Inkomsten en uitgaven

Inkomsten 
en uitgaven
1 / 24
next
Slide 1: Slide
BurgerschapPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Inkomsten 
en uitgaven

Slide 1 - Slide

Leerdoelen:

  • We leren wat inkomsten zijn.
  • We leren wat uitgaven zijn.
  • We leren wat sparen is.
  • We gaan een overzicht maken van onze inkomsten en uitgaven.

Slide 2 - Slide

Inleiding
Theorie
Opdrachten
Verwerking
Afsluiting
In de inleiding introduceren we het onderwerp en bekijken we wat jij hier al over weet.
Bij theorie slides krijg je informatie over het onderwerp door tekst, plaatjes, audio en video.
Bij opdrachten testen we je kennis.
We sluiten de les af en blikken terug.
Tijdens de verwerking maak je een opdracht om te controleren of je de les goed hebt begrepen.
Waar
ben ik?

Slide 3 - Slide

Inkomsten en uitgaven

In deze les ontdek je waar jij geld aan uitgeeft en hoeveel geld je elke maand binnenkrijgt. Door een overzicht te maken van je inkomsten en uitgaven kun je slimme keuzes maken.

Jong geleerd is oud gedaan.
Waar
ben ik?

Slide 4 - Slide

3

Slide 5 - Video

00:04
Hoeveel geld heb jij per maand te besteden?

Slide 6 - Mind map

00:24
Waar geef jij je geld aan uit?

Slide 7 - Mind map

01:27
Wil jij later rijk worden?

Slide 8 - Mind map


Deze les hebben we geleerd wat gezondheid is. Volgende keer aan we het hebben over een gezonde leefstijl
Ik vind dat ik goed met geld om kan gaan.
(0 = helemaal niet                                   10 = heel erg)
010

Slide 9 - Poll

Inkomsten en uitgaven
Inkomsten is het geld dat je ontvangt in een bepaalde periode. Inkomsten kunnen zakgeld of kledinggeld zijn, maar ook loon dat je krijgt voor je bijbaan. 

Aan de andere kant hebben we uitgaven. Uitgaven zijn de kosten die je maakt in een bepaalde periode. Als je een broodje of een kledingstuk koopt dan zijn dat uitgaven. 


Theorie 1
In een kledingwinkel koop je kleding. Als je een broek van 60 euro koopt en een t-shirt van 20 euro dan zijn je uitgaven aan kleding 80,- euro.
Vanaf je 15e mag je werken. Je kunt bij een supermarkt aan de slag om vakken te vullen. Voor jouw werk krijg je inkomsten. Stel dat je in een maand 70,- euro met je bijbaan verdient en 15,- euro van je ouders als zakgeld krijgt dan zijn je inkomsten die maand 85,- euro.

Slide 10 - Slide


Zakgeld behoort tot ...
A
Inkomsten
B
Uitgaven

Slide 11 - Quiz


Wat zijn uitgaven?
A
Uitgaven is het geld dat je ontvangt in een bepaalde periode.
B
Uitgaven zijn de kosten die je maakt in een bepaalde periode.

Slide 12 - Quiz


Doris krijgt van haar ouders 10,- euro per maand zakgeld en 25,- euro per maand aan kleedgeld. Wat zijn Doris haar totale inkomsten?

Slide 13 - Open question


Berfin is elke maand 15,- euro aan haar telefoonabonnement kwijt en heeft die maand ook 25,- euro aan eten uitgegeven. Wat zijn Berfin haar totale uitgaven?

Slide 14 - Open question

Sparen
Als je inkomsten hoger zijn dan je uitgaven dan hou je geld over. Dit geld kun je verzamelen zodat je na verloop van tijd genoeg geld hebt om een dure aankoop te doen. Dit noem je sparen.


Theorie 2
Inkomsten
50 euro
Uitgaven
40 euro
Sparen
10 euro

Slide 15 - Slide

Spaar jij weleens geld?

Slide 16 - Mind map


Marjolein wilt nieuwe schoenen van 110,- euro kopen. Elke maand spaart ze 10,- euro. Na hoeveel maanden kan Marjolein haar nieuwe schoenen kopen?
A
Na 5 maanden
B
Na 10 maanden
C
Na 11 maanden
D
Na 12 maanden

Slide 17 - Quiz


Leg in je eigen woorden uit waarom sparen handig kan zijn.

Slide 18 - Open question

Maar hoe weet je nou of je kunt sparen of dat je te veel uitgeeft? Dit kun je doen door een overzicht van je inkomsten en uitgaven te maken. 

Theorie 3
Omschrijving 
Bedrag in €
Omschrijving 
Bedrag in €
Bijv. Kleedgeld
Bijv. eten 
Totaal aan inkomsten
Totaal aan uitgaven
Inkomsten per maand
Uitgaven per maand

Slide 19 - Slide

Inkomsten en uitgaven:

  • Inkomsten is het geld dat je ontvangt in een bepaalde periode
  • Uitgaven zijn de kosten die je maakt in een bepaalde periode.
  • Sparen is het verzamelen van geld zodat je na een bepaalde tijd een dure aankoop kan doen.
  • Een overzicht maken van je inkomsten en uitgaven helpt je om te kijken of je kunt sparen of dat je te veel geld uitgeeft.


Om te 
onthouden

Slide 20 - Slide

Verwerking

Slide 21 - Slide

De docent draait aan de spinner. Bedenkt per begrip of dit hoort bij inkomsten of uitgaven. De docent sleept elk begrip vervolgens in een vak.
Dit hoort bij inkomsten
Dit hoort bij uitgaven
Kleedgeld
Een energybar kopen
Abonnement Netflix
Huur
Fortnite
Zakgeld
Fiets
Verzekering
Telefoon
Boete
Loon
Bijbaan
Verwerking

Slide 22 - Slide

Pak een blaadje en maak een overzicht van jouw inkomsten en uitgaven van de vorige maand. Lever het overzicht in bij je docent. Je kunt ook dit werkblad gebruiken. 
Vewerking
Omschrijving 
Bedrag in €
Omschrijving 
Bedrag in €
Bijv. Kleedgeld
Bijv. eten 
Totaal aan inkomsten
Totaal aan uitgaven
Inkomsten per maand
Uitgaven per maand

Slide 23 - Slide

Deze les heb je geleerd wat inkomsten en uitgaven zijn. In de volgende les kijken 
we naar kiezen en kopen.

Slide 24 - Slide