SO1 oefening

DOELEN
  1. Leren toepassen van  lidwoorden bij zelfstandige naamwoorden
  2. Meervoud leren van zelfstandige naamwoorden
  3. Oefenen woordjes
Hoe?

  1. Practicar el artículo  con el sustantivo  (trabajar juntos)
  2. Practicar el plural
  3. Practicar el vocabulario en Blooket
1 / 26
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolWOhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

DOELEN
  1. Leren toepassen van  lidwoorden bij zelfstandige naamwoorden
  2. Meervoud leren van zelfstandige naamwoorden
  3. Oefenen woordjes
Hoe?

  1. Practicar el artículo  con el sustantivo  (trabajar juntos)
  2. Practicar el plural
  3. Practicar el vocabulario en Blooket

Slide 1 - Slide

Woorden die eindigen op -o zijn meestal.... net zoals woorden op -or, -aje.
A
Vrouwelijk
B
Mannelijk
C
Onzijdig
D
Vrouwelijk en mannelijk

Slide 2 - Quiz

Woorden die eindigen op -a zijn meestal.... zoals woorden op -ción, tad of -dad
A
Mannelijk
B
Onzijdig
C
Mannelijk en vrouwelijk
D
Vrouwelijk

Slide 3 - Quiz

Welke zijn onbepaalde lidwoorden?
Dus "een" in het Spaans. Meer dan 1 antwoord is goed.
A
La
B
Los
C
Un
D
Unos

Slide 4 - Quiz

Het juiste lidwoord voor hermano is...
A
LAS
B
EL
C
LA
D
LOS

Slide 5 - Quiz

Het juiste lidwoord voor ventana is...
A
LOS
B
EL
C
LAS
D
LA

Slide 6 - Quiz

Het juiste lidwoord voor ESTACIÓN is...
A
EL
B
LA
C
LAS
D
LOS

Slide 7 - Quiz

Zet het juiste bepaalde lidwoord bij het juiste woord
hijo
problema
piscina
ciudad
canción
holandesa
chica
vacaciones
hermanos
pueblos
mexicanos
radio
alemán
amigas
EL
LA
LOS
LAS

Slide 8 - Drag question

Het juiste lidwoord voor amigo is...
A
LA
B
EL
C
LAS
D
LOS

Slide 9 - Quiz

Het juiste lidwoord voor HOSPITALES is...
A
LA
B
EL
C
LAS
D
LOS

Slide 10 - Quiz

Het juiste lidwoord voor amiga is...
A
UNA
B
UN
C
UNAS
D
UNOS

Slide 11 - Quiz

Het juiste lidwoord voor PROBLEMA is...
A
UNA
B
UN
C
UNAS
D
UNOS

Slide 12 - Quiz

Het juiste lidwoord voor HOLANDÉS is...
A
UNA
B
UN
C
UNAS
D
UNOS

Slide 13 - Quiz

Wat is het meervoud van...?
chica

Slide 14 - Open question

Wat is het meervoud van...?
capital

Slide 15 - Open question

Wat is het meervoud van...?
inglés

Slide 16 - Open question

Wat is het meervoud van...?
participante

Slide 17 - Open question

Wat is het meervoud van...?
simpática

Slide 18 - Open question

Wat is het meervoud van...?
supermercado

Slide 19 - Open question

Wat is het meervoud van...?
ciudad

Slide 20 - Open question

Beantwoord deze vraag in het Spaans
HOLA, ¿QUÉ TAL?

Slide 21 - Open question

Beantwoord deze vraag in het Spaans
met een volledige zin.
¿Cómo te llamas?

Slide 22 - Open question

Beantwoord deze vraag in het Spaans
met een volledige zin.
¿Cuántos años tienes?

Slide 23 - Open question

Beantwoord deze vraag in het Spaans
met een volledige zin.
¿De dónde eres?

Slide 24 - Open question

Beantwoord deze vraag in het Spaans
met een volledige zin.
¿Dónde vives?

Slide 25 - Open question

Beantwoord deze vraag in het Spaans
met een volledige zin.
¿Cuál es tu número de teléfono?

Slide 26 - Open question