Hoofdstuk 5

omdenken
1 / 27
next
Slide 1: Slide
NederlandsBeroepsopleiding

This lesson contains 27 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

omdenken

Slide 1 - Slide

Filosofie en ethiek - hoofdstuk 5
  • Passieve constructies toepassen
  • Parafraseren
  • Een betoog schrijven

Slide 2 - Slide

Heb jij genoeg tijd voor de dingen die je wilt doen? Of zitten er altijd te weinig uren in een dag?
Wat zou jij doen als je meer tijd had?

Slide 4 - Slide

Vragen bij tekst 1
Voor 1884
via lokale, meestal astronomische waarnemingen gebaseerde tijdmetingen; 
Na 1884
via het internationale ijkpunt voor tijdmeting in Greenwich.

Slide 5 - Slide

Vragen bij tekst 1
Voor 1884
via lokale, meestal astronomische waarnemingen gebaseerde tijdmetingen; 
Na 1884
via het internationale ijkpunt voor tijdmeting in Greenwich.
Onthaasten
het rustiger aandoen, zich minder gaan haasten dan voorheen 

Slide 6 - Slide

Vragen bij tekst 1
Voor 1884
via lokale, meestal astronomische waarnemingen gebaseerde tijdmetingen; 
Na 1884
via het internationale ijkpunt voor tijdmeting in Greenwich.
Consuminderen
minder geld uitgeven (aan consumptiegoederen), 0.a. om het milieu te sparen.
Onthaasten
het rustiger aandoen, zich minder gaan haasten dan voorheen 

Slide 7 - Slide

opdracht 5 - kopjes plaatsen
  1. Druk druk druk
  2. Geen grip op tijd
  3. Hoe laat is het?
  4. Angst voor leegte
  5. Zonder tijd, geen creativiteit
  6. Geen tijd voor contacten
  7. Belang van tijd voor jezelf
  8. De tijd vliegt
  9. Op zoek naar Balans
  10. Bewuster omgaan met tijd

Slide 8 - Slide

https://www.npostart.nl/durf-te-denken/24-09-2011/POW_00399913

Slide 9 - Slide

Het was een foute keuze geweest, dat besefte de oude man heel goed.

Slide 10 - Slide

www.durftedenken.nl
Om de uitslag te zien moet je je aanmelden voor de nieuwsbrief.

Slide 11 - Slide

Schrijf elkaars zinnen op.
Het was een foute keuze geweest. Dat besefte de oude man heel goed.
timer
10:00

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

6. verminderen en verfijnen
1. d
2. a
3. Met het geld dat beschikbaar is, laten ze zien dat ze het welzijn van dieren belangrijk vinden.
4. Alle kun je uitleggen / ales is uit te leggen.
5. Mensen verwachten dat ziektes te genezen zijn, maar zijn tegen dierproeven.

Slide 14 - Slide

6. verminderen en verfijnen
1. d
2. a
3. Met het geld dat beschikbaar is, laten ze zien dat ze het welzijn van dieren belangrijk vinden.
4. Alle kun je uitleggen / ales is uit te leggen.
5. Mensen verwachten dat ziektes te genezen zijn, maar zijn tegen dierproeven.
7.
Is je mening veranderd?

Slide 15 - Slide

etisch dilemma
Wat doe je?

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Parafraseren
Hij zei dit en 
hij zei dat en 
hij zei zus en 
hij zei zo

Slide 18 - Slide

passieve zinnen en 'er'
onbepaald subject
'er' i.p.v. subject

Slide 19 - Slide

passieve zinnen en 'er'
onbepaald subject
'er' i.p.v. subject

Slide 20 - Slide

antwoorden opdracht 14
1. Er is recent onderzoek gedaan naar het gebruik van humor op kantoor.
2. Voor dit onderzoek zijn (er) zeven grote organisaties benaderden in totaal veertien vergaderingen bijgewoond.
3. De helft van de vergaderingen werd door een mannelijke manager geleid, de andere door een vrouwelijke.
4. Wat bleek: in meer dan 80% van de gevallen werd (er) niet op grappen van vrouwen gereageerd.
5. Daarentegen werd (er) om 90 % van de grappen van mannen gelachen.
7. Humor wordt door mannen gebruikt als leiderschapstool, om te laten zien dat ze de baas zijn.
8. Als vrouwen vergelijkbare humor gebruiken, wordt dat als negatief ervaren.
In zinnen met inversie mag je 'er' ook weglaten.

Slide 21 - Slide

Wat is er gebeurd?
Wat moet er gebeuren?
Bespreek in 10 minuten wat er gebeurd is en wat er moet gebeuren.
Kom terug met 2 x 3 passieve zinnen.

Slide 22 - Slide

Hé Maarten, ben je met de fiets? Die was toch kapot?

 


Ben je blijven wachten tot hij klaar was?



Dat was een dure grap zeker?


Ja, ik moest tien euro betalen ... Dat is eigenlijk wel zonde van het geld. Maar ja, anders had ik nu moeten lopen, en daar had ik echt geen zin in. 
Dat klopt, maar ik heb hem laten maken. Ik had een lekke band, helaas heb ik nooit een band leren plakken. Ik heb het mijn vader wel eens zien doen, maar het leek me toch te ingewikkeld.
Ja, gelukkig had de fietsenmaker even tijd. Ik heb maar een half uurtje hoeven wachten.

Slide 23 - Slide

Welke zinnen hebben twee infinitieven?
Hé Maarten, ben je met de fiets? Die was toch kapot?

 


Ben je blijven wachten tot hij klaar was?



Dat was een dure grap zeker?


Ja, ik moest tien euro betalen ... Dat is eigenlijk wel zonde van het geld. Maar ja, anders had ik nu moeten lopen, en daar had ik echt geen zin in. 
Dat klopt, maar ik heb hem laten maken. Ik had een lekke band, helaas heb ik nooit een band leren plakken. Ik heb het mijn vader wel eens zien doen, maar het leek me toch te ingewikkeld.
Ja, gelukkig had de fietsenmaker even tijd. Ik heb maar een half uurtje hoeven wachten.

Slide 24 - Slide

In welke tijd staan deze zinnen?
Dat klopt, maar ik heb hem laten maken
Helaas heb ik nooit een band leren plakken
Ben je blijven wachten?
Ik heb het mijn vader wel eens zien doen.
Ik heb maar een half uurtje hoeven wachten.
Anders had ik nu moeten lopen
kunnen
mogen
moeten
willen
zullen
gaan
blijven
komen
laten
doen
voelen
horen
zien
leren
helpen
lopen
staan
zitten
liggen

+ infinitief


geen 
participium  voltooide tijd maar dubbele infinitief.

I.p.v. 
Ik heb mijn fiets gelaten maken
-
Ik heb mijn fiets laten maken.

Slide 25 - Slide

Welk hulpwerkwoord gebruik je?
Hebben - Ik heb nooit geleerd. Ik heb leren maken.
Zijn - Ik ben gebleven. Ik ben bijven wachten.
gebruik het hulpwerkwoord 
(hebben of zijn) 
dat bij de eerste infinitief hoort.
Zet in de perfectum.
1. Het spijt me, maar ik kan de afspraak niet verzetten.
2. Jan gaat in het weekend zeilen.
3. We horen de vogels asl vroeg in de ochtend fluiten.
4. De buurman ziet de auto wegrijden.
5. Fabio leert op een eenwieler fietsen.

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide