Spelling: leestekens

Spelling
leestekens 
1 / 38
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Spelling
leestekens 

Slide 1 - Slide

DOEL

LEESTEKENS GOED GEBRUIKEN

- Je kunt punten, vraagtekens, uitroeptekens en komma's gebruiken

- Je kunt dubbele punt en aanhalingstekens gebruiken bij een citaat

Slide 2 - Slide

OEFENING

In de volgende zinnen zijn leestekens weggelaten.

Schrijf de zin over en plaats leestekens.

 

Kies uit:

punt, komma, dubbele punt en vraagteken

Fouten maken mag,
verbeter deze wel!

Slide 3 - Slide

Vandaag hebben we drie vakken biologie wiskunde en economie

Slide 4 - Open question

Als ik een onvoldoende haal krijg ik huisarrest

Slide 5 - Open question

Verschillen in betekenis

- Katten, spinnen, ijsberen, vissen, gieren, vliegen en honden slapen


- Katten spinnen, ijsberen vissen, gieren vliegen en honden slapen

Waardoor komt het verschil in betekenis?

Slide 6 - Slide

Verschillen in betekenis

- Katten, spinnen, ijsberen, vissen, gieren, vliegen en honden slapen

- Katten spinnen, ijsberen vissen, gieren vliegen en honden slapen


In de eerste zin staat een opsomming van dieren die slapen.

In de tweede zin staan drie dieren die iets doen.


De plaats van de komma maakt het verschil in betekenis.

Slide 7 - Slide

Bekijk het volgende filmpje!

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

LEESTEKENS (1)

- punten

- vraagtekens

- uitroeptekens

- komma's

Slide 10 - Slide

PUNTEN (1)

- Aan het einde van een zin


Vandaag heb ik een tenniswedstrijd.

Morgen ga ik logeren bij mijn neef.

Slide 11 - Slide

PUNTEN (2)

- Na of in sommige afkortingen


d.m.v.  -  m.a.w.  -   i.i.g.

  dhr.  -  mevr.  -   mej.

max.   -  min.  - nr.

Slide 12 - Slide

VRAAGTEKENS

- Na een vraag


Hoe laat ben jij vanmiddag thuis?

'Neem jij mijn fiets mee?' vroeg Camiel.

Slide 13 - Slide

UITROEPTEKENS (1)

- Om aan te geven dat iemand luid roept


'Ik ben beneden!' klonk het vanuit de kelder.



Slide 14 - Slide

UITROEPTEKENS (2)

- Om een bevel of waarschuwing aan te geven


Halt, of ik schiet!

Stop!

Kom hier!



Slide 15 - Slide

KOMMA'S

- Maakt een zin overzichtelijker

- Staat op de plaats waar je bij hardop lezen even een rust neemt



Slide 16 - Slide

KOMMA'S (1)

- Als pauzeteken in een zin


Onze hond eet erg veel, toch is hij niet dik.



Slide 17 - Slide

KOMMA'S (2)

- Tussen de delen van een opsomming


Ik hou van verschillende smaken ijs: chocolade, vanille, bosvruchten en cookie&caramel.



Slide 18 - Slide

KOMMA'S (3)

- Tussen twee persoonsvormen


Als je fietsband lek is, moet je ervoor zorgen dat het gemaakt wordt.



Slide 19 - Slide

LEESTEKENS (2)


- dubbele punt bij een citaat

- aanhalingstekens bij een citaat

Slide 20 - Slide

CITAAT

- Wanneer iemands woorden letterlijk opgeschreven worden, heet dit een citaat

- staat altijd tussen aanhalingstekens

- begint altijd met een hoofdletter




Slide 21 - Slide

AANHALINGSTEKENS bij citaat

- Een citaat staat altijd tussen aanhalingstekens


Loïs antwoordde: 'Ik vond die film erg goed.'

Sharon gilde: 'Ik weet niet of ik dat durf!'




Slide 22 - Slide

DUBBELE PUNT bij citaat

- Een dubbele punt wordt vóór het citaat gebruikt


Loïs zei: 'Ik vond die film erg goed.'

Sharon gilde: 'Ik weet niet of ik dat durf!'




Hoofdletter
Na de dubbele punt volgt normaal nooit een hoofdletter. Een citaat wordt wel met een hoofdletter geschreven. Na een dubbele punt bij een citaat gebruik je WEL een hoofdletter!

Slide 23 - Slide

OEFENING

In de volgende zinnen zijn leestekens weggelaten.

Schrijf de zin over en plaats leestekens.

 

Kies uit:

punt, komma, dubbele punt, vraagteken en aanhalingstekens

Fouten maken mag,
verbeter deze wel!

Slide 24 - Slide

Gijs schreeuwde Help ik ben in het water gevallen

Slide 25 - Open question

Als jij trakteert wil ik wel een gevulde koek

Slide 26 - Open question

Mark vroeg Hoe heet de president van Rusland

Slide 27 - Open question

Je kunt kiezen uit macaroni pannenkoeken of soep

Slide 28 - Open question

Axel doe jij mee aan de talentenjacht

Slide 29 - Open question

De schrijver zei Ik ben geïnspireerd door de natuur

Slide 30 - Open question

De film is saai er gebeurt te weinig

Slide 31 - Open question

Citaat ACHTER in de zin.

Als het citaat achter in de zin staat,

gebruik je een dubbele punt.


Anton zei: 'Morgen heb ik een wedstrijd.'




Slide 32 - Slide

Citaat VOOR in de zin.

Als het citaat voor in de zin staat,

gebruik je géén dubbele punt.


'Morgen heb ik een wedstrijd,' zei Anton.




Slide 33 - Slide

Citaat VOOR in de zin.

Je schrijft geen komma na het citaat als het citaat eindigt met een uitroepteken of vraagteken.


'Morgen heb ik een wedstrijd,' zei Anton.

'Heb ik morgen een wedstrijd?' vroeg Anton.

'Ik heb de wedstrijd gewonnen!' riep Anton.




Slide 34 - Slide

OEFENING

Je hebt je schrift en een pen nodig.


In de volgende slide staat een tekst.

Lees eerst de tekst.

Maak dan de tekst beter leesbaar.

Schrijf de tekst over in je schrift en plaats hoofdletters en leestekens.

Slide 35 - Slide

Probeer de oefening binnen de tijd af te hebben.

Doe het wel goed!


timer
5:00

Slide 36 - Slide

OEFENING NAKIJKEN

Je hebt een oefening in je schrift gemaakt.


Kijk de oefening met een gekleurde pen na.

Verbeter het als iets niet goed is.


In de volgende slide staat de goede uitwerking van de oefening.

Slide 37 - Slide

Nakijken oefening

Slide 38 - Slide