Toekomende tijd oefeningen

Oefenen grammatica


Gaat de zin over de toekomst of niet?
1 / 11
next
Slide 1: Slide
fransNT2BeroepsopleidingMBO

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Oefenen grammatica


Gaat de zin over de toekomst of niet?

Slide 1 - Slide

Toekomstige tijd of niet?
Mijn buurman wast elk weekend zijn auto.
A
Ja
B
Nee

Slide 2 - Quiz

Toekomstige tijd of niet?
Ze vertrekken overmorgen met het vliegtuig.
A
Ja
B
Nee

Slide 3 - Quiz

Toekomstige tijd of niet?
We doen lekker niets tijdens onze vakantie.
A
Ja
B
Nee

Slide 4 - Quiz

Toekomstige tijd of niet?
Olga gaat haar best doen.
A
Ja
B
Nee

Slide 5 - Quiz

Kies het goede antwoord.
Vanmiddag eet ik in de stad
A
Verleden (vroeger)
B
Heden (nu)
C
Toekomst

Slide 6 - Quiz

Donderdag gaan we van een kerstlunch genieten.
A
Verleden
B
Heden
C
Toekomst

Slide 7 - Quiz

Ik wil graag veel geld verdienen.
A
Verleden
B
Heden
C
Toekomst

Slide 8 - Quiz

Ik heb me voor de cursus ingeschreven.
A
Verleden
B
Heden
C
Toekomst

Slide 9 - Quiz

Binnenkort..
A
..ben ik naar Bali geweest
B
..was ik in Bali
C
..ga ik naar Bali
D
..ben ik in Bali

Slide 10 - Quiz

Maak de zin af. Over drie jaar.....

Slide 11 - Open question