H5 Kabinet en regering KB

H5 kabinet en regering
Na deze lessen kun jij...
... vertellen wie er in de regering zitten.
...  uitleggen hoe een kabinet gevormd wordt: de kabinetsformatie
... vertellen wat coalitiepartijen en oppositiepartijen zijn.

... vertellen wat de taken van de regering zijn.
... vertellen wat het verschil is tussen een monarchie en een republiek.
... vertellen wat de taken van de Koning zijn.

1 / 26
next
Slide 1: Slide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

H5 kabinet en regering
Na deze lessen kun jij...
... vertellen wie er in de regering zitten.
...  uitleggen hoe een kabinet gevormd wordt: de kabinetsformatie
... vertellen wat coalitiepartijen en oppositiepartijen zijn.

... vertellen wat de taken van de regering zijn.
... vertellen wat het verschil is tussen een monarchie en een republiek.
... vertellen wat de taken van de Koning zijn.

Slide 1 - Slide

5.1 De kabinetsformatie

Slide 2 - Slide

De regering en het kabinet
De regering (zie foto)
Ministers en Koning

Het kabinet
Ministers en staatssecretarissen (een soort onderminister die een deel van het beleid van de minister regelt)

Slide 3 - Slide

regering en kabinet
De woorden regering en kabinet worden vaak door elkaar gebruikt. Dit omdat in beide ministers zitten.
Maar in de regering zitten de ministers en de koning.
In het kabinet zitten de ministers en de staatssecretarissen. 

Slide 4 - Slide

Hoe wordt een nieuw kabinet gevormd?

De burgers kiezen de 150 leden van de Tweede Kamer (TK).

1. Na de verkiezingen wordt er een informateur benoemd door de Tweede Kamer. De informateur kijkt welke partijen met elkaar kunnen en willen samenwerken (om een meerderheid te halen in de TK         ).

2. Als bekend is welke partijen met elkaar gaan samenwerken, wordt er een regeerakkoord opgesteld. Hierin staan de plannen voor het regeringsbeleid voor de aankomende 4 jaar.

3. De Tweede Kamer benoemd nu een formateur. Dat is meestal de leider van de grootste partij in het nieuwe kabinet. De formateur kiest de ministers en staatssecretarissen. De formateur wordt meestal de minister-president, ook wel premier genoemd.

4. De koning benoemd het nieuwe kabinet.


de meerderheid van 150 zetels is (minstens) 76. Een partij haalt na de verkiezingen nooit 76 of meer zetels. Partijen moeten dus samenwerken. Om te kunnen samenwerken kijken partijen naar het aantal zetels en naar de ideeen van de partijen: lijken die op elkaar om te kunnen samenwerken?

Slide 5 - Slide

Coalitiepartijen
De partijen die samenwerken in de regering noemen we coalitiepartijen (of regeringspartijen). Coalitiepartijen sluiten veel compromissen (= afspraken waarbij alle partijen een beetje toegeven) zodat ze samen kunnen werken. 
Op dit moment zijn VVD, CDA, D66 en ChristenUnie de coalitiepartijen.
Oppositiepartijen
De overige partijen die in de Eerste en Tweede Kamer zitten noemen we de oppositiepartijen. 
Welke partijen zijn dit?
PvdA, GroenLinks, SP, SGP, PVV, Denk, FvD

Slide 6 - Slide

Aan de slag!
We maken vraag 9, 10 en 11

Slide 7 - Slide

5.2 Taken van de regering
De regering (ministers) hebben een aantal taken:
- Bedenken van wetsvoorstellen
- Uitvoeren van nieuwe wetten
- Jaarlijks opstellen van de rijksbegroting en deze op Prinsjesdag aanbieden aan het parlement.

Slide 8 - Slide

Monarchie of republiek?
Nederland is een constitutionele monarchie: een staatsvorm waarin de taken en bevoegdheden van het staatshoofd (de Koning) zijn beperkt door de Grondwet. In de Grondwet staat dat niet de koning, maar de ministers verantwoordelijk zijn voor het beleid. Dit wordt ministeriele verantwoordelijkheid genoemd: het kabinet is verantwoordelijk voor het bestuur van het land en voor alles wat de koning in het openbaar doet en zegt (zie filmpje in een latere slide)

Amerika is een republiek. Dat betekent dat Amerika een gekozen president als staatshoofd heeft.

Slide 9 - Slide

De Koning
 De koning heeft als staatshoofd een aantal belangrijke taken: 

- Het plaatsen van een handtekening onder nieuwe wetten. 
- Benoemen van nieuwe ministers en burgemeesters.
- Het overleggen met de minister-president over het kabinetsbeleid. 
- Vertegenwoordigen van Nederland in het buitenland.
- De troonrede voorlezen op Prinsjesdag.


Slide 10 - Slide

Prinsjesdag
Op de derde dinsdag van september is het Prinsjesdag. De koning leest dan de troonrede voor. De troonrede wordt geschreven door de ministers. In de troonrede staan de plannen voor het komende jaar.
Ook wordt op Prinsjesdag de miljoenennota gepresenteerd door de minister van Financiën. De miljoenennota is een overzicht van de belangrijkste inkomsten en uitgaven van het komende jaar. 

Slide 11 - Slide

Aan de slag!
We maken vraag 13, 14, 15, 17 en 18

Slide 12 - Slide

Wie zitten er in de regering?
A
Ministers en de staatsecretarissen
B
Ministers en de Koning
C
Koning en de Koningin
D
Kabinet en de Koning

Slide 13 - Quiz

Welke taken hebben ministers?
A
wetsvoorstellen maken en de wetten uitvoeren
B
stemmen over wetten en de troonrede voorlezen
C
handtekening zetten onder wetten en de wetten uitvoeren
D
stemmen over wetten en de Tweede Kamer controleren

Slide 14 - Quiz


De regering bestaat uit ..
A
Coalitiepartijen
B
Oppositiepartijen

Slide 15 - Quiz

Hoeveel zetels hebben de coalitiepartijen minstens nodig om te regeren?
A
51
B
76
C
101
D
150

Slide 16 - Quiz

I. Coalitiepartijen stemmen vaak tegen de plannen van de regering
II. De minister-president is lid van een van de oppositiepartijen
A
I is juist, II is onjuist
B
I is onjuist, II is juist
C
I en II zijn beide juist
D
I en II zijn beide onjuist

Slide 17 - Quiz

Wie zitten er in het kabinet??
A
Koning en staatssecretarissen
B
Ministers en staatssecretarissen
C
Koning en ministers

Slide 18 - Quiz

Wie is het staatshoofd van Nederland?
A
Rutte
B
voorzitter Tweede Kamer
C
Koning Willem-Alexander
D
Koningin Maxima

Slide 19 - Quiz

Wat gebeurt er op Prinsjesdag?
A
Dan leest de Koning de Troonrede voor.
B
Dan leest de Koning de Miljoenennota voor.
C
Dan leest de Koning de Rijksbegroting voor.

Slide 20 - Quiz

Welke van deze taken voert de koning uit?
A
Ministers benoemen
B
Regering samenstellen
C
Wetten maken

Slide 21 - Quiz

Stap 1 van de kabinetsformatie
Stap 2 van de kabinetsformatie
Stap 3 van de kabinetsformatie
Stap 4 van de kabinetsformatie
De formateur kiest de ministers en staatssecretarissen.
De Tweede Kamer benoemd een informateur. Hij of zij kijkt welke partijen kunnen en willen samenwerken.
De partijen stellen een regeerakkoord op.
De Koning benoemt het nieuwe kabinet.

Slide 22 - Drag question

Slide 23 - Video

Slide 24 - Video

Slide 25 - Video

Slide 26 - Video