Documentenstroom

Documenten in goederen- en documentenstroom
1 / 24
next
Slide 1: Slide
EconomieSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Documenten in goederen- en documentenstroom

Slide 1 - Slide

Welke gegevens moeten er zoal op een
factuur?

Slide 2 - Mind map

Wat is een verkoopfactuur?
A
Een verkoopfactuur krijgt een onderneming toegestuurd van de leverancier. Het heeft betrekking op een voorgaande factuur.
B
Een verkoopfactuur maakt de onderneming op voor zijn klanten. Het heeft betrekking op een voorgaande factuur. De leverancier heeft een betalingsverplichting ten opzichte van de klant.
C
Een verkoopfactuur is een uitnodiging die je verstuurt wanneer je een product of dienst verkoopt/levert aan een andere onderneming met als doel deze te laten betalen.

Slide 3 - Quiz

Wie verstuurt deze ingevulde documenten? Sleep de documenten naar de juiste persoon.
Koper
Verkoper
Prijsaanvraag
Offerte
Bestelbon
Orderbevestiging
Leveringsbon
Factuur

Slide 4 - Drag question

prijsaanvraag
offerte/prijsopgave
bestelbon
orderbevestiging
leveringsbon
factuur
plaatsen van een bestelling
meedelen van verkoopsvoorwaarden
informeren naar verkoopsvoorwaarden
De goederen worden geleverd bij de klant
uitnodiging tot betaling
bevestiging van bestelling

Slide 5 - Drag question

Soms vraagt de leverancier om een orderbevestiging goed te keuren. Waarom is dat?

Slide 6 - Open question

Welk document wordt niet opgesteld door de verkoper?
A
een bestelbon
B
een prijsopgave
C
een offerte
D
een prijsaanvraag

Slide 7 - Quiz

Welk document krijgt de klant NA de levering toegezonden?
A
Offerte
B
Leveringsbon
C
Factuur
D
Orderbevestiging

Slide 8 - Quiz

De btw is NIET inbegrepen, dit is dan ...
A
inclusief btw
B
exclusief btw
C
handelskorting
D
af magazijn

Slide 9 - Quiz

Welke informatie moet op de factuur vermeld worden?
A
Kleur van het geleverde product
B
Datum van de levering
C
Bankrekeningnummer van de klant
D
Aantal werknemers bij de leverancier

Slide 10 - Quiz

Wat is een verplicht element op de verkoopfactuur?
A
Logo van het bedrijf
B
Telefoonnummer van de verkoper
C
Klantnummer van de koper
D
Btw-nummer van de verkoper

Slide 11 - Quiz

Wat betekent algemene voorwaarden op een factuur?
A
Rechten en plichten tussen koper en verkoper in verband met de betaling
B
Rechten en plichten tussen koper en verkoper, voorwaarden gelden voor iedereen
C
Afspraken tussen koper en verkoper specifiek voor deze overeenkomst
D
Voorwaarden wanneer je zal leveren en/of je kosten aanrekent

Slide 12 - Quiz

Wat betekent bijzondere voorwaarden?
A
Rechten en plichten tussen koper en verkoper in verband met de betaling
B
Rechten en plichten tussen koper en verkoper, voorwaarden gelden voor iedereen
C
Afspraken tussen koper en verkoper die specifiek voor deze verkoopsovereenkomst gelden.

Slide 13 - Quiz

Wat betekent de leveringsvoorwaarde FRANCO THUIS?
A
Kosten van transport zijn ten laste van de koper
B
Kosten van transport zijn ten laste van de verkoper
C
Er zijn geen kosten voor het transport.

Slide 14 - Quiz

Waarom is een factuur opstellen niet altijd verplicht?

Slide 15 - Open question

Hoe heet de korting die als doel heeft om meer te verkopen?

Slide 16 - Open question

Geef een ander woord voor een commerciële korting.

Slide 17 - Open question

Deze korting heeft als doel om snellere betaling te verkrijgen.
A
handelskorting
B
financiële korting
C
commerciële korting
D
korting voor betaling op termijn

Slide 18 - Quiz

prijsaanvraag
offerte/prijsopgave
bestelbon
orderbevestiging
leveringsbon
factuur
plaatsen van een bestelling
meedelen van verkoopsvoorwaarden
informeren naar verkoopsvoorwaarden
De goederen worden geleverd bij de klant
uitnodiging tot betaling
bevestiging van bestelling

Slide 19 - Drag question

Wat betekent collo?
A
De totale bestelling
B
Meerdere dozen
C
één doos
D
Het aantal dozen

Slide 20 - Quiz

Waarom gaan we documenten klasseren?

Slide 21 - Open question

Waarvoor gaan we een creditnota gebruiken?

Slide 22 - Open question

Aantal x eenheidsprijs
Bedrag van de producten
- Handelskorting
Nettobedrag
+ aangerekende kosten
MvH
BTW
Totaal factuurbedrag

Slide 23 - Drag question

Wat is nog niet helemaal duidelijk van Hoofdstuk 1?

Slide 24 - Mind map