Herhalingsles werkwoorden
Herhalingsles werkwoorden
DE INFINITIEF VAN EEN WERKWOORD
Wat is de infinitief van ... ? leest
Wat is de infinitief van ... ? voetbal
Wat is de infinitief van ... ? schrijf
Wat is de infinitief van het werkwoord 'knipt' ?
knipen
knippen
knip
knipt
DE STAM VAN EEN WERKWOORD
Wat is de stam van ... ? studeren
Wat is de stam van ... ? geven
Wat is de stam van ... ? liggen
Sleep de stam naar de juiste infinitief.
helpen
mediteren
praten
praat
mediteer
help
DE TIJD VAN EEN WERKWOORD
In welke tijd staat dit werkwoord? studeren
In welke tijd staat dit werkwoord? oefende
In welke tijd staat dit werkwoord? startte
In welke tijd staat dit werkwoord? vliegen
Sleep de werkwoorden naar de juiste tijd.
tegenwoordige tijd
verleden tijd
zitten
knipte
belde
kijken
praatte
GEEN KLANKVERANDERING
Zet de onderstaande werkwoorden in de verleden tijd. wij bedanken
Zet de onderstaande werkwoorden in de verleden tijd: hij verwacht
Zet de onderstaande werkwoorden in de verleden tijd: het regent
Zet de onderstaande werkwoorden in de verleden tijd: zij landen
Wat is de verleden tijd van 'wij huppelen'.
huppelde
huppelden
huppelten
huppel
KLANKVERANDERING
Zet de onderstaande werkwoorden in de verleden tijd: de meisjes drinken
Zet de onderstaande werkwoorden in de verleden tijd: de jongens snijden
Zet de onderstaande werkwoorden in de verleden tijd: de blaadjes vallen
ALLES DOOR ELKAAR
Vul de zinnen in (persoonsvorm in de verleden tijd) Wij (slapen) tijdens de les. Mama (fietsen) in het midden van de rijbaan. Hij (verplichten) ons om binnen te blijven.
Geef de juiste persoonsvorm in de VT: Hij ....................... (huilen) omdat de meester ziek is.
Geef de juiste persoonsvorm in de VT: Jij ............................... (komen) te laat de klas binnen.
sleep de werkwoorden naar de juiste tijd.
tegenwoordige tijd
verleden tijd
praatten
rusten