2. Deltaplan 2526

Klimaatverandering en het Deltaprogramma 


1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeWOMiddelbare schoolStudiejaar 5

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Klimaatverandering en het Deltaprogramma 


This item has no instructions

Atlas 56e editie

1. Gebruik de atlaskaart Nederland - Waterstaatkundige werken, Deltawerken. 

This item has no instructions

Waarom verandert het klimaat tegenwoordig sneller dan vroeger?

Door de stijgende zeespiegel stroomt het zeewater gemakkelijker landinwaarts en neemt het overstromingsgevaar toe.

Welke twee directe oorzaken zijn er voor de zeespiegelstijging.

1. Smelten van ijskappen

2. Uitezetten van zeewater. 

Leg uit waardoor natuurlijke zeespiegelstijging ongeveer vanaf het jaar 0 tot 1850 veel langzamer ging dan tussen 10.000 en 5.000 jaar

This item has no instructions



This item has no instructions

Welke kaart laat de maatregelen zien die door de deltacommisie zijn genomen om Nederland beter te beschermen tegen water?

A

34G

B

14

C

35A

D

35C

This item has no instructions

Met welke twee gevolgen van klimaatverandering moeten we in Nederland aan de kust rekening houden?

Twee gevolgen gevraagd:

verdere zeespiegelstijging

meer en hevigere stormen / intensivering van de stormactiviteit

Wat is het verschil tussen de zandsuppletie die al vanaf 1990 plaatsvindt en de Zandmotor?

De Zandmotor is een suppletie van wel twintig keer meer zand op één plek langs de kust. De zandsuppleties die al sinds 1990 plaatsvinden, vinden op veel meer plekken plaats en met minder zand.

Welk deel van de kust moet de Zandmotor veilig houden?

A

Zuid-Hollandse kust

B

Noord-Hollandse kust

C

Den Haag

D

De waddenzee

This item has no instructions

Leg uit waardoor een onregelmatig neerslagregiem kan leiden tot meer overstromingen.

This item has no instructions

Op welke manier verandert het neerslagregime in de winter door klimaatverandering?

A

De winters worden droger en er valt minder neerslag

B

Er valt meer neerslag en vaker in de vorm van regen

C

De winterneerslag blijft ongeveer gelijk, maar valt gelijkmatiger over de wintermaanden

D

De winterneerslag neemt toe doordat er vaker langdurige sneeuwperiodes voorkomen

This item has no instructions