Slide 12 - Slide

Een veelvoorkomende bijwerking van NSAID’s is maagklachten. Langdurig gebruik van deze middelen kan zelfs leiden tot een maagzweer. Dit is een gevolg van het werkingsmechanisme; de in het lichaam gevormde prostaglandinen spelen namelijk niet alleen een rol bij het ontstaan van pijn, maar beschermen ook het maagslijmvlies. Als de vorming van het natuurlijke prostaglandine geremd wordt, neemt die beschermende werking af. Daardoor kan het maagzuur het maagslijmvlies gemakkelijker irriteren. Bij langdurige irritaties, of bij patiënten die daarvoor gevoelig zijn, kan dat leiden tot een maagzweer. Deze bijwerking is dan ook niet afhankelijk van de toedieningsweg: ze kan zowel optreden na orale als na rectale toediening. Alleen de directe inwerking op het maagslijmvlies treedt bij rectale toediening niet op.

DMARD medicatie
  • Wat betekent de afkorting DMARD?
  • Bij welke aandoeningen worden DMARD’s vaak gebruikt?
  • Noem twee voorbeelden van DMARD’s.
  • Waarom is het belangrijk dat patiënten die DMARD’s gebruiken regelmatig gecontroleerd worden?

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

DMARD's
  • 'Diseas-modifying antireumatic drugs
  • Duurt meestal 1-6 maanden voordat het werk
  • DMARD's bij reuma:
- methotrexaat

Slide 14 - Slide

Precieze werking is niet bekend.
Worden door specialist voorgeschreven

Opioïden
  • Wat zijn opioïden en bij welke soorten pijn worden ze meestal voorgeschreven?
  • Noem twee veelgebruikte opioïden in de huisartsenpraktijk of het ziekenhuis.
  • Welke risico’s en bijwerkingen zijn belangrijk om te kennen bij het gebruik van opioïden?

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Opioïden
Sterke pijnstillende werking en veroorzaken 
een andere beleving van pijn

Vanwege de veelvoorkomende ernstige 
bijwerkingen zijn deze pijnstillers alleen 
geschikt voor gebruik bij hevige acute pijn. 
fentanyl
tramadol
morfine
oxycodon

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Opioïden
bijwerking van opioïden is obstipatie (verstopping). Daarom combineren met een laxeermiddel 
 
Bij langdurig gebruik ontstaat bij veel opioïden gewenning, waardoor steeds meer opioïde nodig is voor hetzelfde effect. 

Opiumwet (i.v.m. groot risico op verslaving)

Slide 17 - Slide

Andere veelvoorkomende bijwerkingen zijn misselijkheid, braken, duizeligheid, droge mond, sufheid en ademhalingsdepressies.
Huiswerk
Vragenpool Farmacologie 80%

Slide 18 - Slide

This item has no instructions