TIG lassen met vragen

TIG Lassen

Les 1 het lasproces, De stroomsoort

Les 2 De elektrode

1 / 45
next
Slide 1: Slide
New lesson editorTechniekMBOStudiejaar 2

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

TIG Lassen

Les 1 het lasproces, De stroomsoort

Les 2 De elektrode


  • Hoe komt de lasboog bij TIG-lassen tot stand?

  • Hoe stel je een goede TIG-lasinstallatie samen?

  • Waar hangt de keuze van de elektrode vanaf?

  • Hoe kies je de juiste instelling bij TIG-lassen?

  • Welke maatregelen neem je om veilig te kunnen lassen?


Het lasproces

  • Wolfraam = tungsten

Door de toepassing van een inert gas bij het Tig lassen


A

smelt de elektrode

B

verbrandt de elektrode niet

C

is de vlamboog stabiel

D


  • Elektronen stroom en ionen stroom

  • Waar ontstaat de meeste warmte


  • Boogtrekken


  • Lasdraad in de lasboog


  • Stuwing neemt de druppel van de lasdraad mee in de lasboog




  • Stroom


Boogtrekken bij TIG-lassen gebeurt door

A

een hoogfrequente trilling

B

een hoogfrequente spanning

C

een hoge piekstroom

D

een hoge pulsstroom

De boog bij TIG-Lassen zal in eerste instantie starten doordat

A

de luchtkolom geleidend wordt door metaalatomen

B

de luchtkolom geleidend wordt door ionen

C

de luchtkolom geleidend wordt door elektronen

D

de luchtkolom geleidend wordt door de hoge temperatuur

Materiaaloverdracht bij TIG-lassen vindt plaats

A

door via de toorts een draad aan te voeren

B

door het afsmelten van de elektrode

C

door een lasdraad in de boog af te smelten

D

door ijzerpoeder in de boog te smelten

De stroomsoort

Gelijkstroom, Wisselstroom, Pulserende stroom

Gelijkstroom

  • Elektrode aan de minpool

  • Werkstuk aan de pluspool (anode grootste warmte ontwikkeling)


  • Voor oxidehuid werkstuk aan de minpool, ionenbombardement breekt oxidehuid

  • Oxidehuid uit het smeltbad wordt weg geblazen, dit verschijnsel noem je de reinigende werking van de lasboog

  • Kans dat elektrodepunt smelt is ook groot, daarom gelegeerde elektrode

We lassen bij het TIG -proces bij voorkeur met het werkstuk aangesloten aan de anode. De reden hiervoor is dat

A

door botsing van ionen tegen de anode veel warmte vrijkomt

B

door botsing van elektronen tegen de anode veel warmte vrijkomt

C

de kathodeval het grootst is

D

de boog fel en stuwend is

Sommige metalen kunnen we niet beheerst smelten wanneer het werkstuk op de anode is aangesloten. Dit komt omdat deze materialen

A

een hoog smeltpunt hebben

B

een oxidehuid bezitten

C

een oxidehuid met een hoog smeltpunt bezitten.

D

Answer D

Bij aluminium wordt het werkstuk op de kathode aangesloten. Dit doen we omdat

A

de warmtewikkeling groter is waardoor de oxidehuid smelt

B

het ionenbombardement de oxidehuid breekt

C

de anodeval op deze manier het grootst is

D

Answer D

Een groot nadeel van het aansluiten van het werkstuk aan de kathode is dat

A

de elektrode thermisch zwaarder belast wordt en kan gaan smelten

B

door het zelfreinigende effect van de boog spatvorming optreedt

C

de warmteontwikkeling kleiner is


Wisselstroom

  • Aluminium oxidehuid doorbreken.

  • Metalen met hoog smeltpunt zoals koper niet geschikt voor wisselstroom. Deze lassen met gelijkstroom met de elektrode aan de minpool.



Pulserende stroom

  • Stroomverloop in blokken regelen

  • Piekstroom ontstaat smeltbad, die tijdens basisstroom afkoelt.

  • Tijdens piekstroom de voorloopbeweging stoppen. Dit lukt bij handmatig lassen niet.

  • Bij gemechaniseerd lassen kun je de voorloopbeweging en de pulstijden synchoniseren. Nu benut je de voordelen van het pulserend lassen

  • Weinig warmte-inbreng, waardoor:

  • Weinig kans op vervorming, minder kans op poreusheid, minder kans op warmtescheuren, betere beheersing van de materiaalstructuren.

