Lijdende en bedrijvende vorm

Trede 17
Lijdende en bedrijvende vorm
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsBasisschoolGroep 8

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Trede 17
Lijdende en bedrijvende vorm

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat valt je op?

De jongens drinken limonade.


De limonade wordt door de jongens gedronken.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Leerdoel
Aan het eind van deze les:
  •  kan je benoemen of een zin in de lijdende of bedrijvende vorm staat.
  • Je kan een zin omzetten van een bedrijvende vorm naar een lijdende vorm.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Video

This item has no instructions

Onderwerp is

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Onderwerp is

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Jara| laat | de hond | uit
  • Jara is het onderwerp
  • Jara doet iets in deze zin: Ze laat de hond uit
  • Bedrijvend of actief


Slide 7 - Slide

This item has no instructions

De hond | wordt | door Jara |uitgelaten

  • De hond is het onderwerp
  • De hond doet niets in deze zin: Hij wordt uitgelaten
  • Lijdend of passief

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Een taart wordt door mij gebakken.
A
BEDRIJVENDE VORM
B
LIJDENDE VORM

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Ik geef mijn moeder bloemen.
A
BEDRIJVENDE VORM
B
LIJDENDE VORM

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

De kat vangt een muis.
A
BEDRIJVENDE VORM
B
LIJDENDE VORM

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

De boom wordt door mij nagetekend.
A
BEDRIJVENDE VORM
B
LIJDENDE VORM

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Ik steek een kaars aan.
A
BEDRIJVENDE VORM
B
LIJDENDE VORM

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Plusopdracht
Zet deze zinnen in de andere vorm.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Een zin van de bedrijvende vorm in de lijdende vorm zetten
1. Het lijdend voorwerp  wordt het onderwerp .
2. Het onderwerp wordt  voorafgegaan door het woord ‘door’.
3. Er komt een vorm van het werkwoord 'worden' of 'zijn' te staan (drinken —> wordt gedronken) (hebben  —> zijn)

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Juf Gerritje koopt een computer.

Slide 16 - Open question

De bedrijvende (actieve vorm). In deze zin staat een werkwoordelijk gezegde (koopt), een onderwerp (Juf Gerritje) en een lijdend voorwerp (een computer).
Meester Maarten wast de auto.

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

Giel verkoopt de stoelen.

Slide 18 - Open question

This item has no instructions

Ik snap het verschil tussen een bedrijvende zin en een lijdende zin?
A
Ja
B
Nee, ik zou graag nog extra uitleg willen

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions