H2.1 Weer & Klimaat in Europa

 Weer en klimaat
2.1 Weer en klimaat in Europa
1 / 15
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with text slides and 1 video.

Items in this lesson

 Weer en klimaat
2.1 Weer en klimaat in Europa

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Drie verschijnselen die het weer beïnvloeden. 
  1. Ontmoeting warme/koude lucht -> Depressies
    - Wet van Buys Ballot -> Warme/Koude lucht draait om elkaar heen. 
    - Occlusiefront -> Koufront haalt het warmtefront in!


Gevolgen weer Spanje
Gevolgen weer Nederland
occlusiefront
occlusiefront

Slide 3 - Slide

Noordelijk Halfrond -> Hogedrukgebied -> klok mee (rechtsom)
Zuidelijk halfrond -> Lagedrukgebied -> tegen de klok in (linksom)

Slide 4 - Slide

Koufront
Warmtefront

Slide 5 - Slide

Koufront op de kaart

Slide 6 - Slide

Warmtefront

Slide 7 - Slide

Occlusiefront
Koufronten gaan sneller dan warmtefronten. 
Een occlusiefront begint waar een koufront op een warmtefront botst en eindigt in de kern van de depressie. .

De lucht rondom de depressie draait tegen de wijzers van de klok in. De plek waar het koufront het warmtefront inhaalt is het occlusiepunt. 

In dit gebied valt de meeste regen.

Slide 8 - Slide

Occlusiefront op de kaart
Het front heeft aan de voorkant kenmerken van een warmtefront, en de achterkant juist van een koufront. Vaak zie je dan dat het rustig begint te regenen, eindigend met een paar fellere buien. Aan de grond is de temperatuur zowel voor als na het front vaak niet veel veranderd.

Slide 9 - Slide

Drie verschijnselen die het weer beïnvloeden. 
1. Ontmoeting warme/koude lucht -> Depressies
                - Wet van Buys Ballot -> Warme/Koude lucht draait om elkaar heen.
                - Occlusiefront -> Koufront haalt het warmtefront in!
2. Azoren-hoog -> Hogedrukgordel 30* NB
              


Gevolgen weer Spanje
Gevolgen weer Nederland
Zomer: droog en zonnig
Winter: frontale neerslag
Zomer: frontale neerslag
Winter: nauwelijks van invloed

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Drie verschijnselen die het weer beïnvloeden. 
1. Ontmoeting warme/koude lucht -> Depressies
                - Wet van Buys Ballot -> Warme/Koude lucht draait om elkaar heen.
                - Occlusiefront -> Koufront haalt het warmtefront in!
2. Azoren-hoog -> Hogedrukgordel 30* NB
                - Zomer -> Hogedrukgordel ligt noordelijker
                              -> Meer frontale regens -> Nederland
                - Winter -> Hogedrukgordel ligt zuidelijker.
                              -> Meer frontale regens -> Spanje
3. Tijdelijke hogedrukgebieden: bijv. in de winter binnenland Europa
                - Koude, dalende lucht, oostenwind, koud in Nederland. 

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Klimaat
  1. Noorden: Gematigd Klimaat
    - Zachte winters, koele zomers -> Hele jaar neerslag 
  2. Noordwesten: Middellandse Zeeklimaat 
    - Droge zomers, relatief lage zomertemperatuur door ligging aan Atlantische oceaan.  
  3. Zuiden: Middellandse Zeeklimaat 
    - Droge, warme zomers en natte, zachte winters. Middellandse zee warm door weinig  aanvoer van koud water. 
  4. Hooggebergten: Hooggebergteklimaat
  5. Delen zuidkust + binnenland: Steppeklimaat (Misschien zelfs al Woestijnklimaat)

Slide 14 - Slide

H2: Spanje en Nederland vergeleken
§1: Weer en klimaat in Europa
Wat moet ik doen?






Hoe?
  • Zelfstandig werken in rust.
  • Weet je het antwoord niet? Lees de tekst in je LB nog eens goed door.
  • Kom je er niet uit? Stel je vraag aan de docent.
Lezen LB
§1 & § 2
blz. 20-23
Maken WB
§1: 1, 2, 3, 5
(tip: atlasvragen eerst!)
blz. 30-33
§2: 1, 2, 3, 5, 6, 7 
blz. 34-37

Slide 15 - Slide