VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
EXAMENTRAINING
Notenschrift en intervallen: zo pak je examenvragen aan
VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
EXAMENTRAINING
Notenschrift en intervallen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Gerarus / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan in drie sleutels noten lezen, melodieën met voortekens noteren en intervallen benoemen, ook als ik ze alleen hoor.
This item has no instructions
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN
1. Lees: wat wordt er gevraagd? Een noot, een voorteken of een interval?
2. Kijk: zie je een g-, f- of c-sleutel, en welke voortekens staan er?
3. Tel of luister: tel letternamen en halve tonen, of luister twee keer en volg de melodie.
4. Controleer: klopt de naam van het interval met het aantal halve tonen?
This item has no instructions
De middelste C in de g-sleutel, f-sleutel, altsleutel en tenorsleutel
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
VRAAGTYPE 1: NOTEN LEZEN IN DRIE SLEUTELS
Je ziet een noot in de g-, f- of c-sleutel en zegt welke noot het is.
Kijk eerst naar de sleutel: de middelste C staat in elke sleutel ergens anders.
Tel vanaf een bekende noot: G in de g-sleutel, F in de f-sleutel, C in de c-sleutel.
A1: muzieknotatie of partituur volgen. Laat leerlingen eerst de middelste C zoeken. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
De sleutel is een altsleutel. Welke noot zie je?
F
A
E
G
Bovenste lijn in de altsleutel: G (de middelste lijn is C). Wie F kiest, leest de bovenste lijn als g-sleutel. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Welke noot zie je in deze f-sleutel?
E
A
F
C
Boven de balk met f-sleutel staat op het eerste hulplijntje de middelste C. Wie A kiest, leest de bovenste lijn. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Vier kruisen en vier mollen bij de g-sleutel en de f-sleutel
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
VRAAGTYPE 2: VOORTEKENS EN NOTEREN
Je ziet een noot met voortekens bij de sleutel en benoemt de klinkende toon.
Zoek eerst of de naam van de noot in de voortekens staat.
Bij het noteren zet je eerst de voortekens bij de sleutel, dan de noten.
A1: noteren van een aangeboden melodie in de g- en f-sleutel met maximaal vier voortekens. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Welke toon klinkt bij deze noot?
A
A met mol (as)
B met mol (bes)
G met mol (ges)
De drie mollen staan op B, E en A. De noot in de eerste ruimte van de f-sleutel is A, dus klinkt hij als as. Wie A kiest, vergeet de voortekens. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Welke toon klinkt bij deze noot?
G
G met mol (ges)
G met kruis (gis)
A met kruis (ais)
De vier kruisen staan op F, C, G en D. De noot op de tweede lijn is G, dus klinkt hij als gis. Wie G kiest, vergeet het derde kruis. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Vanaf C: kleine secunde, kleine terts, overmatige kwart, verminderde kwint, kleine sext, klein septiem
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
VRAAGTYPE 3: INTERVALLEN IN NOTENSCHRIFT
Je ziet twee noten en benoemt het interval, ook in de f-sleutel.
Tel de letternamen voor de naam en de halve tonen voor rein, groot, klein, overmatig of verminderd.
Let op voortekens: een kruis of mol verandert het aantal halve tonen.
A1: intervallen herkennen en benoemen in notenschrift. De naam volgt uit het aantal letters. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Welk interval vormen deze twee noten?
Overmatige kwart
Reine kwart
Reine kwint
Grote terts
F G A B zijn vier letters en 6 halve tonen: overmatige kwart. Wie reine kwart kiest, telt alleen de letters en let niet op de halve tonen. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Hoeveel halve tonen telt een grote sext?
Acht
Negen
Tien
Elf
Grote sext is negen halve tonen, kleine sext acht. Wie acht kiest, verwart groot en klein.
Vanaf C: reine prime, grote secunde, grote terts, reine kwart, reine kwint, grote sext, groot septiem, rein octaaf
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
VRAAGTYPE 4: INTERVALLEN HERKENNEN OP GEHOOR
Je hoort een fragment en benoemt een interval, vaak tussen twee tonen die je moet aanwijzen.
Luister twee keer. Let op de richting: omhoog of omlaag.
Begin bij het interval waar je zeker van bent en redeneer verder.
Auditief bevraagd: reine prime, kleine en grote secunde, kleine en grote terts, reine kwart, reine kwint en rein octaaf. Luister de fragmenten twee keer. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Video: Strauss: Also sprach Zarathustra, Einleitung (Koninklijk Concertgebouworkest, Jansons). Wat leerlingen horen: een lange lage orgeltoon, daarna een roep van de trompetten met drie tonen (C, G, C). Goede antwoord voor de tweede en derde toon: reine kwart omhoog.
De trompetten roepen drie tonen. Welk interval vormen de tweede en derde toon?
Reine kwint
Grote terts
Rein octaaf
Reine kwart
De roep klinkt C, G, C. Van C naar G is een reine kwint, van G naar C een reine kwart; samen een octaaf.
Video: Bach: Prelude in C groot, BWV 846 (Alexandre Tharaud, Warner Classics). Wat leerlingen horen: een rustig stijgend patroon van losse tonen over dezelfde akkoordtonen. Goede antwoord: kleine terts (E naar G).
Een pianist speelt een stijgend patroon. Welk interval vormen de tweede en derde toon?
Kleine terts
Grote terts
Reine kwart
Grote secunde
Het patroon begint met C, E, G, C, E. E naar G is een kleine terts. Wie grote terts kiest, denkt aan C naar E.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Noten lezen in drie sleutels
Voortekens en noteren
Intervallen in notenschrift
Intervallen horen
Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen met de bijbehorende uitlegdia uit les 1.
♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE
TIPS VOOR OP HET EXAMEN
Zoek in een c-sleutel eerst de middelste C en tel van daaruit.
Kijk eerst naar sleutel en voortekens voordat je een noot benoemt.
De naam van een interval komt uit de letters, de kleur uit de halve tonen.
Luister bij een fragment twee keer en let op de richting van de sprong.
This item has no instructions