ZTH - Les 3 deel 1 en 2

ZTH - Les 3
Module: Zorgtechnisch handelen (ZTH)
Onderwerp: Vitale functies 
Semester: 3
Docenten: Joas Sterkenburg (258A) en Graciëlla Damen (258C)
1 / 38
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 2

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson

ZTH - Les 3
Module: Zorgtechnisch handelen (ZTH)
Onderwerp: Vitale functies 
Semester: 3
Docenten: Joas Sterkenburg (258A) en Graciëlla Damen (258C)

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Aanwezigheidsregistratie
Aanwezigheid zal door de docent geregistreerd worden. Aanwezigheid kan meerdere malen tijdens de les worden gedaan. Bij vroegtijdig verlaten van de les, zonder geldige reden, zal je op 'ongeoorloofd afwezig' staan.

Ben je te laat? Geef dit dan door aan het einde van de les aan de docent. Dit is jouw verantwoordelijkheid.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Programma les 3
Totaal 90 minuten 
Deel 1 medicatie beleid en beheer
- Intro 15 minuten 
- Theorie 30 minuten

Deel 2 medicatie toedienen
- Theorie 30 minuten 
- Lesevaluatie + afsluiting 15 minuten 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Klassenregels

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Planning theorie lessen

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Toetsinstructie volgende week
  1. Voordat de toets begint, worden alle tafels in toetsopstelling gezet.
  2. Zorg dat je een laptop en oplader bij je hebt. Je laptop moet volledig zijn opgeladen.
  3. Log in op iqualify.nl met je Albeda-account.
  4. Wanneer je bent ingelogd, start je de toets nog niet. Doe je telefoon (stil of uitgeschakeld) in je tas en leg je tas voor in het lokaal. Op tafel liggen alleen je laptop en oplader.
  5. Start de toets pas wanneer de docent hiervoor het signaal geeft.
  6. Heb je een technisch probleem of andere vraag? Blijf stil en steek je hand op. 
  7. Ben je te laat? Dan wacht je 15 minuten buiten het lokaal nadat de toets is gestart. De docent haalt je vervolgens naar binnen. Ga rustig zitten en volg stap 1 t/m 5. Je krijgt geen extra tijd. 
  8. De toets eindigt wanneer de les is afgelopen. Ben je dan nog niet klaar, dan wordt de toets automatisch afgesloten. 
  9. Ben je klaar met de toets? Steek je hand op en wacht op een reactie van de docent. Sluit daarna je laptop af en verlaat rustig het lokaal. 
  10. Je toets wordt direct nagekeken door iqualify. Download na afloop je certificaat.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
Deel 1 
Aan het einde van de les kan de student: 
Uitleggen wat het medicatiebeleid is binnen een organisatie. (B)
Uitleggen op welke diverse manieren medicatie beheert wordt. (B)

Deel 2
Aan het einde van de les kan de student: 
Uitleggen hoe je veilig medicatie toedient bij cliënten. (B)
Uitleggen hoe diverse medicatie wordt toegediend. (B)

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Herhaling BIG
Je mag medicatie toedienen als:
A
Op vertrouwen van de cliënt
B
Je een training behaald hebt
C
Onder toezicht van een arts
D
Onder toezicht van een MZ collega

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Je bent bevoegd als je de juiste diploma's, certificaten enz. hebt. Wanneer ben je bekwaam?
A
Je vertrouwt op eigen kunnen.
B
Je bezit de juiste competenties voor de taak en handeling.
C
Je bevestiging van je teamleider hebt
D
Je hebt minimaal 1x laten zien dat je het kan.

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Medicatie beleid
Bijna alle organisaties zien medicatiehandelingen als risicovolle handelingen. Daarom hebben ze regelingen en protocollen vastgelegd in een apart medicatiebeleid.

Denk daarbij aan:
  • verantwoordlijkheden van bijvoorbeeld arts en andere beroepsbeoefenaren;
  • procedures voor bestellen en toedienen van medicatie;
  • het melden van medicatie-incidenten.

Wat staat niet in het beleid: 
  • De zorgverzekeraar bepaalt de vergoeding van medicatie.
  • De arts bepaalt wat een cliënt wel of niet mag hebben aan medicatie.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Wie heeft de verantwoordelijkheid?
Arts en/of behandelaar.
<div><br /></div><div>Apotheker.</div>
Zorgverlener/zorgaanbieder.
Het voorschrijven van medicatie.
Het verwerken en afleveren van medicatie.
Het toedienen van medicatie.

