taaldomeinen en taalmethodes

Taaldomeinen en taalmethodes

Beroepstaak OA 2E beginner
Taalontwikkeling
Taaldomeinen
Taalmethodes + SLO doelen (kerndoelen)



1 / 25
next
Slide 1: Slide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 1

This lesson contains 25 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Taaldomeinen en taalmethodes

Beroepstaak OA 2E beginner
Taalontwikkeling
Taaldomeinen
Taalmethodes + SLO doelen (kerndoelen)



Slide 1 - Slide

Aan het eind van de les:
- Weet je wat je moet doen voor de opdrachten van beroepstaak OA 2E
 - Weet je welke bronnen je daarvoor kunt gebruiken.
- Kun je uitleggen hoe kinderen een taal leren.
- Kun je twee van de vier fases van de taalontwikkeling noemen.
- Kun je uitleggen wat taalstimulering is door één artikel te kiezen, te lezen en heb je opgeschreven wat je als onderwijsassistent kunt doen.
- Kun je de vier taaldomeinen benoemen.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Taalontwikkeling:
Het proces dat kinderen doorlopen bij het leren van een taal.

In deze ontwikkeling spelen kindfactoren een rol, maar ook het taalaanbod (van volwassenen) is erg belangrijk.
Als onderwijsassistent zorg jij voor een rijke taalomgeving om zo de taalontwikkeling te stimuleren. 

Slide 7 - Slide

Functies van taal:
-stimuleren cognitieve ontwikkeling
- stimuleren creatieve ontwikkeling
- stimuleren sociaal-emotionele ontwikkeling
- ordenen van indrukken en bieden van structuur
- contact maken met anderen
- uitwisselen van informatie

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Het verhaal van de Kroedoes
Morgen maken we een uitstapje naar de grebselmak.
In een grebselmak zijn veel klate grebsels.
Vandaag vertel ik jullie iets over de grebsels die we in de grebselmak zien.
Het grebsel heet kroedoe. 
Kroedoes zijn gove grebsels en kroedoes zijn molek.
Kroedoes hebben gove blekels en gove slopknebels.
Kroedoes hebben menge biepels en vier koezels.
Kroedoes eten graag lergo's.





Slide 10 - Slide


Teken een kroedoe.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Taalontwikkeling per leeftijd (boek ped. did. begeleiden hfst.2)
Voortalige fase 0-1 jaar
3 maanden :brabbelen
6 maanden: echolalie/sociaal brabbelen
9 maanden: actief nadoen van klanken en woorden
1 jaar: éénwoordzin



Slide 13 - Slide

Taalontwikkeling per leeftijd
Vroegtalige fase 1-2 jaar
- Woorden krijgen betekenis (semantisch aspect)
- Begrijpt zo'n 200 woorden
- Woorden hebben betrekking op personen, voorwerpen, dieren, handelingen
- Tweewoordenzinnen

Slide 14 - Slide

Taalontwikkeling per leeftijd
Differentiatiefase 2-5 jaar
- Leert dat zinnen uit meerdere woorden bestaan (syntactisch aspect)
- Driewoordenzinnen met voorzetsels
- Kan simpele emoties benoemen

Slide 15 - Slide

Taalontwikkeling per leeftijd
Fase van voltooiing : vanaf 5 jaar
- Ontdekt geschreven taal
- Gaat letters tekenen
- Leren lezen
- Automatiseren van letters
- Moeite met lezen als gesproken taal nog niet op niveau is

Slide 16 - Slide

Taalstimulering
Beantwoord de volgende vragen:
1. Wat is taalstimulering?
2. Lees één van de drie artikelen:



timer
20:00

Slide 17 - Slide

Taalstimulering
Lees het gekozen artikel
3.Wat kun jij doen als onderwijsassistent?
Schrijf drie ideeën op die je in het artikel 
hebt gelezen en die jou aanspreken.

4. Wat heb je geleerd van het artikel?
Schrijf drie punten op.



Slide 18 - Slide

Slide 19 - Link

Domeinen van taal
In het Referentiekader Taal staat voor vier domeinen beschreven wat de leerlingen eind groep acht moeten beheersen:
Mondelinge taalvaardigheid: gesprekken, luisteren en spreken;
Lezen: zakelijke teksten en fictie teksten;
Schrijven;
Taalbeschouwing: Begrippenlijst en taalverzorging.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Link

Taalstimulering: Wat kun je doen als onderwijsassistent?
- Stel open vragen aan kinderen. Bijvoorbeeld bij het meespelen in de hoeken in groep 1/2 of bij het buitenspelen.
- Stimuleer de interactie onderling. Laat leerlingen samenwerken en/of samen spelen 
- Wees bewust van je eigen taal. Gebruik zelf afwisselende woorden voor de woordenschat en geef het goede voorbeeld qua zinsbouw. 
- Lees voor en stimuleer het leesplezier.Lees interactief voor en stimuleer leerlingen om zelf te lezen. 
-Investeer in de woordenschatontwikkeling. Leg moeilijke woorden uit of vraag naar synoniemen. Herhaal dit regelmatig, zodat ze het kunnen onthouden

Slide 22 - Slide

Taalmethodes
Je kiest één  taalmethode:
- Taalactief groep 5
- Uk en Puk
- GRIP op lezen
- S TAAL

Schrijf bij elke methode op hoe de vier domeinen terugkomen in de les en bij welk(e) SLO-doelen (kerndoelen) dit aansluit.

Slide 23 - Slide

Taalmethodes
1) Kies een les uit
2)Bekijk de les
3) Kijk welke taaldomeinen in deze les terugkomen en op welke manier. Schrijf dit op.
4) Zoek op welke SLO-doelen(kerndoelen) terugkomen in deze les en op welke manier.
Schrijf dit op.
Werk dit uit in een leeractie en lever dit in. 

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Link