This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slide and 1 video.
Lesson duration is: 40 min
Items in this lesson
Vandaag
Leesopdracht
kijkopdracht
Thema: Gamen
Slide 1 - Slide
Lees de tekst verkennend, wat is het onderwerp?
Slide 2 - Open question
Wat is de tekstvorm?
Slide 3 - Open question
De inleiding wordt later boven een tekst toegevoegd en geeft vaak een zeer korte samenvatting. Geeft deze inleiding een samenvatting van de hoofdzaken van de tekst?
A
Ja, dat je van gamen socialer wordt is de essentie van dit artikel
B
Ja, het gaat vooral om de belangrijkste oorzaak: door het strijden word je betere vrienden
C
Nee, de inleiding spreekt alleen over tegen elkaar strijden, maar het artikel gaat ook over samenspelen.
D
Nee, van gamen kun je ook eenzaam worden. Dat moet ook in de samenvatting.
Slide 4 - Quiz
Welke 2 misverstanden over gamen en gamers weerlegt de schrijver in de eerste alinea?
Slide 5 - Open question
Waarom zal de schrijver de tekst beginnen met het weerleggen van deze vooroordelen?
Slide 6 - Open question
Hoe maakt gamen je volgens het onderzoek van Verheijen socialer?
Slide 7 - Open question
Welke drie factoren bepalen of je je door gamen goed voelt en veel contact met anderen hebt?
Slide 8 - Open question
Noem twee redenen waarom Verheijen niet zo bang is voor gameverslaving.
Slide 9 - Open question
Leg uit hoe ‘gamen’ en ‘eenzaamheid’ met elkaar samenhangen.
Slide 10 - Open question
Slide 11 - Video
Op verschillende momenten in het filmfragment worden redenen voor jongeren om te gamen genoemd. Noem drie redenen die weinig verslavingsgevaar lijken op te leveren en een reden die als zorgwekkend wordt gezien.
Slide 12 - Open question
Zijn de definities van gameverslaving die in de tekst en het filmfragment voorkomen gelijk? Leg je antwoord uit.
Slide 13 - Open question
Geven de tekst en het filmfragment antwoord op dezelfde centrale vraag? Leg je antwoord uit.
Slide 14 - Open question
In het filmfragment is er meer angst voor gameverslaving dan in de tekst. Leg dit uit op basis van het publiek waarop de tekst gericht is en het publiek waarop het filmfragment gericht is.