Maandag 19 januari

Maandag 19 januari 2026
Welkom nieuwe leerlingen
09.15 uur 10.00 uur Boek lezen + hoe was je weekend.
Nieuwe leerlingen boek A2 
12.35 - 13.05 uur  PAUZE
10.00- 10.45 uur Woordenschat 1.5
13.05 - 13.50 uur  Taal Compleet laptopopdrachten

10.45 - 11.05 uur  PAUZE 
13.50 - 14.35 uur  Dictee 1.3
11.05 - 11.50  uur  Mevrouw Wafaa 
11.50- 12.35  uur Taal Compleet 1.5
1 / 27
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Maandag 19 januari 2026
Welkom nieuwe leerlingen
09.15 uur 10.00 uur Boek lezen + hoe was je weekend.
Nieuwe leerlingen boek A2 
12.35 - 13.05 uur  PAUZE
10.00- 10.45 uur Woordenschat 1.5
13.05 - 13.50 uur  Taal Compleet laptopopdrachten

10.45 - 11.05 uur  PAUZE 
13.50 - 14.35 uur  Dictee 1.3
11.05 - 11.50  uur  Mevrouw Wafaa 
11.50- 12.35  uur Taal Compleet 1.5

Slide 1 - Slide

Hoe was je weekend?
Welkom Nikita, Saleh, Carol en Nastya

We gaan elkaar vertellen hoe het weekend was en wat we hebben gedaan.
Nieuwe leerlingen krijgen boek A2

Slide 2 - Slide

Woordenschat 1.5
DEEL 1

Slide 3 - Slide

1.5 woordenschat  DEEL 1
  • gefeliciteerd
  • de wijk
  • Hoe ziet ... eruit? ( eruitzien)
  • licht
  • modern / moderne
  • delen
  • fantastisch

Slide 4 - Slide

Woordenschat
Vandaag nieuwe woorden bij het thema Verhuizen 
Schrijf het woord op en ook de betekenis.

Slide 5 - Slide

gefeliciteerd
  • wens bij een goede gebeurtenis
  • ander woord is PROFICIAT
  • gelukwensen
  • Zin: Gefeliciteerd met je 15e verjaardag!

Slide 6 - Slide

de wijk
  • een gedeelte van een stad of dorp
  • heeft meestal een eigen naam
  • er worden ook wel eens activiteiten georganiseerd.
  • In Den Helder hebben we 6 wijken met elk een eigen naam
  • Zin: In onze wijk wonen veel verschillende nationaliteiten.

Slide 7 - Slide

Hoe ziet ....... eruit ( eruitzien)
  • een bepaald uiterlijk
  • werkwoord
  • verleden tijd: ik zie eruit/ ik zag eruit
  • Zin: Wat zie je er mooi uit, je hebt zeker nieuwe kleren?
  • Zin: Je ziet er moe uit, heb je niet geslapen?

Slide 8 - Slide

licht
  • energie van de zon of een lamp waardoor je iets kunt zien
  •  je doet het licht aan met een knopje
  • Zin: Een brandende kaars geeft weinig licht.
  • Zin: Wil je het licht uitdoen als je weggaat?

Slide 9 - Slide

modern / moderne
  • van deze tijd, volgens de laatste mode 
  • heel erg nieuw
  • tegenstelling: ouderwets
  • Zin: Dat meisje is heel erg modern, ze draagt altijd de nieuwste kleding
  • Zin: Hij draagt een moderne outfit.

Slide 10 - Slide

delen
  • werkwoord: ik deel, jij deelt, hij/zij deelt, wij delen, jullie delen, zij delen
  • ieder een deel geven
  • een mening of gevoel delen   (dezelfde mening of hetzelfde gevoel hebben)
  • samen gebruiken
  • Zin: Ik deel je mening, ik ben het met je eens.
  • Zin: Zullen wij de pizza delen, jij een halve en ik een halve?

Slide 11 - Slide

fantastisch
  • zo mooi, goed enz. dat het bijna niet waar kan zijn
  •  gaaf, geweldig , schitterend, te gek!
  • heel mooi
  • Zin: Je ziet er fantastisch uit in die nieuwe jurk.

Slide 12 - Slide

In welke zin wordt het woord
gefeliciteerd
goed gebruikt?
A
Ik gefeliciteer jou met je verjaardag.
B
Gefeliciteerd met jullie trouwdag.
C
Wij ontmoeten een keer buiten school.
D
Vorig jaar hebben zij elkaar ontmoet.

Slide 13 - Quiz

Op welke foto staat een moderne outfit?
A
B
C
D

Slide 14 - Quiz

In welke zin wordt het woord
lenen
goed gebruikt?
A
Hij lenen jouw fiets gister.
B
Wij leent de auto.
C
Ik heb jouw pen even geleend.
D
Zij geleen jouw gum?

Slide 15 - Quiz

Maak een zin met het woord:
licht

Slide 16 - Open question

Opdracht: welk woord hoort in de zin?
Welk woord hoort in de zin? Schrijf alleen het woord op, niet de hele zin!

Slide 17 - Slide

Je ziet er ........................... uit, waar heb je die jas gekocht?

Slide 18 - Open question

In ..... ................. waar wij wonen staan heel veel bomen.

Slide 19 - Open question

...... ............ Khalid ............ in zijn nieuwe broek?

Slide 20 - Open question

Zinnen maken

Het rad draait een naam. Zie je jouw naam? Dan maak je een zin met 1 van de woorden.
De woorden: gefeliciteerd, de wijk, licht, modern, lenen, fantastisch, hoe ziet ...... eruit?

Slide 21 - Slide

Pauze
  • Waar is de pauze?
  • Wat mag wel en wat mag niet in de pauze?
  • Waar mag je buiten zijn in de pauze? 

Slide 22 - Slide

Mevrouw Wafaa

Slide 23 - Slide

TAAL COMPLEET 
1.5 Hoe gaat het?
SAMEN: opdracht 31, 32, 33, 34
ZELFSTANDIG: 36, 37, 

Slide 24 - Slide

Pauze
  • Waar is de pauze?
  • Wat mag wel en wat mag niet in de pauze?
  • Waar mag je buiten zijn in de pauze? 

Slide 25 - Slide

Taal Compleet laptopopdrachten
Afmaken tot de opdrachten die we hebben gedaan

Slide 26 - Slide

DICTEE 1.3
Dit is mijn fiets, ik heb hem vorige week gekocht.
Dat zijn mijn schoenen.
Ik kan niet zwemmen.
Willen jullie een koekje?
Kun jij die tas dragen?
Kijk, dit zijn mijn kleinkinderen.
Hij wil graag deze muziek luisteren.
De kinderen zingen een liedje.

Slide 27 - Slide