Pak a.j.b. je spullen:
Pak a.j.b. je spullen:
Vandaag
Herhaling Elektrische Schakelingen - deel 4
Quizvragen
Laatste feitjes
Vragen over puzzelen met circuits
Gemengde opgaven
Jaaroverzicht
Blokoverzicht
tw in week 45
Ik sluit een tv en een stofzuiger aan op het stopcontact.
Beredeneer o.b.v. wat je geleerd hebt over serie- en parallelschakelingen, of deze in serie of parallel staan.
G6.nat2
Geef een simpele verklaring waarom de stroom toeneemt wanneer ik een circuit een parallelle weerstand toevoeg.
G6.nat2
Ik heb twee weerstanden in serie staan.
Een van 10 Ohm en een van 40 Ohm.
De batterij levert 25 V.
Hoeveel spanning voelt ieder van de weerstanden?
Altijd: Als je het niet meteen ziet,
maak een simpele tekening
met de getallen erin.
G6.nat2
Weerstand (in = Ohm)
R
U I
Puzzelen met circuits
Vragen over een opgave?
Nog één voordoen?
Energie in het circuit
Vermogen in Watt... dat is gelijk aan: J / s
Dus 10 W gedurende 10 s gebruiken: 100 J
E = P * Δt of P = E /Δt
En, speciaal voor een stroomkring is het heel simpel,
want het vermogen komt precies uit op:
P = U * I
1 kWh = 3,6 * 10⁶ J
Waarom dit getal?
Zeg a.j.b. nooit "kilowatt per uur",
dat bestaat niet, het is
"kilowatt keer uur"
kWh = kilowatthour = 1 kW gedurende 1 h
Ik gebruik een waterkoker van 2500 W, gedurende 15 min:
Hoeveel energie gebruik ik?
Either Joule / Or kWh
P = 2500W
Δt = 15*60=900 s
E = 2500*900=2,25*10⁶ J
P = 2,5kW
Δt = 0,25h
E = 2,5*0,25 = 0,625 kWh
Metaaldraad heeft ook weerstand!
Hoe dikker de oppervlaktedoorsnede van de draad, hoe minder weerstand
(want de elektronen hebben meer ruimte om vrij te stromen)
Hoe langer de draad, hoger de weerstand
(want twee stukken draad achter elkaar zijn als twee weerstanden in serie, dus de weerstand telt op hoe langer de draad wordt)
Dus:
tabel 8 & 9
Vraag: Ik heb cilinder lood met een weerstand van
2 Ohm. Ik wals hem plat, zodat hij 2 keer zo lang wordt: Hoe groot is de weerstand nu?
Opgavenblad
Maak b.v. opgave 2, 3, 4, 10, 15, 18, 8
Antwoorden op ELO/Magister
of kijk op mijn laptop
Let op!
Opgaven zo uitgekozen dat het bij
de toets past!
Parallel
Stroom: verdeelt zich:
Omdat ieder elektron maar 1 pad kan 'kiezen'.
Meer weerstand in een pad, dan minder stroom daar.
Spanning: Gelijk over ieder pad, iedere weerstand:
Iedere weerstand 'voelt' 20V, dus iedere weerstand heeft een stroom van 20V/10ohm = 2 A, wat leidt tot een totale stroom van:
Weerstand: Weerstand telt omgekeerd op en de totale weerstand wordt kleiner:
Series
Stroom: overal gelijk
Spanning: verdeelt zich over weerstanden in
verhouding van weerstandswaarde:
Dus in dit voorbeeld 'voelt' iedere weerstand 10V,
dus er gaat een stroom door van 10V/10ohm = 1 A.
Resistance: Weerstand telt op:
Alsof er een grote weerstand van 20 Ohm is.
Wat heb je geleerd deze les?
G6.nat2