De elektrode

De elektrode, elektrodemateriaal, elektrodemiddellijn , elektrodepunt, keuze van de elektrode

Eisen elektrodemateriaal

  • Door de zeer hoge temperatuurbelasting, ondanks de koeling

  • Lage elektrische weerstand, waardoor weinig warmte ontstaat bij de stroomdoorgang.

  • Een goede warmtegeleiding, waardoor de ontwikkelde warmte snel wordt afgevoerd

  • Een hoog smeltpunt, waardoor de elektrode niet afsmelt.

  • Een hoge emissie van elektronen om snel een goede lasboog te kunnen vormen.

Elektrodemateriaal

  • Legeren met thoriumoxide of zirkoniumoxide verhoogt de thermische belastbaarheid en het emissiecoefficient van ionen.

  • Gelegeerde elektrode duurder


Elektrodemiddellijn

  • Dun mogelijke elektrode voor een stabiele lasboog.



Elektrodepunt

  • Stabielere lasboog als je de elektrode punt slijpt. De brandvlek van de lasboog wordt dan kleiner, waardoor de warmte zich op een kleiner oppervlak concentreert

Keuze van de elektrode

  • Welke elektrode je kiest hang af van de stroomsoort, de polariteit en de stroomsterkte.

Waarom legeren we een elektromateriaal zoals zuiver wolfraam met thoriumoxide

A

om de stroomgeleiding te verbeteren

B

om het smeltpunt van de elektrode te verhogen

C

om de emissiecoefficient te verlagen

D

om de elektrode goedkoper te maken

Het beschermgas

Soorten en toepassingen Argon , Helium, Argon Helium menggas

Gasvoorziening

Backinggas

Taak van het beschermgas bij TIG-lassen is drieledig

  • Het verdringen van de buitenlucht op de lasplaats. Hierdoor beschermen we het tot smelten gebrachte materiaal en de elektrode tegen oxidatie en stikstof opname

  • Het koelen van de elektrode door het langstromende gas tijdens het lassen

  • Het leveren van elektronen en positief geladen ionen. Deze zijn nodig om de boog te kunnen ontsteken en in stand te houden.

Om de oxidatie van de doorlassing bij het TIG-lassen te voorkomen, maken we gebruik van

A

een toorts met slof

B

een gaslens

C

backinggas

Argon


De hoeveelheid backinggas die we moeten aanvoeren bij het TIG-Lassen regelen we met

A

een manometer

B

een flow-meter

C

een reduceerventiel

D

een gasregelklep

Bij een dubbelstroombron kunnen we

A

verschillende lasstromen instellen

B

lassen met wissel- en gelijkstroom

C

de polarisatie van elektrode en werkstuk instellen

De gasstroom richten we met

A

het gasmondstuk

B

de klemnippelhouder

C

het toortslichaam

D

de elektrodepunt

Als we lassen met een elektrode van 3 mm dan keizen we voor een gasmondstuk met een opening van

A

1,5 mm

B

3,0 mm

C

12 mm

D

20mm

Om in diepere naden te kunnen lassen vergroten we de uitsteeklengte van de elektrode. Om in deze situatie de verbranding van de elektrode te voorkomen

A

passen we een gasspaarklep toe

B

passen we een gaslens toe

C

passen we een grotere gascup toe

Bij Tig-lassen gebruiken we verschillende typen lastoorten. Voor welk type we kiezen hangt met name af van

A

de grootte van de lasstroom die we instellen

B

de bereikbaarheid van de lasplaaats

C

soort en hoeveelheid beschermgas dat we willen toepassen

D

soort materiaal en lengte van de elektrode waarmee we lassen.

Met een hoogfrequente-installatie kunnen we

A

een hoge stroomsterkte instellen

B

gas met een hoge snelheid doceren

C

de elektrode contactloos ontsteken

In het schema van de lascyclus zie je dat de toevoer van het beschermgas nog aanwezig is nadat de lasbeweging is gestopt. Dit doen we om

A

de hete elektrode te koele

B

het materiaal tijdens het afkoelen te beschermen

C

de elektrode te koelen en het materiaal tijdens het afkoelen te beschermen

Als je bij het TIG-lassen de schakelaar van de toorts kunt loslaten zoder dat de lascyclus stopt, heb je te maken met een

A

tweetaktregeling

B

viertaktregeling

C

proportionele regeling

Aanhechtingsfouten ontstaan wanneer we

A

herstarten op een warme lasrups

B

herstarten op een langzaam opgewarmde krater

C

herstarten op een koude lasrups

Een grotere booglengte zal bij TIG-lassen leiden tot

A

een lagere boogspanning en een grotere brandvlek

B

een hogere boogspanning en een grotere brandvlek

C

een lagere boogspanning en een kleinere brandvlek