Toetsbespreking T3 2026 H4

toetsbespreking T3
1 / 36
next
Slide 1: Slide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 36 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

toetsbespreking T3

Slide 1 - Slide

toelichting op het nakijken
een V betekent dat er iets ontbreekt

ja en..., want...., dus.., er is geen afdoende toelichting gegeven
V toepassen: dan moet je beter de elementen gebruiken

een punt met een golfje erachter wil zeggen dat het een twijfel antwoord is dat op het examen fout gerekend zal worden
Alleen de punten in een kringetje voor de opgave moet je optellen!

Slide 2 - Slide

antwoordmodel
2 andere soorten sociale ongelijkheid met voorbeeld (niet economische: geld en bezit)
- Ongelijke verdeling van sociale hulpbronnen: contacten met mensen
- Ongelijke verdeling van symbolische hulpbronnen (status en aanzien)
- Ongelijke verdeling van politieke hulpbronnen: macht en gezag

Slide 3 - Slide

vraag 1.          max 2p
sociale hulpbronnen: jij kent mensen die bijvoorbeeld baas zijn van een heel goed bedrijf waardoor je hier sneller aan de slag kan gaan dan iemand anders, dit is oneerlijk en heeft te maken met sociale ongelijkheid
 politieke hulpbronnen: macht en gezag

Slide 4 - Slide

vraag 2.       max 2p
- Freeriders zijn mensen of groepen die profiteren van collectieve actie terwijl de freeriders zelf niet hebben meegeholpen.
- Een bepaalde groep heeft bedacht om sociale huurwoningen aan te bieden aan mensen die niet meer dan 56.910 euro per jaar te verdienen, zodat ze niet zoveel hoeven te betalen voor een huis (deze actie noemen we Collectieve actie) als een bewoner in zo een sociale huurwoning woont en na een tijdje meer verdient dan 56.910 per jaar, mogen mensen hen er niet uit zetten, dus zij profiteren van goedkope woningen wonen terwijl ze eigenlijk weer genoeg verdienen. 

Slide 5 - Slide

antwoordmodel
Freeriders zijn actoren die wel profiteren van de collectieve actie maar er niet aan bijdragen.
Scheefwoners zijn freeriders omdat zij gebruik maken van de goedkope woningen die voor mensen bedoeld zijn met lage inkomens, maar eigenlijk veel duurdere woningen kunnen betalen, zij houden nu woningen vast terwijl er een woningnood is en mensen met lagere inkomens nu niet aan een woning kunnen komen.


Slide 6 - Slide

vraag 3.    max 2p
De algemene oplossing om free riders aan te pakken is om te verplichten dat ze er aan mee moeten betalen met de collectieve actie. 

de aanpak wat de gemeente moet doen bij tegenwerkers is boetes opleggen, en anders taak/cel straffen

Slide 7 - Slide

antwoordmodel
- De oplossing is dwang (1p)
- Eigen voorbeeld leerling bijvoorbeeld:
De gemeente zou bijvoorbeeld wanneer mensen te veel verdienen voor een bepaalde woning ze een maximum aantal jaren kunnen om op zoek te gaan naar een nieuwe woning. (1p)
(hoeft niet op de tekst te slaan mag ook een algemeen voorbeeld zijn)

Slide 8 - Slide

vraag 4.        max 2p
In de tekst lees je dat:Dat is een plan waarin wondinbouwverenigingen en gemeentes extra hun best doen (handelen op elkaar afstemmen) om gezamenlijk meer huurwoningen te maken( hun doel)
Het gaat hier dus over samenwerking omdat 2 groepen samen in overleg gaan om het huizentekort tegen te gaan

Slide 9 - Slide

antwoordmodel
Het deltaplan is een vorm van samenwerking omdat in de tekst  woningcorporaties en gemeentes een relatie aan gaan om hun gezamenlijke doel namelijk het maken van meer huurwoningen te bereiken, waardoor er sprake is van samenwerking.

Slide 10 - Slide

vraag 5 max 2p
Het kunnen afgeven van een urgentieverklaring kan worden gezien als een vorm van macht. De gemeente heeft hierin het vermogen om hulpbronnen in te zetten, de hulpbron is dan de urgentieverklaring. En de gemeente kan hiermee de mogelijkheden van de mensen voor wie de urgentieverklaring is vergroten. 

Slide 11 - Slide

antwoordmodel
Kernconcept macht: Het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde doelstellingen te bereiken en de handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten).

Het kunnen afgeven van een urgentieverklaring is een voorbeeld van het hebben van macht, aangezien een urgentieverklaring een hulpmiddel is iets is van de gemeente dat iemand bovenaan de wachtlijst komt voor een huurwoning. Dit is een voorbeeld van het hebben van macht, aangezien de gemeente de handelingsmogelijkheden van anderen zo aan het vergroten is voor mensen die bovenaan de wachtlijst komen. En de gemeente is de mensen in nood zijn om een huis te vinden, onderaan de wachtlijst komen en de handelingsmogelijkden dus aan het beperken is.


