Les 5: Licht

LICHT
1 / 32
next
Slide 1: Slide
TekenenMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

LICHT

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Wat gaan we doen?
Je hebt in het filmpje veel verschillende begrippen gehoord, die begrippen moet je allemaal kennen, dus die gaan we toelichten. We gaan het hebben over:
Eigen schaduw en slagschaduw    Meelicht, zijlicht en tegenlicht
            Silhouette                                            Strijklicht
                      Glimlicht                                             Clair-obscur


Slide 3 - Slide

Oké, licht dus...
Het filmpje was natuurlijk al heel erg duidelijk in de uitleg, op de volgende slides licht ik de verschillende begrippen nog een keer heel kort toe

Slide 4 - Slide

Eigen schaduw
De schaduw die in het voorwerp zelf aanwezig is

Slide 5 - Slide

Slag schaduw
De schaduw die het voorwerp op de ondergrond of de achtergrond werpt

Slide 6 - Slide

Meelicht
Het licht schijnt je onderwerp als het ware in de ogen. Er zijn daardoor weinig opvallende schaduwen in het gezicht te zien

Slide 7 - Slide

Tegenlicht
De lichtbron staat achter je onderwerp, daardoor is je onderwerp heel donker

Slide 8 - Slide

Silhouette
Als de lichtbron achter het onderwerp staat kan het onderwerp zó donker zijn dat er geen details meer te zien zijn. Je noemt dat een silhouette

Slide 9 - Slide

Zijlicht
Het licht komt vanaf de zijkant op je onderwerp. Hierdoor worden oneffenheden zichtbaar. Het gezicht krijgt daardoor flink wat schaduw.

Slide 10 - Slide

Strijklicht
Het licht komt vanaf de hoogte van het voorwerp en werpt zo lange schaduwen. Elke oneffenheid wordt zichtbaar

Slide 11 - Slide

Glimlicht
Het licht weerspiegelt op het voorwerp

Slide 12 - Slide

Clair-obscur
Een heel sterk licht-donker contrast waardoor je bepaalde onderdelen kunt benadrukken en een dramatisch effect krijgt

Slide 13 - Slide

Even kijken of dat is blijven hangen...
Geef in de volgende slide eerst maar eens zoveel mogelijk vormen van ruimtesuggestie.

Slide 14 - Slide

licht en schaduw

Slide 15 - Mind map

Kiezen maar...
In de volgende slide zie je steeds verschillende afbeeldingen. Geef aan welke vorm(en) van ruimtesuggestie je ziet. Dit kunnen er soms meer dan één zijn, dus kijk goed.

Slide 16 - Slide


A
Eigen schaduw
B
Slagschaduw
C
Meelicht
D
Tegenlicht

Slide 17 - Quiz


A
Silhouette
B
Tegenlicht
C
Meelicht
D
Strijklicht

Slide 18 - Quiz


A
Silhouette
B
Tegenlicht
C
Glimlicht
D
Strijklicht

Slide 19 - Quiz


A
Slagschaduw
B
Eigen schaduw
C
Glimlicht
D
Zijlicht

Slide 20 - Quiz


A
Slagschaduw
B
Eigenschaduw
C
Glimlicht
D
Zijlicht

Slide 21 - Quiz

Die laatste was een flauwe he, maar je ziet wel dat er in één afbeelding dus heel veel vormen van licht en schaduw te zien zijn. Hoe langer je naar iets kijkt, hoe meer van die vormen je zult gaan zien, en als je ze gaat zien dán kun je ze ook (na) tekenen. Kwestie van oefenen dus...

Slide 22 - Slide

Samengevat...
Licht is heel belangrijk in een werk, want licht en schaduw zorgen voor plasticiteit, daar heb je 'm weer, en ruimtelijkheid. 
Een aspect om veel mee te oefenen dus. 
Eens kijken wat je nu weet over dit aspect.

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Licht en donker,
benoem de verschillende soorten

Slide 25 - Mind map

Het licht werpt lange schaduwen, dit is ... licht

Slide 26 - Open question

Het model heeft een heel licht gezicht waarop weinig schaduw te zien is. Er is sprake van ... licht

Slide 27 - Open question

Je onderwerp staat tussen jou en de zon achter hem. Je hebt dan te maken met ... licht

Slide 28 - Open question

Je ziet hier een groot licht-donker contrast voor een dramatisch effect. Hoe noem je dit?

Slide 29 - Open question

Dit onderwerp is (bijna) helemaal donker zonder details. Dit noem je een ...

Slide 30 - Open question

In dit gezicht zijn nauwelijks schaduwen te zien. Het licht wat is gebruikt is ...

Slide 31 - Open question

De schaduwen die je hier op de grond ziet zijn ...

Slide 32 - Open question