7.4 Evolutietheorie in ontwikkeling

§7.4: Evolutietheorie in ontwikkeling
1 / 23
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

§7.4: Evolutietheorie in ontwikkeling

Slide 1 - Slide

- Herhaling 7.3 Fossielen en Darwinvinken
- Uitleg 7.4 Evolutietheorie in ontwikkeling

Slide 2 - Slide

§3: Met hulp van gidsfossielen kunnen wetenschappers aardlagen dateren. Welke fossielen zijn het best te gebruiken als gidsfossielen?
A
Een fossiel dat alleen in een bepaald gebied voorkomt.
B
Een fossiel dat wijdverspreid voorkomt.
C
Een fossiel van een soort die gedurende lange tijd op aarde heeft geleefd.
D
Een fossiel van een soort die slechts een korte tijd voorkwam.

Slide 3 - Quiz


§3: Hoe noem je een fossiel dat de verwantschap tussen verschillende soorten verduidelijkt?

Slide 4 - Open question

§7.4: Evolutietheorie in ontwikkeling

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Ontstaan van de eerste organismen
1. Anaerobe heterotrofe bacteriën leefden in de zuurstofloze oersoep 
2.  Foto-autotrofe bacteriën maakten hun eigen organische stoffen via fotosynthese. Zij brachten zuurstof in de oersoep en de atmosfeer
3. Prokaryoten gebruikten de zuurstof om efficiënt energie uit organische moleculen vrij te maken.

Slide 12 - Slide

1

Slide 13 - Video

01:43
Wat is het belangrijkste verschil tussen pro- en eukaryoten?

Slide 14 - Open question

Zet de stappen van de endosymbiose theorie in de juiste volgorde.
Prokarypten nemen zuurstof gebruikende bacteriën op. 
Prokarypten nemen foto-autotrofe bacteriën op. 
Er ontstaan verschillende typen prokaryoten.
Er ontstaan mitochondriën en chloroplasten

Slide 15 - Drag question

Wat zijn argumenten voor de endosymbiose theorie?
1 of meer antwoorden zijn goed
A
Mitochondriën en chloroplasten hebben eigen DNA
B
Mitochondriën en chloroplasten delen zoals bacteriën.
C
Mitochondriën en chloroplasten hebben bacterieel DNA
D
Mitochondriën en chloroplasten delen niet.

Slide 16 - Quiz

Slide 17 - Slide

Cladistiek
  • cladistiek/cladisme= methode om organismen in te delen in groepen genaamd clades (grieks 'klados'=tak).
  • 1 clade= een gedeelde voorouder en alle evolutionaire nakomelingen
  • Binnen een clade zie je gedeelde eigenschappen met dank aan de gedeelde voorouder. 

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Cladogram
  • Boomdiagram/dendrogram waarin de meest waarschijnlijke splitsing van clades wordt weergegeven.
  • Elke splitsing= soortvorming met divergente evolutie
  • Minder knoppen tussen soorten =  meer verwant, 

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Huiswerk 7.4
  • Leren 7.4 en maken opdr. 3 t/m 9 
  • Herhaling basis: opdr. 1 en 2
  • Verdieping: opdr. 10
  • extra toepassingsoefening: Toepassen Darwinvinken

Slide 22 - Slide

Huiswerk 
  • Leren 7.4 Evolutietheorie in ontwikkeling
  • Maken opdr. 3 t/m 9 en opdr. 10 voor verdieping

Slide 23 - Slide