Leesboekje eten en drinken

Leesboekje eten en drinken
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Leesboekje eten en drinken

Slide 1 - Slide

Wat eet jij?
Welk eten zie je?
Welk drinken zie je?

Slide 2 - Slide

Vandaag leer je zinnen over eten en drinken. 

Je kunt:
  • korte zinnen uit het leesboekje lezen en begrijpen;
  • vragen over de zinnen beantwoorden;
  • de werkwoorden eten, drinken, snijden, leggen, koken, lusten, zetten, geven gebruiken;
  • zelf korte zinnen maken met deze werkwoorden.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Link

De banaan is ...
A
rood
B
blauw
C
geel
D
groen

Slide 5 - Quiz

Dit is een ...
A
vork
B
mes
C
lepel
D
glas

Slide 6 - Quiz

Leesvraag pagina 3.
Wat drink jij?

Slide 7 - Open question

Leesvraag pagina 3.
Wat snijden jullie?

Slide 8 - Open question

Leesvraag pagina 3.
Welke kleur zijn de druiven?

Slide 9 - Open question

Leesvraag pagina 4.
Wat kookt hij?

Slide 10 - Open question

Leesvraag pagina 4.
Waar leg jij de vork?

Slide 11 - Open question

Leesvraag pagina 4.
Hoe eet zij de rijst?

Slide 12 - Open question

Leesvraag pagina 4.
Hoe vaak eet jij een appel?

Slide 13 - Open question

Vul het werkwoord in
  1. Hij ___  soep met kip en groente. → koken
  2. Wij ___ de pizza met een groot mes.→ snijden
  3. Jij ___  de vork naast het mes.→ leggen
  4. Kijk naar de afbeelding. Schrijf een zin op uit het leesboekje met dat werkwoord.


Slide 14 - Slide

WOORDENZEE
  1. Werk in tweetallen. 
  2. Schrijf zo veel mogelijk dingen op die je kunt eten (2 min). 
  3. Wissel je blaadje met een ander tweetal en controleer elkaars woorden met een andere kleur pen.

Wie heeft de meeste goede woorden geschreven?


Opdracht
Herhaal de opdracht met:
  • drinken
  • fruit
Gebruik de woorden om korte zinnen te maken (kijk in je leesboekje!).

timer
2:00

Slide 15 - Slide

Werk samen
Draai de spinners.
Maak een zin met de persoon en het werkwoordn.
Bijvoorbeeld:
zij - eten
Zij eet veel groente.

Slide 16 - Slide