De kledij - herhaling woordenschat + kleuren

De kledij - 
herhaling woordenschat + kleuren
1 / 25
next
Slide 1: Slide
OKANBuitengewoon secundair onderwijs

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

De kledij - 
herhaling woordenschat + kleuren

Slide 1 - Slide

welke kleuren zijn er?

Slide 2 - Mind map

Welke kleur is dit?

Slide 3 - Open question

Welke kleur is dit?

Slide 4 - Open question

Welke kleur is dit?

Slide 5 - Open question

Welke kleur is dit?

Slide 6 - Open question

Welke soorten kledij ken je?

Slide 7 - Mind map

Wat zie je op de foto?

Slide 8 - Open question

Wat zie je op de foto?

Slide 9 - Open question

Wat zie je op de foto?

Slide 10 - Open question

Wat zie je op de foto?

Slide 11 - Open question

Wat zie je op de foto?

Slide 12 - Open question

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Vul de zin verder aan;
Hij draagt een ______ pet.

Slide 15 - Open question

Vul de zin verder aan;
Zij draagt een ______ jurk.

Slide 16 - Open question

Vul de zin verder aan;
Hij draagt een ______ T-shirt.

Slide 17 - Open question

Vul de zin verder aan;
Zij heeft ______ schoenen aan.

Slide 18 - Open question

Vul de zin verder aan;
Zij draagt een ______ muts.

Slide 19 - Open question

Vul de zin verder aan;
Hij draagt een ______ hemd.

Slide 20 - Open question

Welke zin JUIST?
A
Hij draagt een blauw broek.
B
Hij dragen een blauwe broek.
C
Hij draag een blauwe broek.
D
Hij draagt een blauwe broek.

Slide 21 - Quiz

Welke zin JUIST?
A
Ik draag een zwarte T-shirt.
B
Ik dragen een zwart T-shirt.
C
Ik draag een zwart T-shirt.
D
Hij draag een zwart T-shirt.

Slide 22 - Quiz

Welke zin JUIST?
A
Wij dragen een bruine riem.
B
Wij draagt een bruin riem. .
C
Wij dragen een bruin riem.
D
Wij draag een bruine riem.

Slide 23 - Quiz

Welke zin JUIST?
A
Jij draagt een rood pet.
B
Jij draagt een roode pet.
C
Jij draag een rode pet.
D
Jij draagt een rode pet.

Slide 24 - Quiz

Welke zin JUIST?
A
Ik dragen een witte jurk.
B
Ik draagt een wite jurk.
C
Ik draag een witte jurk.
D
Ik draag een wit jurk.

Slide 25 - Quiz