Slide 12 - Slide

vraag 6.        max 2p
 

Cognitief hulpbronnen: kennis.
Economische hulpbronnen: geld. .

Slide 13 - Slide

vraag 7      max 2p
Richard probeerde eerst een affectieve hulpbron via een kennis. maar dat was tijdelijk daarna kon hij door zijn situatie geen sociale huurwoning krijgen. 

Slide 14 - Slide

antwoordmodel
Op een sociale hulpbron/ affectieve hulpbron
Want via een kennis kwam hij tijdelijk op een vakantiepark terecht

Slide 15 - Slide

vraag 8   max 2p
in de tekst staat dat Richard er juist voor wou zorgen dat hij een urgentieverklaring kreeg, zodat hij een huis had. hij wou met de gemeente samenwerken en niet een conflict met hen aangaan. 

Slide 16 - Slide

antwoordmodel
 in alinea 3 staat dat de gemeente Richard – als gescheiden man – niet wilde of kon helpen.
 Het is niet zo dat de gemeente Richard ging tegenwerken dus er is geen sprake van een conflict

Slide 17 - Slide

vraag 9    max 4p
Het kernconcept sociale ongelijk is van toepassing bij tekst 1 omdat Richard anders word behandeld als andere mensen (die bijvoorbeeld hoger staan in de maatschappelijke ladder) dit kan komen door: Al dan niet aangeboren kenmerken (richards is gescheiden) & dit heeft invloed op de maatschappelijke ladder (richard krijgt geen urgentieverklaring)

Slide 18 - Slide

antwoordmodel
element : verschillen tussen mensen kunnen aangeboren en niet-aangeboren zijn.
 1pt toepassing: de verschillen in de bron zijn niet-aangeboren. Het wel of niet in aanmerking komen voor bijvoorbeeld een urgentieverklaring is gebaseerd op niet-aangeboren kenmerken.

En/of
element: verschillen hebben consequenties voor de maatschappelijke positie.
toepassing: mensen die dakloos zijn omdat ze geen sociale huurwoning kunnen krijgen, hebben een lagere maatschappelijke positie dan mensen met een huis.

En/of
element: verschillen leiden tot ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, ongelijke waardering en ongelijke behandeling.
1pt toepassing: er is een ongelijke verdeling van schaarse zaken; de sociale huurwoningen. Sommige mensen kunnen deze niet krijgen.

Slide 19 - Slide

vraag 10   max 2p
Je leest in alinea 4 dat "hoeveel mensen in dezelfde situatie zitten als Richard en niet urgent genoeg worden gevonden is onbekend" en "vaak proberen mensen het niet eens, omdat ze van te voren al te horen krijgen dat hun aanvraag kansloos is" hieruit zie je dat ze toch geen kans maken en niet zullen stijgen op de maatschappelijke ladder. Er is dus geen sprake van sociale mobiliteit wat leidt naar een gesloten samenleving. 

Slide 20 - Slide

antwoordmodel
Zowel open als gesloten samenleving zijn goed, mits goed uitgelegd en onderbouwd:
1pt: meer open samenleving, waarbij mensen meer kansen hebben om sociaal mobiel te zijn.
1pt: Richard is erg sociaal mobiel gebleken, hij is van een betere maatschappelijke positie ‘afgezakt’ naar dakloze door een scheiding en een ziekte. Nu klimt hij weer wat op omdat hij woonruimte heeft gevonden.
Of
1pt: meer gesloten samenleving, waarin voor mensen nauwelijks kansen zijn om sociaal mobiel te zijn.
1pt: In alinea 7 zegt Van Brunschot dat uitstroom uit de dakloze opvang vrijwel onmogelijk is.


Slide 21 - Slide

vraag 11    max 3p
positietoewijzing: is dat je geen invloed hebt en dat is de plek van de maatschappelijke ladder die de maatshcappij je toewijst.

positieverwerving: is hoe erg je het zelf nog in hand hebt dat je nog veranderd van plek op de maatschappelijke ladder. 

In dit geval denk ik dat het beide wel deels is. Als hij niet was gaan scheiden was de kans groter geweest dat hij gewoon op dezelfde plek was gebleven op de ladder, maar hij kan er natuurlijk ook niet veel aandoen dat hij scheid, en ziek wordt. hierdoor wordt die ineens door het blok gezet en heeft ineens geen huis meer.  

eigenlijk mag dit niet waarom niet?

