Semana 13

¿Qué vamos a hacer hoy?
Semana 13 (80)
  • Bienvenida - 5 min
  • Información - 5 min
  • Vocabulario - 10 min
  • Repaso - 40 min
  • Hablar - 15 min

Doel: Aan het eind van deze les:
  • weet je welke toetsen je nog hebt en hoe we aan het werk gaan
  • heb je grammatica van P1 & P2 herhaald
  • ken je meer worodjes
  • Kan je vragen beantwoorden in de verledentijden
1 / 32
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 32 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 79 min

Items in this lesson

¿Qué vamos a hacer hoy?
Semana 13 (80)
  • Bienvenida - 5 min
  • Información - 5 min
  • Vocabulario - 10 min
  • Repaso - 40 min
  • Hablar - 15 min

Doel: Aan het eind van deze les:
  • weet je welke toetsen je nog hebt en hoe we aan het werk gaan
  • heb je grammatica van P1 & P2 herhaald
  • ken je meer worodjes
  • Kan je vragen beantwoorden in de verledentijden

Slide 1 - Slide

Toetsweek D






1 toets: Mondeling
6-7 lessen tot toetsweek D  --> studiewijzer

Slide 2 - Slide

Mondeling

Bestaat uit drie delen:

  1. Over jezelf
  2. Een foto beschrijven
  3. Vragen beantwoorden 

Slide 3 - Slide

Vocabulario
Thematische woordenschat

Hoe?
In studiewijzer --> pdf
StudyGo: link
timer
7:00

Slide 4 - Slide

RepasoHerhaling
.

Slide 5 - Slide

SER y ESTAR

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Vertel in welke tijd onderstaande zinnen staan en waarom.

1. El año pasado mi madre comió gambas.
2. Esta semana mi madre ha comido gambas.
3. Cuándo era pequeña comía gambas con mi madre.

Slide 8 - Slide

Vertel in welke tijd onderstaande zinnen staan en waarom.
1. El año pasado mi madre comió gambas. = Indefinido
Vorig jaar at mijn moeder garnalen.

2. Esta semana mi madre ha comido gambas. = pret. perfecto
Deze week heeft mijn moeder garnalen gegeten.

3. Cuándo era pequeña comía gambas con mi madre. = imperfecto
Toen ik klein was at ik gambas met mijn moeder.


Slide 9 - Slide

Los pasados = de verledentijden
Presente

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Presente perfecto


Slide 12 - Slide

Repaso

Slide 13 - Slide

Repaso

Slide 14 - Slide

Deze onregelmatige vormen moet je wel kennen:
hacer > hecho
decir > dicho
poner > puesto
leer > leído
morir > muerto
volver > vuelto
romper > roto
ver > visto
abrir > abierto
escribir > escrito

Slide 15 - Slide

Indefinido


Slide 16 - Slide

herhalen hay, ser en estar
herhalen futuro próximo
ww oef (regelm, klinkerverandering, wederkerend, perfecto/indefinido)
Indefinido (gebruik)
  • afgesloten tijdvak
  • in een verhaal staan acties in de indefinido



Indefinido                                          Perfecto
  • 'zit ik er nog in?' -> relatie met het heden.
  • het precieze moment is niet relevant.



SIGNAALWOORDEN
- ayer (gisteren)
- anteayer (eergisteren)
- anoche (gisteravond)
- la semana pasada (vorige week)
- el mes/año pasado (vorige maand/jaar)
- el otro día (de andere dag)
- en 2016, en abril (in 2016, in april)
- hace una semana/mes/año (een week/maand/jaar geleden)



SIGNAALWOORDEN
- hoy (vandaag)
- este mes (deze maand)
- esta semana (deze week)
- este año (dit jaar
- nunca (nooit)
- alguna vez (wel eens)
- últimamente ( de laatste tijd)
-ya (al)




Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Vormen indefinido (irregular)
hacer                           estar                            tener
hice                              estuve                         tuve
hiciste                         estuviste                    tuviste
hizo                              estuvo                         tuvo
hicimos                       estuvimos                 tuvimos
hicisteis                      estuvisteis                tuvisteis
hicieron                       estuvieron                tuvieron

Slide 19 - Slide

¿Imperfecto o indefinido?

Slide 20 - Slide

Indefinido o imperfecto
Indefinido
Imperfecto
Handeling, actie, gebeurtenis op een specifiek moment in verleden
Beschrijving van iets/iemand in verleden
Dat moment is afgerond, voorbij
Gewoontes of herhaalde gebeurtenissen.
Opsomming van verschillende gebeurtenissen, handelingen achterelkaar in verleden
Oorzaak van iets dat in verleden is gebeurd/gedaan

Slide 21 - Slide

Imperfecto


Slide 22 - Slide

Imperfecto

Slide 23 - Slide

Signaalwoorden imperfecto
Signaalwoorden imperfecto

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video

 Perfecto               Indefinido                  Imperfecto
Zit ik er nog in?
- DEZE week
- DIT weekend
- VANDAAG
Duidelijk begin en eind?
- Gisteren
- Vorig jaar
- In 1986
- 14 april
- Woensdag
Geen duidelijk begin en eind?
- Vroeger
- Toen ik klein was
- Elke zondag
_____________________geen tijdsaanduiding?_____geen tijdsaanduiding?_____
Stel jezelf de vraag:
Was het er al?
Stel jezelf de vraag:
Gebeurde het?

Slide 26 - Slide

Pretérito Perfecto
Pretérito Indefinido
Presente
SER Y ESTAR  (ZIJN) 
Pretérito Imperfecto
Presente
Pretérito Perfecto
Pretérito Indefinido
Pretérito Imperfecto
SER
Estar

Slide 27 - Slide

Kahoot

Slide 28 - Slide

A trabajar
Maak opdrachten A t/m F

Gebruik je tekst/= werkboek als hulpmiddel
ser/ estar tb pág 22
Presente perfecto tb pág 100- 103
Indefinido tb pág 27
imperfecto tb pág 34

Klaar? 
Oefen met de vragen in de verledentijden via deze lessonup
timer
20:00

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

timer
5:00

Slide 31 - Slide

timer
10:00
In welke tijden worden de vragen gevraagd?

Slide 32 - Slide