Regelmatige werkwoorden Duits

1 / 21
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDuitsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1,2

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Was machen wir heute?

- Verben im Präsens richtig zu bilden (werkwoorden in de tegenwoordige tijd correct vervoegen)

- Einfache Sätze mit Verben im Präsens zu machen (eenvoudige zinnen maken met vervoegde werkwoorden)

- Die “Feesttentenregel” zu verstehen und anzuwenden (de Feesttentenregel begrijpen en toepassen).



Leerdoelen

Na deze les kunnen jullie:

- Werkwoorden in de tegenwoordige tijd correct vervoegen in het Duits.

- Eenvoudige zinnen maken met correct vervoegde werkwoorden.

- Uitleggen wat de Feesttentenregel is en hoe je die toepast.



 De stam van het werkwoord

Om een werkwoord te kunnen vervoegen, moet je de stam vinden.

De stam van het werkwoord vind je door -en of -n  weg te halen van het hele werkwoord.

Dus: stam = hele werkwoord   -en / -n

Voorbeelden:       wohnen → wohn

                                    klettern → kletter
De stam is het hart van het werkwoord. Daarna voeg je de juiste uitgang toe.

 De Feesttenten-regel 🎪

Regelmatige werkwoorden:                  stam + juiste uitgang


Maar hoe weet je nu welk persoonlijk voornaamwoord welke uitgang krijgt❓❓❓

Vind de stam van het werkwoord!

spielen

streicheln

verbessern

lachen

du (kaufen).

A

kaufet

B

kaufe

C

kaufen

D

kaufst

ihr (machen)

A

machen

B

machst

C

macht

D

machet

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes: Ich (hören) gerne Musik.

A

hort

B

höre

C

horst

D

horen

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes: Ihr (kaufen) solche teuere Sachen.

A

kaufst

B

kaufen

C

kaufet

D

kauft

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes: Du (besuchen) die Oma.

A

besucht

B

besuchst

C

besuchen

D

besuche

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes: Meine Eltern (streicheln) den Hund.

A

streicheln

B

scheichelen

C

streichelt

D

streichele

Hoe goed snap je de grammatica?

Wat heb je onthouden?

Wat vind je nog moeilijk?

Uitzonderingen

Uitzondering 1:

De letters S, SS, Z, ß ---> Bij du alleen een T ipv ST

Uitzondering 2:

Wanneer de stam eindigt op een D of een T komt er bij de ST en T eerst een extra E.

Huiswerk & Plenda

- Oefenstencil
Maak het thuis af om te oefenen met:

• werkwoorden vervoegen in de tegenwoordige tijd

• uitzonderingen onthouden

Plenda --> Noteer dit huiswerk voor dinsdag 3 november