3.9
Eerste, tweede, derde
3.9
Eerste, tweede, derde
Herhalen 3.8
Wat is dit?
Wat is dit?
Wat is dit?
Wat is dit?
Wat is dit? (niet de stad!)
Wat is dit?
Wat is dit? (niet het dorp!)
Maak een zin met het woord:
aardig
Maak een zin met het woord:
hoog
Maak een zin met het woord:
weinig
3.9
Eerste, tweede, derde
Schrijf als woord: zes --> 6e?
Schrijf als woord: een (1)--> 1ste
Schrijf als woord: drie (3)--> 3de
Schrijf als woord: acht(8)--> 8ste
Een jaar heeft 12 maanden. Augustus is de ...................maand.
Vul in: Een week heeft zeven dagen. Maandag is de ......................dag