Strux Spelling hst 34 au of auw

Strux Spelling hst 34 au of auw
1 / 23
next
Slide 1: Slide
SpellingPraktijkonderwijsVoortgezet speciaal onderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Strux Spelling hst 34 au of auw

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Slide 4 - Slide

Blauwe

Blau-we

Slide 5 - Slide

één klauw

twee klauwen

klau-wen

Slide 6 - Slide

nauwe

(nau-we)


bijvoorbeeld: De doorgang is nauw.

Slide 7 - Slide

één wenkbrauw
(wenk-brauw)

twee wenkbrauwen
(wenk-brau-wen)

Slide 8 - Slide

snauw

snauwen
(snau-wen)

Slide 9 - Slide

één pauw

twee pauwen
(pau-wen)

Slide 10 - Slide

flauwe
(flau-we)



bijvoorbeeld: een flauwe mop.

Slide 11 - Slide

één kabeljauw
(ka-bel-jauw)

twee kabeljauwen
(ka-bel-jau-wen)

Slide 12 - Slide

saus

Slide 13 - Slide

pauze
(pau-ze)

Slide 14 - Slide

auto
au-to

Slide 15 - Slide

Koud

koude
(kou-de)

Slide 16 - Slide

Ik hou van je.

Slide 17 - Slide

eenvoudig
(een-vou-dig)


Dit is een eenvoudig tekeningetje van een huis.

Slide 18 - Slide

huishouden
(huis-hou-den)

Slide 19 - Slide

Soms hoor je au, maar schrijf je ou.
één gebouw
(ge-bouw)

twee gebouwen
(ge-bou-wen)

Slide 20 - Slide

Soms hoor je au, maar schrijf je ou.
goud

gouden
(gou-den)

Slide 21 - Slide

Soms hoor je au, maar schrijf je ou.
trouw

trouwen
(trou-wen)

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide