Voorbereiding examen schrijven 2+3F


Voorbereiding examen schrijven 


Twee (3F)of drie (2F) opdrachten:

- Wervende tekst-advies-verslag-oproep

- Zakelijke brief of e-mail

- bericht op intranet


1 / 22
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 3,4

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson


Voorbereiding examen schrijven 


Twee (3F)of drie (2F) opdrachten:

- Wervende tekst-advies-verslag-oproep

- Zakelijke brief of e-mail

- bericht op intranet


Slide 1 - Slide

Examenduur: 60-90 minuten
Let op:
  • Zorg dat je alle opdrachten volledig maakt, minimaal 80%
  • Let op: spelling, zinsbouw en interpunctie
  • Samenhang, verbindingswoorden
  • Doel + afstemming op publiek,
  • Woordgebruik,
  • Leesbaarheid

Slide 2 - Slide

Persoonlijke brief

- je schrijft naar een bekende

- datering

- elke aanhef is goed

- doel mag onduidelijk zijn

- indelen in alinea's

- 'straattaal' mag

- naam eronder

Zakelijke brief

- vaste indeling

- niet met: "Ik" beginnen

- Geachte heer, mevrouw,

- inleiding, midden, slot

- afsluiting

- handtekening en naam

- formeel taalgebruik

Slide 3 - Slide

Juiste adressering?
A
Veronica Peters Goudstraat 18 3512 PM Utrecht
B
Veronica Peters Goudstraat 18 3512PM Utrecht
C
Veronica Peters Goudstraat 18, 3512 PM Utrecht
D
Veronica Peters Goudstraat 18 3512 PM Utrecht

Slide 4 - Quiz

Juiste datering?
A
Apeldoorn, 20-01'20
B
Datum: 20 januari 2020
C
Apeldoorn, 20 januari 2020
D
Maandag, 20 januari 2020

Slide 5 - Quiz

Welke aanhef is juist? Meerdere antwoorden mogelijk.
A
Geachte heer, mevrouw,
B
Beste meneer Jansen,
C
Geachte mevrouw Patricia de Vries,
D
Geachte mevrouw De Vries,

Slide 6 - Quiz

Welke afsluiting is juist?
A
Met vriendelijke groet, handtekening Naam
B
Met vriendelijke groet, Naam, handtekening

Slide 7 - Quiz

Conventies zakelijke brief
  1.  Afzender
  2. Adressering (ontvanger)
  3. Datering (plaats, datum)
  4. Betreft
  5. Aanhef
  6. Briefinhoud:minimaal 3 alinea's
  7. Ondertekening (Met vriendelijke groet(, bedrijfsnaam,) handtek, naam (en functie))
  8. Bijlage(n)

Slide 8 - Slide

persoonlijke/zakelijke e-mail

aan:


cc:


bcc:


onderwerp:

hier voer je de e-mailadressen in
ontvanger van de kopie
geheime kopie: blind carbon copy

Slide 9 - Slide

Wat zijn de 5W+H-vragen?
A
wanneer, waarheen, waartoe, welke, waarom en hoezo
B
wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe
C
want, wat, wie, waarom, welke en hoe laat
D
voor wie, met wie, wanneer, waar naartoe, met wat, hoe

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Video

Hij wordt door zijn compagnon slecht (behandelen).






Selecteer om teknippen, kopiëren ofte verwijderen




27







Dit wordt getoondin de klassikale leswanneer je op'geef les' klikt.








Dit wordt getoondin de gedeelde les dieleerlingen zelfstandigkunnen doen.







Differentiëer






Differentiëer





Extra oefening









Extra uitdaging









Instellingen









































Youtube

2:30












































Selecteer om teknippen, kopiëren ofte verwijderen




27







Dit wordt getoondin de klassikale leswanneer je op'geef les' klikt.








Dit wordt getoondin de gedeelde les dieleerlingen zelfstandigkunnen doen.







Differentiëer






Differentiëer





Extra oefening









Extra uitdaging









Instellingen









































Youtube

2:30





































Zijn compagnon heeft hem lelijk (behandelen).




A
behandelt
B
behandeld

Slide 12 - Quiz

Je (geloven) toch niet alle verhalen die dat meisje je (vertellen).
A
geloofd, verteld
B
geloofd, vertelt
C
gelooft, verteld
D
gelooft, vertelt

Slide 13 - Quiz

Het verliefde stelletje liep naar het (verlaten) strand.
A
verlate
B
verlaatte
C
verlaten
D
verlaatten

Slide 14 - Quiz

Woorden op de verkeerde plaats


Meerdere betekenissen kunnen ontstaan als je woorden op de verkeerde plaats in de zin zet. 

Slide 15 - Slide

Welke twee betekenissen?
''De man slaat de hond met de stok.''

Slide 16 - Open question

Rekening houden met lezers
Als je schrijft, moet je rekening houden met je lezers:
- Passende context
- Helder formuleren
- Geen overbodig moeilijke woorden gebruiken
- Maak de zin niet onnodig lang, bijvoorbeeld max. 1 komma

Slide 17 - Slide

Vakterm
Niet iedereen zal vaktermen begrijpen

''

Slide 18 - Slide

Modewoorden
Vaak gebruikte woorden zonder duidelijke, vaststaande of door iedereen gedeelde betekenis
--> Vaak maar een korte tijd populair
--> Vaak afkomstig uit de jeugdtaal, straattaal of popcultuur

''Hij is echt een baas.'' 
''Het feestje was episch.''

Slide 19 - Slide

gebruik taal passend bij de opdracht

Slide 20 - Slide

Meest voorkomende spelfouten 

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video