Beschouwing - V5

Wat weet je van een beschouwing?
1 / 11
next
Slide 1: Mind map
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Wat weet je van een beschouwing?

Slide 1 - Mind map

Theorie beschouwing
  • Beschouwing = lezer laten nadenken over een bepaalde kwestie
  • Wat moet je doen:
  • uitleggen waarom iets een probleem is
  • verschillende verklaringen/oorzaken voor het probleem
  • verschillende oplossingen voor het probleem
  • de voor- en nadelen van de voorgestelde oplossingen
  • verschillende meningen van deskundigen

Slide 2 - Slide

Verschil betoog?
Wat is het verschil met een betoog? -> in een betoog probeer je de lezer te overtuigen van jouw mening, in een beschouwing mag de lezer zelf een oordeel vellen aan de hand van verschillende meningen.

Slide 3 - Slide

Overeenkomsten betoog?
Wat is wel hetzelfde?
  • Opbouw: inleiding, middenstuk, slot
  • Inleiding: beginnen met aandachttrekker, onderwerp introduceren, hoofdvraag (ipv standpunt)
  • middenstuk: per mening/voor- of nadeel/oplossing een alinea
  • Slot: korte samenvatting, hoofdvraag herhalen

Slide 4 - Slide

Geschikte tekststructuren
voor- en nadelenstructuur
In de inleiding introduceer je de kwestie en stel je een vraag of poneer je een stelling. In het middenstuk beschrijf je de voor- en nadelen van de vraag/stelling en in het slot is er een afweging en conclusie. Let op dat de voor- en nadelen in evenwicht zijn!
2
probleem-oplossingsstructuur
In de inleiding bespreek je het probleem. In het middenstuk bespreek je de gevolgen (waardoor is het een probleem?), de oorzaken van het probleem en mogelijke oplossingen. In het slot geef je een korte samenvatting of afweging. Als je een betoog schrijft, bespreek je in het slot de beste oplossing. In een beschouwing doe je dat niet, omdat je dan teveel één kant op gaat.
1
verklaringsstructuur
In de inleiding bespreek je een bepaald verschijnsel. In het middenstuk geef je kenmerken, voorbeelden, verklaringen, oorzaken en/of redenen voor het verschijnsel. In het slot geef je een samenvatting of conclusie. Bij deze tekststructuur is het belangrijk dat je verschillende experts aan het woord laat.
3

Slide 5 - Slide

Lees tekst 1
timer
10:00

Slide 6 - Slide

Welke aandachttrekker wordt in de inleiding gebruikt?
A
naar een actuele gebeurtenis verwijzen
B
kort de voorgeschiedenis beschrijven
C
een aantrekkelijk voorbeeld geven
D
het belang voor het publiek aangeven

Slide 7 - Quiz

Wat is de hoofdgedachte van deze tekst?

Slide 8 - Open question

Welke structuur heeft de tekst?
A
Probleem-oplossingsstructuur
B
Verklaringsstructuur
C
Voor- en nadelenstructuur
D
Vraag-antwoordstructuur

Slide 9 - Quiz

Deelonderwerp 1
Deelonderwerp 2
Deelonderwerp 3
Deelonderwerp 4
Deelonderwerp 5
Deelonderwerp 6
Kankerverwekkend
Betrouwbaar onderzoek
Financiële belangen
Milieu
Beperkt gebruik
Nederlandse goedkeuring

Slide 10 - Drag question

Waaraan kun je zien dat tekst 1 een beschouwing is?

Slide 11 - Mind map