Week 8 Herhalen sectoren, uitleg logistiek + video

1 / 30
next
Slide 1: Slide
LOBBasisschoolGroep 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Hoe gaat het? :)

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we vandaag doen?

  • Eerste uur: Herhalen wat is een sector. 
  • Quiz vragen
  • Nieuwe uitleg: logistiek. 
  • Tweede uur: 
  • Portfolio bijwerken. 

Slide 3 - Slide

De computer is steeds belangrijker op school en voor je werk. We oefenen daarom met verschillende programma’s.
Leerdoel: 
  • Ik weet wat een sector is. 
  • Ik kan drie sectoren noemen. 
  • Ik weet wat logistiek is. 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Regels op school 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Regels in de les
  • Als ik praat is het stil. 
  • Wil je iets zeggen? Dan steek je je vinger op. 
  • Wij luisteren na elkaar. 
  • Wij schreeuwen niet. 
  • Ik werk goed op de laptop en let op.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Hoe heet dit beroep?

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Timmerman

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Hoe heet dit beroep?

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Metselaar

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

De metselaar is aan het...
A
Metselen
B
Masseren
C
Metsel

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Hoe heet dit beroep?
A
Schoonheidsvrouw
B
Vrouwspecialist
C
Schoonmaker
D
Schoonheidsspecialiste

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Hoe heet dit beroep?
A
Doktersassistent
B
Verpleegkundige
C
Verzorgende
D
Helpende

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een sector?
A
Iemand die werkt in de techniek.
B
Een groep beroepen die bij elkaar passen.
C
Iets wat te maken heeft met de toekomst.
D
Een soort school.

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Waar staat de afkorting HORECA voor?
A
Hotel, reizen en catering
B
Horeca, recreatie en cafés
C
Hotel, restaurants en cafés
D
Hotel, restaurants en camping

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Logistiek = 
  • Het plannen, organiseren, besturen van spullen.
  • Het zorgt ervoor dat spullen op het juiste moment, in de juiste hoeveelheid en op de juiste plek aankomen, van de maker tot de koper.
 
Werkblad

Slide 16 - Slide

Logistiek is het plannen, organiseren, besturen en uitvoeren van de stroom van goederen, diensten en bijbehorende informatie. Het zorgt ervoor dat spullen op het juiste moment, in de juiste hoeveelheid en op de juiste plek aankomen, van de maker tot de koper.Belangrijke onderdelen van logistiek

Transport: Het verplaatsen van goederen per vrachtwagen, schip, trein of vliegtuig.Opslag (warehousing): Het veilig bewaren van producten in een magazijn tot ze nodig zijn.Voorraadbeheer: Het bijhouden hoeveel producten er zijn en wanneer er nieuwe moeten komen.Orderpicking: Het verzamelen en klaarmaken van de bestelde spullen voor de klant.Informatiestroom: Het delen van data over de status en locatie van de zending.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Wat is logistiek?
A
Het maken en ontwerpen van spullen in een fabriek.
B
Het maken, opslaan en vervoeren van spullen, zodat ze op de juiste plek en op tijd aankomen
C
Het verkopen van producten aan klanten in een winkel.
D
Het bedenken van reclame en het promoten van producten om meer klanten te krijgen.

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

1. Horeca
2. Zorg en Welzijn
4. Groen en Milieu
3. Techniek
5. Handel, Ondernemen en Logistiek

Slide 19 - Drag question

This item has no instructions

Opdracht 
  • Maak viertallen. 
  • Elk groepje krijgt een setje met beroepenkaartjes. 
  • Leg dat beroep bij de juiste sector. 
  • Let op! Soms valt een beroep in meerdere sectoren.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Video

Vragen moeten nog gemaakt worden. 
Magazijn medewerker. 
Elektricien 
  • Maakt elektriciteit bij mensen thuis.  
  • Maakt stopcontacten en verlichting. 

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Elektromonteur
Repareert grote elektrische machines.
Bijvoorbeeld bij gebouwen en bedrijven. 

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

5

Slide 25 - Video

This item has no instructions

02:52
Wat doet een elektromonteur?
A
Komt bij mensen thuis om te kijken naar stroom.
B
Hij onderhoudt alles wat elektrisch is.

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

05:27
Welke opleiding heb je nodig om elektromonteur te worden?
A
Elektrotechniek
B
Stroomtechniek

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

06:19
Hoe heet dit gereedschap?
A
Steeksleutel
B
Moersleutel
C
Ratelsleutel
D
Ringsleutel

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

07:13
Voor elektromonteur moet je goed met je handen kunnen werken.
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

10:59
Waarom draagt die man oranje handschoenen?
A
Die beschermen hem voor de elektriciteit
B
Hij vindt die mooier.
C
Die zijn dikker.

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions