Ecologie en duurzaamheid voedselrelaties

Lesuur 5: C2E (11:55 - 12:40) lokaal 26
mededelingen:
- De telefoons moeten weg
- Laten we de rust bewaren
- Als je snel afgeleid bent, zet ik je apart

1. We kijken de volgende opdrachten na: 4 t/m 8
2. Er volgt een uitleg over producenten/ consumenten/reducenten
3. Jullie gaan daarna aan de slag met de volgende opdrachten 10 t/m 12 en 15.
4. Als jullie klaar zijn dan starten we met nakijken.

1 / 41
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Lesuur 5: C2E (11:55 - 12:40) lokaal 26
mededelingen:
- De telefoons moeten weg
- Laten we de rust bewaren
- Als je snel afgeleid bent, zet ik je apart

1. We kijken de volgende opdrachten na: 4 t/m 8
2. Er volgt een uitleg over producenten/ consumenten/reducenten
3. Jullie gaan daarna aan de slag met de volgende opdrachten 10 t/m 12 en 15.
4. Als jullie klaar zijn dan starten we met nakijken.

Slide 1 - Slide

Voedselrelaties

Slide 2 - Slide

Wat betekent het begrip "ecologie?"
A
een soort is een voedsel voor een andere soort
B
omgeving van een organisme
C
de studie van relaties tussen organismen
D
het milieu en de organismen die er leven, hebben met elkaar te maken

Slide 3 - Quiz

Ecologie
  • Het onderzoeken van de relatie tussen dieren en hun milieu: Ecologie

Slide 4 - Slide

niveaus van de ecologie
- Individu
- Populatie
- Levensgemeenschap
- Ecosysteem

Slide 5 - Slide

Kies de juiste volgorde van klein naar groot:
A
ecosysteem - individu - levensgemeenschap - populatie
B
Individu - levensgemeenschap - populatie - ecosysteem
C
individu - populatie - levensgemeenschap - ecosysteem
D
Ecosysteem - levensgemeenschap - populatie - individu

Slide 6 - Quiz

Een weiland is een ...
A
Individu
B
Levensgemeenschap
C
Populatie
D
Ecosysteem

Slide 7 - Quiz

Op de afbeelding zie je:
A
Individu
B
Levensgemeenschap
C
Populatie
D
Ecosysteem

Slide 8 - Quiz

Voedselrelaties

Slide 9 - Slide

Leerdoelen
  • Je kunt een voedselketen en een voedselweb benoemen.
  • Je kunt de groepen organismen in de kringloop van stoffen onderscheiden. 
  • Je kunt biologisch afbreekbaar afval en niet-biologisch afbreekbaar afval onderscheiden.

Slide 10 - Slide

Planteneters (eten planten): konijnen bijv
Vleeseters (eter vlees): een wezel bijvoorbeeld
Alleseters: eten zowel vlees als planten

Slide 11 - Slide

voedselketen 
schakel = deel van een voedselketen.

De eerste schakel van een voedselketen is altijd een plant.
De tweede schakel is altijd een planteneter. 
De derde schakel is altijd een vleeseter 

Slide 12 - Slide

VOEDSELWEB
Noem eens een voedselketen uit dit voedselweb? 

Slide 13 - Slide

Producenten
Halen koolstofdioxide
uit de lucht en zetten
die om naar voedsel 
voor consumenten.

Doen aan fotosynthese!

Slide 14 - Slide

Maak de zin af. De eerste schakel van een voedselketen is altijd ....
A
een dier
B
een plant

Slide 15 - Quiz

Voedselketen
wordt gegeten door....
wordt gegeten door....
wordt gegeten door....

Slide 16 - Slide

voedselketen
consument van de eerste orde

consument van de tweede orde
consument van de derde orde
consument van de vierde orde
producent
  

Slide 17 - Slide

Welke voedselketen is goed genoteerd?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 18 - Quiz

Waarmee begint iedere voedselketen?
A
Producent
B
Consument

Slide 19 - Quiz

Reducenten
Bacteriën en schimmels
ruimen dode organismen
op. --> reducenten

Hierbij komen 
voedingsstoffen vrij

Slide 20 - Slide

Reducenten

Slide 21 - Slide

Biologisch afbreekbaar afval
Afval dat wordt afgebroken door bacterien en schimmels
Biologisch afbreekbaar
afval dat door reducenten (schimmels en bacteriën) kan worden afgebroken

Slide 22 - Slide

Niet biologisch afbreekbaar afval
Afval dat niet door bacterien en schimmels wordt afgebroken.
Niet biologisch afbreekbaar
afval dat NIET door reducenten (schimmels en bacteriën) kan worden afgebroken

Slide 23 - Slide

Biologisch afbreekbaar en niet-biologisch afbreekbaar afval onderscheiden.  
Biologisch afbreekbaar afval 
van planten en dieren, kan wel worden afgebroken door reducenten.  

Niet-biologisch afbreekbaar afval van kunststof, glas, metaal, steen, kan niet worden afgebroken door reducenten.

Slide 24 - Slide

Wat wordt er beschreven in een voedselketen?

Slide 25 - Mind map

Wat betekent het begrip "relatie"
A
een soort is een voedsel voor een andere soort
B
omgeving van een organisme
C
de studie van relaties tussen organismen
D
het milieu en de organismen die er leven, hebben met elkaar te maken

Slide 26 - Quiz

Hoe noemen we de relatie tussen een merel (vogel) en een regenworm?

Slide 27 - Open question

Een schaap is een ....
A
planteneter
B
vleeseter
C
afvaleter

Slide 28 - Quiz

Een wolf is een ....
A
planteneter
B
vleeseter
C
afvaleter

Slide 29 - Quiz

Een pissenbed is een ....
A
planteneter
B
vleeseter
C
afvaleter

Slide 30 - Quiz

Slide 31 - Video

0

Slide 32 - Video

Voedselweb
Voedselweb= meerdere voedselketens in een ecosysteem (gebied)
De veldmuis wordt bijvoorbeeld gegeten door zowel de buizerd als de vos

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Video

Op welk plaatje zie je een voedselketen?
A
B
C

Slide 35 - Quiz

Slide 36 - Video

Waar begint een voedselweb of een voedselketen mee?
A
vleeseters
B
planteneters
C
planten

Slide 37 - Quiz

Hoe noemen we bacteriën en schimmels?
A
consumenten
B
reducenten
C
alleseters
D
producenten

Slide 38 - Quiz


A
Producent
B
Consument
C
Reducent

Slide 39 - Quiz


A
Producent
B
Consument
C
Reducenten

Slide 40 - Quiz


A
Producent
B
Consument
C
Reducenten

Slide 41 - Quiz