Powercollege 8_Ontwikkelingshulp

Powercollege 8
Ontwikkelingshulp
1 / 20
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Powercollege 8
Ontwikkelingshulp

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je weet welke soorten ontwikkelingshulp er zijn.
  • Je kent de begrippen centrumland, semiperifierie en perifierie.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Met welke kleur worden
ontwikkelingslanden aangegeven?

Slide 4 - Open question

In welk land is de meeste armoede?
A
Nederland
B
Griekenland
C
China
D
Kenia

Slide 5 - Quiz

Nog een keer:
In welk land is de meeste armoede?
A
Polen
B
Gambia
C
Mexico
D
India

Slide 6 - Quiz

Centrum en periferie
  • Centrum - rijk en machtig. Veel industrie, hoge lonen en veel werkgelegenheid.
  • Periferie - arm en afhankelijk van de centrumlanden. Lage lonen en weinig werkgelegenheid.
  • Semi-periferie - Opkomende landen, worden steeds minder afhankelijk van de centrumlanden.

Slide 7 - Slide

Afhankelijk van het centrum
  • Centrumlanden - hoofdkantoren (hoge lonen, goede omstandigheden)
  • Periferielanden - fabrieken (hard en lang werken, lage lonen, soms slechte omstandigheden).
  • Centrum is afhankelijk van periferie en andersom!

Slide 8 - Slide

Ontwikkelingshulp
Centrumlanden bieden landen uit de periferie ontwikkelingshulp: hulp van rijke landen aan arme landen.

Slide 9 - Slide

welke soorten hulp zijn er?

Slide 10 - Slide

1) noodhulp:het sturen van medicijnen, voedsel, tenten bij rampen ( korte termijn)

Slide 11 - Slide

2. Structurele hulp: blijvende hulp dus voor een langere duur. Denk maar aan het aanleggen van waterleidingen of wegen, of het opleiden van doctoren.

Slide 12 - Slide

Welke soort hulp is dit?
A
Structurele hulp
B
noodhulp

Slide 13 - Quiz

Waarom is dit noodhulp?

Slide 14 - Open question

Noem een voordeel van ontwikkelingshulp

Slide 15 - Open question

Er zijn ook nadelen aan ontwikkelingshulp. Soms komt het geld bij de verkeerde mensen en profiteert de lokale bevolking er bijna niet van (corruptie). Zeker als de landen geen sterke overheid hebben, is het vaak onduidelijk waar geld of hulp terecht komt. 

Slide 16 - Slide

Wat is het verschil tussen noodhulp en structurele hulp?
A
noodhulp is voor nood, structurele hulp is voor structuur
B
noodhulp is op korte termijn, structurele hulp is op lange termijn
C
noodhulp is op lange termijn, structurele hulp is op korte termijn
D
geen idee

Slide 17 - Quiz

Deze hulp wordt geboden na een tsunami
A
Structurele hulp
B
Noodhulp

Slide 18 - Quiz

Welk van de onderstaande is een voorbeeld van structurele hulp?
A
Tenten leveren
B
voedsel leveren
C
opleidingen verzorgen
D
medicijnen leveren

Slide 19 - Quiz

Welke hulp wordt er vaak direct na een natuurramp aangeboden?
A
Noodhulp
B
Structurele hulp

Slide 20 - Quiz