Kalender + seizoenen herhaling

Kalender + seizoenen

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRekenenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2Leerroute 3Leerroute 4

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Kalender + seizoenen

Hoe ziet de les eruit?


  • quiz in lessonup

  • zelfstandig werken aan opdracht maanden en seizoenen wiel

de kalender?

de seizoenen?

Doel

Aan het einde van deze les kan je de volgorde van de seizoenen opnoemen en weet je wat hoort bij ieder seizoen.

Seizoenen

Lente
Zomer

Herfst
Winter

de lente

In de lente worden dagen langer, groeit er nieuw groen en krijgen dieren jongen.

de zomer

In de zomer is het vaak warm, groeien veel planten en hebben mensen zomervakantie. Je kan buiten zwemmen en eet vaker ijsjes.


de herfst

In de herfst worden bladeren bruin en vallen van de bomen. Het regent vaker en het wordt kouder.

de winter

In de winter zijn de dagen kort, kan het vriezen of sneeuwen en houden sommige dieren een winterslaap.
De bomen hebben de bladeren verloren en zijn kaal.
Je draagt vaker een muts, sjaal en wanten.

Quiz

Luister goed naar de vraag en geef antwoord.

Welke maand begint de lente?

A

Februari

B

November

C

Maart

D

Juli

Welke maand komt na maart?

A

Januari

B

Februari

C

April

D

Maart

Hoeveel weken heeft een maand ongeveer?

A

4

B

9

C

15

D

1

Wat komt na de winter?

A

Herfst

B

Seizoen

C

Zomer

D

Lente

Wat hoort bij de lente en wat hoort bij de winter?

lente

winter

Hoeveel dagen heeft een week?

A

3

B

7

C

10

D

4

Wat komt na de herfst?

A

Winter

B

Seizoen

C

Zomer

D

Lente

Welke maand kom er na juni?

A

mei

B

juli

C

augustus

D

september

Wat komt na de lente?

A

Herfst

B

Seizoen

C

Zomer

D

Winter

Welke maand komt er na januari?

A

december

B

februari

C

maart

D

april

Wat komt na de zomer?

A

Herfst

B

Seizoen

C

Lente

D

Winter

Wat hoort bij de herfst en wat hoort bij de zomer?

herfst

zomer

Kun jij de seizoenen opnoemen?

Probeer nu in de juiste volgorde de seizoenen te noemen en wat past bij ieder seizoen.

Hoe ging de Quiz voor jou?