Slide 11 - Drag question

This item has no instructions

Medicatie beheer: uitzetten medicatie
Als (persoonlijk) begeleider maatschappelijke mag je niet altijd medicatie klaarzetten en uitdelen. 
Het klaarzetten en uitdelen van medicatie wordt aangemerkt als een risicovolle handeling. Dit mag bijvoorbeeld een verpleegkundige. 
Een toedienlijst is een overzicht van welke medicatie een cliënt in welke hoeveelheid op welke tijd in welke vorm moet krijgen, met zo nodig aanvullende informatie voor het toedienen. De begeleider tekent af op de lijst als de medicatie is gegeven.
Het medicatieoverzicht geeft inzicht in de medicatiegegevens voor alle zorgverleners en patiënt. Zo kunnen de voorschrijvers, apotheker en toedieners continuïteit van zorg leveren en een verantwoorde medische risico-inschatting maken.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Medicatie beheer: BEM
BEM is ontwikkeld door het Instituut Verantwoord Medicijngebruik. Met het hulpmiddel BEM maak je als begeleider een individueel plan voor het medicijngebruik van de cliënt op dat moment.

Bij het invullen van een BEM-formulier wordt een BEM-indicatie gegeven:
Categorie 1: cliënt bestelt en gebruikt medicatie zelf.
Categorie 2: zorg bestelt medicatie, cliënt gebruikt medicatie zelf.
Categorie 3: cliënt bestelt medicatie, zorg biedt hulp bij (een deel van) medicatie.
Categorie 4: zorg bestelt en biedt hulp bij (een deel van) medicatie.
Categorie 5: zorg bestelt, biedt hulp bij medicatie en ziet toe op inname.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Medicatie beheer: datum
LOT 07 C 20 betekent dat het geneesmiddel op 20 maart 2007 is gemaakt.

LOT en MFD geven de datum aan waarop het geneesmiddel werd gemaakt. Eerst wordt het jaartal, dan de maand en als laatste de dag aangegeven. De maand wordt weergegeven met een letter: A = januari, B = februari, etc.

LOT 07 C 20 betekent dus:
07: is het jaartal waarin het is gemaakt.
C: staat voor de derde maand (= maart).
20: staat voor de dag.
LOT = Batchnummer
MFD: Manufactured

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Welke bewaartijd hoort bij welke medicatie?
Capsules.
Zalven in een potje.
<span> </span><div>Oogdruppels.</div>
<div><br /></div><div>Dranken.</div>
Bewaartijd is maximaal één jaar.
Bewaartijd is maximaal drie maanden.
Bewaartijd is maximaal één maand.
Bewaartijd is maximaal zes maanden.

Slide 15 - Drag question

This item has no instructions

Medicatiegebruik: neveneffect
Resistentie. 
Door opgebouwde weerstand werkt het medicijn niet of minder goed.

Cumulatie.
Door ophoping wordt de werking van het medicijn versterkt.

Gewenning.
Voor het bereiken van het gewenste effect is een steeds grotere hoeveelheden nodig.

Verslaving.
Iemand is geestelijk en lichamelijk afhankelijk van het medicijn.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Medicatiegebruik: stoffen
Een medicijn bestaat uit werkzame stof(fen) en hulpstof(fen). 

De stof die het effect van het medicijn veroorzaakt, heet werkzame stof.

De Hulpstof is een bindmiddel of het wordt toegevoegd om het volume te vergroten. Een hulpstof kun je vervangen door een andere hulpstof zonder dat dit invloed heeft op de werking van het medicijn.

De apotheker kan een merkmiddel of een merkloos middel meegeven. Een merkloos middel heet ook wel een generiek geneesmiddel. Dat zijn medicijnen met dezelfde werkzame stof, die door meerdere fabrikanten geproduceerd worden.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Medicatie soort: supplementen
Het aanvullen van een tekort in het lichaam noem je een suppletief. Dit is anders dan een geneesmiddel die kan genezen, behandelen of voorkomen van een ziekte of medische klacht.

