Deel 1: Hoofdstuk 4: Zelfstandige en bijvoeglijke naamworoden

Les 4 · Zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden

Inner 1 · p. 55-62

Wat leer je vandaag?

  • zelfstandige naamwoorden herkennen

  • eigennaam of soortnaam

  • de, het, een en geen gebruiken

  • bijvoeglijke naamwoorden herkennen

  • bijvoeglijke naamwoorden juist verbuigen

  • trappen van vergelijking maken

1 / 25
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsSecundair onderwijsA-stroomLeerjaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Les 4 · Zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden

Inner 1 · p. 55-62

Wat leer je vandaag?

  • zelfstandige naamwoorden herkennen

  • eigennaam of soortnaam

  • de, het, een en geen gebruiken

  • bijvoeglijke naamwoorden herkennen

  • bijvoeglijke naamwoorden juist verbuigen

  • trappen van vergelijking maken

Je krijgt één minuut de tijd om de volgende dingen te onthouden. Veel succes!

een vrolijke jongen

een rode fiets

een oude vrouw

een grote hond

een kleine kat

een warme pizza

een gele banaan

een klein meisje

een vol glas

een wit paard

60 seconden

1

minute

00

second

Wat heb je onthouden?

Schrijf alle woordgroepen op die je onthouden hebt.

Schrijf ze precies zoals ze op de vorige dia stonden: een + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord.

Kladblad

3

Welk woord staat altijd vooraan in deze woordgroepen.

A

de

B

vrolijk

C

een

D

het

VERSIE A

Pum draagt een jurk, schoenen en een jas.

VERSIE B

Pum draagt een glitterende jurk, zilveren schoenen en een stoere leren jas.

Wat doen de rode woorden met de zin?

5

Drie woordsoorten

zn

Zelfstandig naamwoord

een woord voor een mens, dier, plant of ding

gsm · tafel · tuin · meisje

bn

Bijvoeglijk naamwoord

zegt iets meer over het zelfstandig naamwoord

de enthousiaste, energieke, lieve jongen

lw

Lidwoord

klein woord voor een zelfstandig naamwoord

bepaald: de, het · onbepaald: een · ontkennend: geen

Zelfstandig naamwoord

Slide tekst

Eigennamen (met een hoofdletter)

Verwijzen naar personen, namen van bedrijven en organisaties, plaatsen, ...


Soortnamen (voorafgegaan door een lidwoord)

Duidt aan tot welke soort iemand of iets behoort.


Eigennaam of soortnaam?

Sleepvraag

Eigennaam

Soortnaam



Berlijn

dj

vriendje

Duitsland

feest

Brussel

Mannelijk, vrouwelijk of onzijdig?

  • Mannelijk én vrouwelijk woorden krijgen in het Nederlands "de". Twijfel je? Zoek het genus op in een woordenboek.


  • Het lidwoord "het" gebruik je bij onzijdige woorden


9

Hij, zij of het?

Mannelijk

de · die · hij

De dansvloer die we versierden, is leeg. Hij wordt niet gebruikt.

Vrouwelijk

de · die · zij

De klas die we gebruiken, is leuk. Ze wordt aangepast aan het seizoen.

Onzijdig

het · dat · het

Het gymnasium dat gesloten werd, is weer open. Het is vernieuwd.

Twijfel? Zoek het genus op via woordenlijst.org

11

Welke reeks bevat alleen eigennamen?

A

Berlijn, Alec

B

vriendje, dansvloer

C

Alec, vriendje

D

Berlijn, dansvloer

Welke combinatie is volledig juist?

A

de meisje, de klas

B

het feest, het skippybal

C

het meisje, de klas

D

de feest, de meisje

Cursus

Pagina 55 - 58

LESUUR 2

Raad het voorwerp

"Het is groot, groen, glad en je schrijft erop."

Nu jij: beschrijf een voorwerp in de klas met alleen bijvoeglijke naamwoorden.

Hoe ziet Pum eruit?

Bekijk de vijf foto's in je werkboek op p. 58. Welke past het best bij Pum?

A

foto 1

B

foto 2

C

foto 3

D

foto 4

E

foto 5

Kleur je antwoord: geslacht, haarkleur, haarsnit, lengte, kleding (opdracht 6b)

Poll

15

Waarom geen -e bij "prachtig"?

Er was een vrolijke sfeer.

bn staat vóór het zn → wordt verbogen

Haar outfit was prachtig.

bn staat los, na "was" → nooit een -e

Zoek nog een voorbeeld in de tekst van opdracht 6d.

16

Verbuigingsdetectives

Wanneer krijgt het bijvoeglijk naamwoord géén -e?

Kijk naar opdracht 7: een groen gordijn, een vrolijk meisje, een jeugdig programma ...

Typ met je buur jullie vermoeden. Wat hebben die zelfstandige naamwoorden gemeen?

Mindmap

17

Test de detectives

1

Die rode stoel past niet bij een ... gordijn.

groen

groene

2

Play4 zoekt medewerkers voor een ... programma.

jeugdig

jeugdige

3

De ... blender maakte de buurman wakker.

luid

luide

Quiz

18

Waarvan is het gemaakt?

een ...... lepel

(hout)

een ...... fles

(glas)

een ...... want

(wol)

een ...... sleutel

(ijzer)

Stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden krijgen -en: houten, glazen, wollen, ijzeren.

Open vraag

19

De regelmachine

1. Staat het bn los van het zn (na is, was, wordt)?

ja

geen -e

Ze is groot.

2. Komt het bn van een stof (hout, glas, steen)?

ja

-en

een houten stoel

3. Het-woord, enkelvoud, met een, geen of niets ervoor?

ja

geen -e

een mooi meisje

Alle andere gevallen: -e

een mooie jongen · het mooie meisje · de mooie jongens

nee

20

Steeds beter, het best

toffer

het tofst

energieker

het energiekst

verder

het verst

Let op: ver → verder (met d!) → het verst

Sleepvraag

21

Yannick en de lidwoorden: verbeter

de liefste oma

de wereld

de punten van je billen

de ene bil

de andere bil

het meer

Waarom "het meer"? Meer (water) is een onzijdig woord.

22

Training: kies je spoor

Spoor bol

Opdracht 11 samen aan de instructietafel, daarna de bol-oefeningen op Scoodle.

Spoor vierkant

Opdracht 11 en 12 in het boek, daarna de vierkant-oefeningen op Scoodle.

Spoor driehoek

Opdracht 11 en 12, daarna de driehoek-oefeningen op Scoodle of opdracht 13.

Iedereen start met opdracht 11. Klaar? Maak exit ticket 2. Naar Scoodle

23

Exit ticket 2

1

Duid de zn (geel) en de bn (groen) aan.

De vrolijke Pum danst op het houten podium.

2

Vul aan waar nodig.

een lekker... ijsje · het lekker... ijsje · geen groot... huis · de groot... tuin · een glas... tafel · Het feest was gezellig...

3

Vul de trappen van vergelijking aan.

lang · ...... · het ......

Quiz

24

Time's Up!

  • Trek een kaartje.

  • Beschrijf het personage in 30 seconden.

  • Gebruik zoveel mogelijk bijvoeglijke naamwoorden.

  • Zeg de naam niet!

Huiswerk

  • Opdracht 13: je memorybox

  • Opdracht 14: Time's Up-beschrijving op papier

  • Scoodle-test "Iedereen mee"

Welke tafelgroep heeft de meeste ballonnen?