Frustratie bespreken met film

FRUSTRATIE BESPREKEN MET FILM

1 / 10
next
Slide 1: Slide
New lesson editorFilmBasisschoolSpeciaal OnderwijsGroep 4-6

This lesson contains 10 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Introduction

Korte filmles (20 min) In deze korte filmles staat frustratie en boos zijn centraal. De leerlingen bekijken de korte film Heatwave, waarin te zien is hoe mensen reageren wanneer ze gefrustreerd of boos worden. Begrijpend kijken Kinderen leren veel van wat ze zien in film. Door samen te kijken en erover te praten, leren ze beter situaties herkennen waarin iemand gefrustreerd of boos is. Met eenvoudige en visuele opdrachten oefenen leerlingen spelenderwijs begrip van emoties en sociale situaties. Lesdoelen Na deze les kan de leerling: Herkennen wanneer iemand gefrustreerd of boos is. Benoemen wat zij zelf voelen als ze gefrustreerd of boos zijn. Herkennen dat frustratie hoort bij leren Werkwijze De les is praktisch, kort en visueel, met opdrachten die aansluiten bij leren over emoties, sociale vaardigheden en communicatie. Deze les is ontstaan in samenwerking met Viertaal Cluster 2 primaire onderwijs en sluit goed aan bij leerlingen met een taalontwikkeling stoornis en/of leerlingen die slechthorend zijn.

Items in this lesson

FRUSTRATIE BESPREKEN MET FILM

Vandaag gaan we een korte films kijken en praten over gefrustreerd en boos zijn in film.


De leerlingen gaan in deze les leren wat het verschil is tussen boos zijn en frustratie.


We starten zo gelijk met het kijken van een korte film. Hoe denk jij dat de mensen zich voelen op het strand?



Bekijk de film.


Bespreek eerst de film Heatwave:

- Wat gebeurde er in de film?

- Wat vond je van deze film?

- Welke gedachten kwamen bij je op tijdens het kijken?

- Waar denk je dat deze film over gaat?


Bespreek vervolgens hoe frustratie en boosheid in de film worden weergegeven. De personages hebben het erg warm: ze zuchten, steken hun handen in de lucht of lopen even weg omdat het te veel wordt. Dit laat zien dat ze gefrustreerd zijn. Wanneer de frustratie oploopt, worden ze boos, wat bijvoorbeeld leidt tot ruzies.


- Wie kent het gevoel dat je gefrustreerd raakt?

- Wat is het verschil tussen ‘frustratie’ en ‘boos zijn’? Wie kan een voorbeeld geven?”


Leg uit:

Boos zijn: je voelt je kwaad. Voordat we boos zijn, zijn we door iets gefrustreerd.


Frustratie: Je raakt gefrustreerd als iets niet lukt of als iets niet gaat zoals je wil, verwacht of nodig hebt. Het voelt vervelend of moeilijk.

Denk bijvoorbeeld aan:

• Je hebt je veters gestrikt, maar ze gaan steeds weer los.

• Je weet het antwoord, maar je krijgt geen beurt.

• Je doet heel erg je best, maar je hebt toch weer alles fout.

• Je legt iets uit, maar ze begrijpen niet wat je bedoelt.


Wie kan nog een voorbeeld bedenken?


Leg uit dat jullie nog een korte film gaan bekijken. In deze film zien we een klein vogeltje dat iets probeert, maar het lukt niet. Let op: we bekijken slechts de helft van de film. Wat denken de leerlingen dat er daarna zal gebeuren?

Let op: we kijken tot de helft van de film!


Bespreek de video kort na:

- Wat gebeurde er in de film?

- Welke gedachten kwamen bij je op tijdens het kijken?

- Denk je dat het vogeltje boos word? Of dat het blijft proberen en het lukt?


Laten we gaan kijken!

Bekijk de rest van de video

Bekijk de tweede helft van de film.

Frustratie hoort bij leren!

Bespreek:

Komt de tweede helft overeen met wat de leerlingen dachten?


Het vogeltje Piper wordt niet boos, maar zet door en vindt een oplossing voor haar frustratie. Ze leert!


Bespreek dat frustratie ook hoort bij leren. Je doet iets moeilijks, het lukt niet, maar door te blijven oefenen wordt je er beter in!


Sluit de les af of doe de optionele opdracht op de volgende slide.

Opdracht: Vingerpuzzel

Optionele oefenopdracht:

Demonstreer dat frustratie omgezet kan worden in leren met deze oefening.


Bespreek: We gaan iets doen wat eerst moeilijk is. Dat kan een beetje frustrerend voelen. Dat is oké! Frustratie helpt ons leren.


1. Probeer je duim en pink tegen elkaar te laten tikken, zonder de andere vingers te bewegen

2. Nu tik je eerst je duim tegen pink, dan wijsvinger tegen ringvinger, en blijf herhalen.


Hou het tempo hoog. Zorg dat het net iets te moeilijk is voor de leerlingen.


Bespreek vervolgens:

- Hoe voelde het toen het niet lukte?

- Wat deed je om het te laten lukken?

(blijven proberen, lachen, hulp vragen)

- Wie kan het nu beter dan eerst?


Sluit af dat frustratie omgezet kan worden in leren net als bij de vingerpuzzel!

This item has no instructions