5V - Periode 3, Les 13+14 - 27-03-2026

Bienvenidos
lessonup klascode
VWO 5: oivdd


1 / 43
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Bienvenidos
lessonup klascode
VWO 5: oivdd


Slide 1 - Slide

Reglas:

  1. groeten bij binnenkomst, telefoon in de tas
  2. spullen en huiswerk in orde
  3. bij binnenkomst rustig op eigen plaats gaan zitten
  4. als docent of een medeleerling spreekt ben je stil
  5. vragen? hand opsteken
  6. computer alleen gebruiken voor de les, en alleen indien de docent dat vraagt (dus geen andere bestanden of meldingen open hebben staan)
                                                 
                                    Respecteer elkaar, en elkaars spullen.

Slide 2 - Slide

Info 
Período 3
1. Materiales:
- Lessonup, SOM
- Schrift, Pennen, Mapje, Laptop

2. Exámenes
- Voca (13 de mayo)
- Grammatica (25-29 de mayo)
- Oral (TW) (presentación de cómo podrían hacer que Laar & Berg fuera más sostenible) 


Slide 3 - Slide

Wat is de vertaling van 'de verpakking'?
A
el ahorro
B
el campo
C
el alumbrado
D
el envase

Slide 4 - Quiz

Wat is de vertaling van 'de boom'?
A
el ahorro
B
el árbol
C
el alumbrado
D
el envase

Slide 5 - Quiz

Wat is de vertaling van 'het spaargeld'?
A
el ahorro
B
el árbol
C
el alumbrado
D
la basura

Slide 6 - Quiz

Wat is de vertaling van 'de file'?
A
el ahorro
B
el atasco
C
el alumbrado
D
la basura

Slide 7 - Quiz

Wat is de vertaling van 'de verlichting'?
A
el ahorro
B
el atasco
C
el alumbrado
D
la basura

Slide 8 - Quiz

Wanneer een lijdend voorwerp EN een meewerkend voorwerp beiden als persoonlijk
voornaamwoord in een zin staan komt ....
A
eerst meewerkend voorwerp
B
eerst lijdend voorwerp

Slide 9 - Quiz

De persoonlijke voornaamwoorden als meewerkend vw. LE en LES veranderen in .......?.............wanneer ze voor de persoonlijke voornaamwoorden als lijdend vw. LO, LA, LOS, LAS staan. Waar verandert het in?

Slide 10 - Open question

Complemento directo =
A
meewerkend voorwerp
B
lijdend voorwerp

Slide 11 - Quiz

Complemento indirecto =
A
meewerkend voorwerp
B
lijdend voorwerp

Slide 12 - Quiz

Imperativo: vivir (tú)
A
vivo
B
vives
C
vive
D
viven

Slide 13 - Quiz

Imperativo: cortar (tú)
A
corta
B
cortas
C
corto
D
cortamos

Slide 14 - Quiz

Imperativo: escribir (tú)
A
escribo
B
escribes
C
escribe
D
escriben

Slide 15 - Quiz

Imperativo ontkennend:
escribir, vosotros
A
no escribáis
B
no escribe
C
no escribid
D
no escriban

Slide 16 - Quiz

Imperativo negativo:
hacer (tú)
A
no haces
B
no hagos
C
no hagas
D
no haz

Slide 17 - Quiz

Imperativo negativo:
esperar (usted)
A
no espere
B
no espera
C
no espero
D
no esperas

Slide 18 - Quiz

Imperativo: salir (tú)
A
sales
B
sales
C
sale
D
sal

Slide 19 - Quiz

Waarom leren we in de lessen de imperativo/ CD/CI (en vandaag futuro) als het thema duurzaamheid is?

