Les 2 maart

Vandaag
Bespreken boekopdracht
Start spelling
Meervouds -N
Leesopdracht Fat Bikes




1 / 24
next
Slide 1: Slide
NederlandsEnseignement Secondaire

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 75 min

Items in this lesson

Vandaag
Bespreken boekopdracht
Start spelling
Meervouds -N
Leesopdracht Fat Bikes




Slide 1 - Slide

Opwarmer
https://www.vrt.be/nwsnwsnws/nl/reel/2026/03/01/schrikkeljaar/





Slide 2 - Slide

Bespreken boekopdracht

Slide 3 - Slide

Spelling
Instapopdracht





Slide 4 - Slide

Meervouds-n bij verwijzingen
alle/ allen - beide/ beiden - sommige/ sommigen - andere/ anderen
ZONDER -n als:
- er een ZN achter staat
- persoon waarnaar wordt verwezen staat in zelfde zin
- verwijst niet naar personen ( zelfstandig gebruikt)

Slide 5 - Slide

Meervouds-n bij verwijzingen
alle/ allen - beide/ beiden - sommige/ sommigen - andere/ anderen
MET-n als:
- zelfstandig gebruikt + verwijst naar personen

Slide 6 - Slide

Beide jongens ontweken de blik van hun ouders.
Beide  = zonder -n :er staat een zelfstandig naamwoord achter.

Slide 7 - Slide

Morgen worden alle tafels en stoelen vervangen.
alle tafels = zonder -n: er staat een zelfstandig naamwoord achter.

Slide 8 - Slide

De boeken in de kast zijn alle op kleur gerangschikt.
alle = zonder -n : het verwijst niet naar personen.

Slide 9 - Slide

De hond en de kat liggen beide te slapen.
beide = zonder -n : het verwijst niet naar personen.

Slide 10 - Slide

In de pauze dronken sommigen een kopje thee.
sommigen = met -n: het verwijst naar personen.

Slide 11 - Slide

Slechts enkelen zetten hun fiets in de stalling.
enkelen = met -n: het verwijst naar personen.

Slide 12 - Slide

Je moet beide/beiden handen aan het stuur houden.
A
beide
B
beiden

Slide 13 - Quiz

Er komen andere/anderen mensen bij ons wonen.
A
andere
B
anderen

Slide 14 - Quiz

Hij had dertig fouten. Vele/Velen waren ontstaan door slordigheid.
A
Vele
B
Velen

Slide 15 - Quiz

Er komen andere/anderen naast ons wonen.
A
andere
B
anderen

Slide 16 - Quiz

Je moet alle/ allen zinnen met een hoofdletter beginnen.
A
alle
B
allen

Slide 17 - Quiz

Door de vele/ velen fouten kreeg hij een onvoldoende.
A
vele
B
velen

Slide 18 - Quiz

Schrijf tien zinnen. Ze moeten alle/ allen met een hoofdletter beginnen.
A
alle
B
allen

Slide 19 - Quiz

Wij hebben tien docenten. Op de vergadering komen ze alle/ allen bijeen.
A
alle
B
allen

Slide 20 - Quiz

Ik vind van planten leuk dat sommige/ sommigen met de zon meedraaien.
A
sommige
B
sommigen

Slide 21 - Quiz

Enkele/ enkelen hebben vragen gesteld.
A
enkele
B
enkelen

Slide 22 - Quiz

Enkele/ enkelen hebben vragen gesteld.
A
enkele
B
enkelen

Slide 23 - Quiz

Les 2 maart

Slide 24 - Slide