Een voorbeeld van een suppletief is vitamine D-druppels. Je lichaam maakt vitamine D zelf aan onder de invloed van Uv-licht. Als je weinig buiten komt maak je dus minder vitamine d aan en moet je aanvullen. 

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Medicatie bewaren: sondevoeding
Na opening kan de voeding in originele verpakking, afgesloten en gekoeld bij een temperatuur van 4 – 7º C (koelkast) maximaal 24 uur bewaard worden. Datum en tijd van opening wordt op de verpakking aangegeven.

Sondevoeding wordt allen toegediend door: verpleegkundige, verzorgende of de cliënt en naasten als ze een goede instructie en oefening gehad hebben.  

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Vragen? 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Deel 2 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen 
Aan het einde van de les kan de student: 
  • Uitleggen hoe je veilig medicatie toedient bij cliënten. (B)
  • Uitleggen hoe diverse medicatie wordt toegediend. (B)

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Medicatie toedienen: veiligheid
Bij medicatieveiligheid gaat het om veilige zorg voor de cliënt én om veilig werken voor de begeleider. Het uiteindelijke doel is:

  1. De juiste cliënt krijgt,
  2. Van de juiste begeleider (die moet het mogen geven, soms is dat niet de eigen begeleider),
  3. Het juiste medicijn,
  4. Op de juiste tijd,
  5. In de juiste hoeveelheid en
  6. Op de juiste wijze.
Medicatieveiligheid gaat over alle activiteiten die zijn gericht op de juiste voorschrijving, aflevering en het juiste gebruik van geneesmiddelen.

Een medicatiefout is elke fout in het proces van voorschrijven, ter hand stellen/afleveren, opslag/beheer, gereedmaken, toedienen/registreren en evalueren, ongeacht of er schade is opgetreden.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Medicatie toedienen: veiligheid
Het gaat hier om de veiligheid van zowel de zorgvrager als de zorgverlener.
Het is belangrijk dat tussen de arts, apotheek, zorgorganisatie, zorgvrager, mantelzorgers en vanuit de zorg afstemming is. Alle betrokkenen moeten goed op de hoogte zijn van hun verantwoordelijkheid. Ieders verantwoordelijkheid is beschreven in de veilige principes. De hele keten van betrokkenen is hierin belangrijk. 

Soms is het voor een zorgvrager niet mogelijk om de medicatie zelf te beheren of in te nemen. Dan neemt je als zorgverlener deze taak over.
Dubbelcontrole doe je niet bij alle medicatie. Check goed wat de afspraken zijn binnen de organisatie waar je werkt.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Medicatie mag je afgesloten en buiten bereik de cliënt bewaren als:
A
Als de cliënt instemt (wilsbekwaam).
B
Als de cliënt wilsbekwaam is en het netwerk ermee instemt.
C
Als de cliënt wilsonbekwaam is en de familie ermee instemt.
D
Als de cliënt wilsonbekwaam is en de wettelijke vertegenwoordiger hiermee instemt.

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Waar kan je fouten van medicatie melden?
A
VIM-melding
B
VMI-melding
C
MIP-melding
D
MIC-melding

Slide 26 - Quiz

Voorkomen Medicatie-Incidenten (VMI) van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) is het landelijk meldpunt voor fouten rondom medicatietoediening.
Medicatie toedienen: toedieningsvorm
De toedieningsvorm is een hulpmiddel om de werkzame stof van een medicijn op de juiste plaats in het lichaam te krijgen. Een voorbeeld van een toedieningsvorm is een zetpil paracetamol tegen pijn.

Een zetpil paracetamol tegen de pijn is een voorbeeld van een systemische toediening via de bloedsomloop. De zetpil wordt in de endeldarm, dus rectaal toegediend. Paracetamol dient in dit geval als pijnstiller en dient in het bloed te worden opgenomen.

Als het een andere zetpil betreft, bijvoorbeeld voor een lokale werking in de darmen, dan is de werking lokaal en rectaal.

