Wiederholung grammatica plus woordenschat

1 / 14
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Was machen wir heute?
Nakijken huiswerk
Schrijfopdracht maken
Wiederholung
Slim stampen

Slide 2 - Slide

Nakijken
Wiederholung, Aufgabe 1-4, Seite 254/255

Slide 3 - Slide

Schreibaufgabe
Aanhef --> let op m/v plus de regels
Vraag hoe het gaat? En geef aan dat het met jou goed gaat.
Vertel waar en met wie je woont?
Geef aan hoe het weer in de winter en in de zomer is, hoeveel graden ect.
Schrijf iets over je woonomgeving. 
Sluit af met een groet en je naam.
Klaar ga verder met wiederholung volt.deelwoord --> Aufgabe 2,3,45,6 en 7, Seite 256/257 slim stampen

Slide 4 - Slide

Aantekening

Slide 5 - Slide

Normale Duitse zinsvolgorde
In een gewone hoofdzin staat het werkwoord op de 2e plaats.
Voorbeelden:
Ich gehe heute ins Kino.
Er kauft ein neues Auto.
“2e plaats” betekent: het werkwoord is het 2e zinsdeel, niet per se het 2e woord.


Slide 6 - Slide

Weil betekent omdat en begint een bijzin.
➡️ Belangrijk: in een bijzin staat het werkwoord aan het einde.
Voorbeeld:
Ich gehe früh ins Bett, weil ich morgen arbeiten muss.

Je kunt de volgorde ook omdraaien:
Weil ich morgen arbeiten muss, gehe ich früh ins Bett.
(Bijzin eerst → hoofdzin daarna, hoofdzin begint met werkwoord omdat het op 2e plaats moet staan.)

Slide 7 - Slide

Denn betekent ook want, maar het is een nevenschikkend voegwoord.
➡️ Belangrijk: het verandert de woordvolgorde niet.
➡️ Het werkwoord blijft op de 2e plaats, net als in een gewone hoofdzin.
Voorbeeld:
Ich gehe früh ins Bett, denn ich muss morgen arbeiten.
(Ik ga vroeg naar bed, want ik moet morgen werken.)

Geen werkwoord aan het einde → muss blijft op de 2e plaats in de 2e hoofdzin.

Slide 8 - Slide

Wir fahren morgen früher los, ___ wir keinen Stau wollen.
A
denn
B
weil

Slide 9 - Quiz

Anna kann heute nicht kommen, ___ sie hat viel zu tun.
A
denn
B
weil

Slide 10 - Quiz

Max macht das Fenster zu, ___ es ist kalt.
A
denn
B
weil

Slide 11 - Quiz

Ich gehe joggen, ___ ich fitter werden will.
A
denn
B
weil

Slide 12 - Quiz

Aufgabe 39, Seite 80 Diktat
Ergänze die fehlenden Umlaute

Slide 13 - Slide

Hausaufgaben
Aufgabe 38,40 und 41, Seite 81
Wiederholung machen 254-257 (even overleggen)
Slim stanpen 

Slide 14 - Slide