Slide 22 - Slide

antwoordmodel
1pt positietoewijzing: mensen komen op een bepaalde maatschappelijke positie terecht door maatschappelijke oorzaken.
1pt positieverwerving: mensen krijgen hun maatschappelijke positie door hun eigen bijdrage.
1pt uitleg: in het geval van Richard lijkt er meer sprake te zijn van positietoewijzing. Buiten zijn eigen schuld om (door ziekte) wordt hij dakloos en kan hij geen huurwoning vinden. (Je kan ook beargumenteren dat er sprake is van positieverwerving omdat hij er zelf voor kiest om te scheiden, wat ook een deel van de oorzaak van het dakloos worden was.)


Slide 23 - Slide

vraag 12   max 1p
voorstellingen, uitdrukkingsvormen

Slide 24 - Slide

vraag 13   max 2p
Formeel gezag is macht dat formeel wordt beschouwd. Dus in dit geval is de leraar in Vlaanderen een formele gezag. Je moet je altijd netjes tegen die persoon gedragen en die persoon heeft in de lessen alle macht tot tegenstelling van Nederland waarbij docenten je juist aansporen om vragen te stellen en in discussies te gaan mag je daar alleen in uitzonderlijke situaties vragen stellen en dan moeten ze hoogscherp zijn.
- Gezag is een macht dat als legitiem beschouwd wordt.



Slide 25 - Slide

antwoordmodel
In de tekst lees je dat professoren alleen antwoord geven wanneer studenten een bepaalde mailetiquette hanteren. Studenten hebben geen keus dan de wensen van de professoren te accepteren, omdat ze anders geen antwoord krijgen. Hiermee zorgen professoren ervan uit hun functie voor dat de studenten hun macht als legitiem beschouwen

Slide 26 - Slide

vraag 14   max 2p
In alinea 3 herkennen we de dimensie van Hofstede: grote versus kleine onzekerheidsvermijding. Dit betekent dat een cultuur onzekerheid juist vermijd of er niet zo veel problemen mee heeft. Er staat bijvoorbeeld in de tekst dat hun angst voor het onbekende Karakteristiek is voor Vlamingen.

Slide 27 - Slide

antwoordmodel
De dimensie van Hofstede die je tegenkomt in de tekst is sterke versus zwakke onzekerheidsvermijding. In de tekst lees je dat angst voor het onbekende karakteristiek is voor Vlamingen. Hieruit blijkt dat mensen in Vlaanderen een sterke onzekerheidsvermijding hebben want bij deze dimensie gaat het in hoeverre mensen zich bedreigt voelen door onbekende situaties en dat is in Vlaanderen duidelijk het geval.

Slide 28 - Slide

vraag 15   max 2p
Verder lees je in de tekst ook een machtsafstand zo lees je "waar kinderen in het Vlaamse onderwijs al van jongs af aan leren netjes in de rijd te staan en ye wachten op hun leerkracht, rennen Nederlandse kinderen zo de klas in" hieruit kun je zien dat de docenten in Vlaanderen meer macht hebben dan de docenten in Nederland. 

Slide 29 - Slide

antwoordmodel
In de tekst komt ook de dimensie grote vs kleine machtsafstand voor. Bij deze dimensie gaat het om de mate waarin mensen die minder machtig zijn, de macht van anderen accepteren en dat zie je terug omdat er staat dat mensen in Vlaanderen veel waarde hechten aan hiërarchie / je spreekt je professor alleen aan in uitzonderlijke situaties en enkel met echt scherpe en goede vragen

Slide 30 - Slide

vraag 16   max 2p
Cultuur is dynamisch omdat het plaats en tijdgebonden is, in de tekst lees je dat doordat je de verschillen tussen Nederland en België (Vlaanderen) ziet. Ook al spreken ze dezelfde taal, omdat het een ander land is is de cultuur heel anders

Slide 31 - Slide

antwoordmodel
Cultuur is dynamisch omdat het tijd- en plaats gebonden is. Uit de tekst blijkt dat Nederland en Vlaanderen dezelfde taal spreken en maar hun cultuur erg verschilt. Dat bewijst dat cultuur verschilt van plaats. (Nederland/ Vlaanderen) 

Slide 32 - Slide

vraag 17   max 1p
Bij Vlaamse studenten is het de norm om ieder weekend naar papa en mama te gaan terwijl Nederlandse studenten wel in het weekend in hun studentenkamer blijven

Slide 33 - Slide

antwoordmodel
in Vlaanderen hebben ze andere normen en waarden, je moet professoren anders aanspreken en in de weekenden eet je bij je ouders.

Slide 34 - Slide

vraag 18
Nederlandse studenten krijgen te maken met acculturatie omdat ze een cultuur verwerven dan dat hij of zij in is opgegroeid

Slide 35 - Slide

antwoordmodel
Zij krijgen te maken met acculturatie want zij krijgen te maken met een nieuwe cultuur die anders is dan waarin zij geboren zijn.

Slide 36 - Slide