Parenteraal betekent buiten de darm om, 
zoals via de huid, longen of met een injectie. 
Injecteren kan intraveneus, intramusculair en subcutaan.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Medicatie toedienen en aanreiken 
Als de cliënt niet in staat is om zelf de medicijnen te pakken, maar wel in staat is om te controleren wat hij neemt.
Gebeurt als de cliënt niet zelf de verantwoordelijkheid kan dragen voor inname.
Toedienen
Aanreiken 

Slide 28 - Drag question

This item has no instructions

Medicatie toedienen: oogdroppels
Bij het toedienen van oogdruppels vraag je de cliënt het hoofd achterover te buigen en ga je zelf achter de cliënt staan.
Zo kun je de oogdruppel het makkelijkst toedienen. 
De traanbuis druk je 60 seconden dicht door 
met schone handen zachtjes net onder het 
kleine harde bobbeltje in de binnenhoek 
(aan de neuskant) te drukken. 
Zo blijft de medicatie in het oog.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Toedienen medicatie: Hoe moeten oordruppels worden toegediend?
A
Laat de druppels in de gehoorgang vallen. Alles wat in de oorschelp valt neemt het oor later op.
B
Maak de oorschelp tot een kommetje en druppel in het oor.
C
Hoofd op zij houden, in het oor druppelen en vervolgens het oor afdekken.
D
Op de zij liggen of het hoofd opzij houden. Trek de oorschelp naar achter en naar boven.

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Toedienen medicatie: fijnmalen
Fijnmalen wordt gedaan bij bijvoorbeeld slikproblemen.
De arts schrijft voor of een recept gemalen mag worden. De apotheker checkt dit en vermeldt het fijnmalen op de toedieningslijst. Elke tablet wordt bij voorkeur apart gemalen. Alleen na overleg met de apotheek kan uit praktische overwegingen gekozen worden om de tabletten per zorgvrager per deelronde gelijktijdig fijn te malen.

In overleg met de apotheek wordt een halfvaste voeding gekozen (bijvoorbeeld appelmoes) voor de toediening van fijngemalen tabletten. Gebruik bij voorkeur geen zuivelproducten in verband met mogelijke interacties.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Toedienen medicatie: Microlax
Bij het inbrengen wordt de canule niet dichtgeknepen, want dan loopt de medicatie er te vroeg uit. Bij het verwijderen wordt de microlax wel dichtgeknepen, want anders kan de medicatie terug worden gezogen in de canule. Om het laxeermiddel te laten inwerken wordt de zorgvrager gevraagd om 5 tot 10 minuten te blijven liggen,
 zodat de vloeistof niet naar buiten komt. 
Het laxeermiddel gaat meestal na 
5 tot 20 minuten werken.

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Waarom gebruik je handschoenen bij het smeren van zalven, crèmes en pasta's bevatten met medicamenten?
A
Vanwege hygiëne
B
Dat smeert de stof beter uit.
C
Zodat jouw huid de werkzame stof niet opneemt.
D
Zodat je geen stoffen gaat mixen op je hand.

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Waarom haal je zalf die uit een potje komt met een spatel eruit i.p.v. je vinger?
A
Zo bederft de zalf minder snel.
B
Dit heeft te maken met hygiëne.
C
Hierdoor kan je exacte hoeveelheid pakken.
D
Dan hoef je geen handschoenen te dragen.

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Medicatie toedienen: zetpil
Een zetpil is een medicijn dat je rectaal (via de anus) moet toedienen. De werkzame stof wordt dan via het darmslijmvlies opgenomen in de bloedbaan.

Wanneer iemand problemen heeft met slikken of veel braakt, is een zetpil een goed alternatief voor een tablet. Het is belangrijk dat de toediening van de zetpil in de juiste houding en op de juiste manier gebeurt.
De juiste houding is op de linkerzijde. Door de anatomie van de darmen komt de zetpil op deze manier het snelst op de goede plek terecht. Dat versnelt de opname van het medicijn .
De juiste manier. Het maakt niet zoveel uit of je de punt of de stompe kant inbrengt. Breng de zetpil voorbij de sluitspier. Na het inbrengen moet de cliënt vijf tot tien minuten blijven liggen om te voorkomen dat de zetpil weer naar buiten komt.

Een bekend voorbeeld van een zet pil is paracetamol. Paracetamol gebruik je bij de bestrijding van symptomen als gevolg van een ziekte of aandoening.

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Ik ben klaar om volgende week de toets te maken
😒🙁😐🙂😃

Slide 36 - Poll

This item has no instructions

Dit onderwerp moet voor de toets besproken worden:

Slide 37 - Mind map

This item has no instructions

Succes op de toets!

Slide 38 - Slide

This item has no instructions