Slide 20 - Open question

El programa 
10 min   -  Quiz 
10 min    -  Corregimos los deberes
10 min    - Canción la tierra 
10 min     - A practicar





Slide 21 - Slide

Corregimos los deberes
Estudiar: 
Vocabulario p. 46 47
Las conjugaciones del imperativo 

Hacer: 

Evt afmaken:
ejercicios online (links in som)

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

¡A practicar! 
CD + CI con el imperativo
¿Qué? ejercicio extra  CD/CI en papel
¿Cómo? Individualmente 
¿Tiempo? 15 minutos 
¿Meta? Ser capaz de usar el CD y CI + el imperativo 

¿Listo? ejercicios online (siguiente dia/som) + verbuga.eu 

Slide 24 - Slide

Complemento Directo/Indirecto
 Ga aan de slag met deze oefenlinks!
¿Listo? Verbuga.eu (imperativo)

Slide 25 - Slide

El programa - 2e lesuur
10 min   -  El imperativo
10 min   - Vocabulario
15 min    - El futuro 
5 min     - Los deberes




Slide 26 - Slide

Practica el imperativo 
¿Qué? Ejercicio online / ejercicio en papel CD/CI
¿Cómo? Individualmente
¿Tiempo? 10 minutos 
¿Meta?  Ser capaz de conjugar el imperativo 

¿Listo? ejercicios online (dia 25)/ ejercicio CD/CI
timer
10:00

Slide 27 - Slide

Klaar? 


¿Listo?  imperativo afirmativo: verbuga.eu (todos, imperativo)
imperativo negativo: link

Slide 28 - Slide

¡A practicar! 
Vocabulario
¿Qué? Vocabulario p. 46 +47+48
¿Cómo? Individualmente
¿Tiempo? 10 minutos 
¿Meta? Memorizar el vocabulario 

¡Usa Quizlet/ Studygo etc! 
Online oefeningen nog niet af? dat eerst afmaken! (dia 25)

Slide 29 - Slide

El futuro imperfecto verbos rugulares

Slide 30 - Slide

El futuro imperfecto verbos irregulares
decir        dir                                          
poder      podr                           Deze werkwoorden hebben een onregelmatige
poner      pondr                        stam maar krijgen verder wel dezelfde uitgangen.
querer     querr
saber       sabr
salir          saldr                          Let op: in het boek hebben ze de r niet vetgedrukt
tener       tendr                          dat kan verwarrend zijn.
venir        vendr
haber      habr

Slide 31 - Slide

Drie manieren om over de toekomst te praten
1) met de presente           Este verano me quedo en casa.

2) met Ir a + infinitivo      Este verano voy a viajar por Perú.

3) met de futuro                De mayor, seré profesor y me casaré                                                          con una princesa.

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Video

Practica el futuro 
¿Qué? Ejercicio 1 +2 p.30/31
¿Cómo? En parejas
¿Tiempo? 10 minutos 
¿Meta?  Ser capaz de conjugar el futuro

¿Listo? vocabulario 
timer
10:00

Slide 34 - Slide

Leerdoel: ik weet hoe je de imperativo vervoegt en kan dit in zinnen gebruiken
No

Slide 35 - Poll

Leerdoel: ik weet hoe je het lijdend en meewerkend voorwerp kunt vinden in een zin
No

Slide 36 - Poll

Leerdoel: ik weet door welke Spaanse persoonlijke voornaamwoorden je de voorwerpen kunt vervangen
No

Slide 37 - Poll

Leerdoel: ik kan zowel het lijdend als meewerkend voorwerp in een zin vervangen door een persoonlijk voornaamwoord
No

Slide 38 - Poll

Leerdoel: ik weet hoe je de futuro vervoegt en wanneer je deze gebruikt
No

Slide 39 - Poll

Los deberes

Estudiar: 
Vocabulario p. 46 47 48
Las conjugaciones del imperativo 
CD/CI

Hacer: 
ejercicio 1+2 futuro (p.30-31)






Slide 40 - Slide

1. Hoe was de les? 2. Wat heb je deze week geleerd? 3. Hoe was de les?

Slide 41 - Open question

Volgende les
El futuro + escritura 4 + bespreken gramm. toets

Slide 42 - Slide

1. Hoe ging de toets?
2. Hoe goed heb je je voorbereid?
3. Wat zou je een volgende keer nog beter/anders kunnen doen?

Slide 43 - Open question