K1, K2 und K3

schreiben
macht Spaß
1 / 18
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

schreiben
macht Spaß

Slide 1 - Slide

Lernziel: Feststellen inwieweit du für die Prüfung am 10. März vorbereitet bist 

Vokabeln K1 - K3 + Grammatik K1 - K3  

Slide 2 - Slide

VERBEN im Präsens und Präteritum: haben, sein, werden, Modalverben, Personalpronomen im 3. und 4. Fall. 

NEUER BRIEF: 12 Sätze
In der Klasse: 

Slide 3 - Slide

Jetzt geht's los!
- 12 Sätze - 

Slide 4 - Slide

die Aufgabe
  1. Aanhef
  2. Hoe gaat het met jou? Met mij heel goed. 
  3. Je zegt dat je in Oostenrijk bent en dat het weer echt super is..
  4. Je schrijft dat de natuur heel mooi is.
  5. Je zegt dat je vanmorgen hebt gevoetbald. 
  6. Je schrijft dat je met je ouders kampeert en dat jullie elke dag wandelen.
  7. Je geeft aan dat je vanmorgen aan je been gewond bent geraakt.
  8. Vraag hoe de omgeving bij hem/haar is.
  9. En vraag hoe hij/zij naar het centrum komt.
  10. Vraag of hij/zij moet overstappen  en waar hij/zij moet uitstappen.
  11. Vraag of het bij hem in de stad net zo mooi is  als thuis. 
  12. Hopelijk tot gauw en groetjes
  13. naam

 Quelle NK K1, K2 + K3: 
Lernliste und grammatik: S.33, S.48-S. 51,  S.73, S.88 - S.91,  S.113, S.128 - S.131
Grammatik: Ab S.146 Nummer 1, 2, 3, 4, 6, 7 , 8, 9, 10, 15, 16  
Je bent op vakantie in Oostenrijk en je schrifjt je vriend/(in) een bericht. Hij/zij is ook op een andere plek dan thuis.  

Slide 5 - Slide

Beste Bert,
timer
1:00

Slide 6 - Open question

hoe gaat het met jou?
Met mij heel goed.
timer
1:00

Slide 7 - Open question

Je zegt dat je in Oostenrijk bent
en dat het weer echt super is.
timer
1:00

Slide 8 - Open question

Je schrijft dat de natuur
heel mooi is
timer
1:00

Slide 9 - Open question

je vertelt dat je vanmorgen
hebt gevoetbald
timer
1:00

Slide 10 - Open question

je schrijft dat je met je ouders
kampeert en dat jullie elke dag wandelen
timer
1:00

Slide 11 - Open question

je geeft aan dat je vanmorgen
aan je been gewond bent geraakt.
timer
1:00

Slide 12 - Open question

Vraag hoe de omgeving bij
hem/haar is.
timer
1:00

Slide 13 - Open question

En vraag hoe hij/zij naar het
centrum komt?
timer
1:00

Slide 14 - Open question

Vraag of hij/zij moet overstappen
en waar hij/zij moet uitstappen.
timer
1:00

Slide 15 - Open question

Vraag of het bij hem in de stad
net zo mooi is als thuis.
timer
1:00

Slide 16 - Open question

Hopelijk tot gauw
Groetjes,
Naam
timer
1:00

Slide 17 - Open question

Du hast es geschafft!

Slide 18 - Slide