26-27 HH Elektr. 4 - Laatste feitjes + gemengde opgaven

Pak a.j.b. je spullen:                                

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 17 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Pak a.j.b. je spullen:                                

Vandaag

Herhaling Elektrische Schakelingen - deel 4


  • Quizvragen

  • Laatste feitjes

  • Vragen over puzzelen met circuits

  • Gemengde opgaven




Jaaroverzicht

Blokoverzicht


tw in week 45

Ik sluit een tv en een stofzuiger aan op het stopcontact.

Beredeneer o.b.v. wat je geleerd hebt over serie- en parallelschakelingen, of deze in serie of parallel staan.


G6.nat2

Geef een simpele verklaring waarom de stroom toeneemt wanneer ik een circuit een parallelle weerstand toevoeg.

G6.nat2

Ik heb twee weerstanden in serie staan.
Een van 10 Ohm en een van 40 Ohm.


De batterij levert 25 V.

Hoeveel spanning voelt ieder van de weerstanden?


Altijd: Als je het niet meteen ziet,
maak een simpele tekening
met de getallen erin.

G6.nat2

Weerstand (in     = Ohm)

                       



                       R


U                                    I

 

Puzzelen met circuits


Vragen over een opgave?


Nog één voordoen?



Energie in het circuit

Vermogen in Watt... dat is gelijk aan:  J / s
Dus 10 W gedurende 10 s gebruiken: 100 J
E = P * Δt     of      P = E /Δt

En, speciaal voor een stroomkring is het heel simpel,
want het vermogen komt precies uit op:
P = U * I

1 kWh = 3,6 * 10⁶ J

  • Waarom dit getal?

  • Zeg a.j.b. nooit "kilowatt per uur",
    dat bestaat niet, het is
    "kilowatt keer uur"

kWh = kilowatthour = 1 kW gedurende 1 h

Ik gebruik een waterkoker van 2500 W, gedurende 15 min:
Hoeveel energie gebruik ik?

                          Either Joule         /               Or   kWh


           P = 2500W

           Δt = 15*60=900 s

 E = 2500*900=2,25*10⁶ J


           P = 2,5kW

           Δt = 0,25h


 E = 2,5*0,25 = 0,625 kWh

Metaaldraad heeft ook weerstand!


  • Hoe dikker de oppervlaktedoorsnede van de draad, hoe minder weerstand
    (want de elektronen hebben meer ruimte om vrij te stromen)

  • Hoe langer de draad, hoger de weerstand
    (want twee stukken draad achter elkaar zijn als twee weerstanden in serie, dus de weerstand telt op hoe langer de draad wordt)

  • Dus:


    tabel 8 & 9

Vraag: Ik heb cilinder lood met een weerstand van
2 Ohm. Ik wals hem plat, zodat hij 2 keer zo lang wordt: Hoe groot is de weerstand nu?

Opgavenblad


Maak b.v. opgave 2, 3, 4, 10, 15, 18, 8

Antwoorden op ELO/Magister
of kijk op mijn laptop


Let op!
Opgaven zo uitgekozen dat het bij

de toets past!


                                       Parallel






Stroom:      verdeelt zich:   


Omdat ieder elektron maar 1 pad kan 'kiezen'.
Meer weerstand in een pad, dan minder stroom daar.

Spanning:   Gelijk over ieder pad, iedere weerstand: 



Iedere weerstand 'voelt' 20V, dus iedere weerstand heeft een stroom van 20V/10ohm = 2 A, wat leidt tot een totale stroom van:


Weerstand:  Weerstand telt omgekeerd op en de totale weerstand wordt kleiner


                                       Series






Stroom:      overal gelijk


Spanning:   verdeelt zich over weerstanden in
verhouding van weerstandswaarde:



Dus in dit voorbeeld 'voelt' iedere weerstand 10V, 
dus er gaat een stroom door van 10V/10ohm = 1 A.


Resistance:  Weerstand telt op:



Alsof er een grote weerstand van 20 Ohm is.

Wat heb je geleerd deze les?


G6.nat2