Paul Van Ostaijen

Paul Van Ostaijen
1 / 46
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

Items in this lesson

Paul Van Ostaijen

Slide 1 - Slide

Wat is het beroep van deze man?
A
schilder
B
schrijver
C
gangster
D
dichter

Slide 2 - Quiz

Van welke stad zie je hier de skyline?
A
Brussel
B
Gent
C
Antwerpen
D
Brugge

Slide 3 - Quiz

Doel van deze les
We maken kennis met de figuur Paul Van Ostaijen, de literaire stroming waartoe hij behoort en zijn iconische gedichten Music-Hall en  Bezette stad

  1. Je weet wie Paul Van Ostaijen is.
  2. Je weet wat de "avant-garde" is.
  3. Je weet wat ritmische typografie is.
  4. Je kan gedichten van Van Ostaijen analyseren.

Slide 4 - Slide

Persoonlijk leven
- 1896 - 1928 Antwerpen
- typische dandy
- flamingant
   Schrijft anoniem voor activistisch 
   tijdschrift (WO1) Vlaams Courant
- beschuldigd van collaboratie -> vlucht 
   naar Berlijn
- sterft op jonge leeftijd (32): tuberculose
1 Zijn leven

Slide 5 - Slide

Dandy?
Een dandy is kort gezegd een man die extreem veel aandacht besteedt aan zijn uiterlijk, kleding, taalgebruik en manieren. Het is echter veel meer dan alleen een 'ijdel persoon' of een modebewuste man; het is een hele levensstijl en cultuurstroming die ontstond aan het einde van de 18e eeuw en bloeide in de 19e eeuw.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Waarom moest er een nieuwe taal gevonden worden na WO 1?
A
De wereld zag er nieuw uit, dus moest er een nieuwe taal komen.
B
Kunstenaars wouden positief naar de toekomst kijken.
C
De oude woorden konden de gruwel niet beschrijven.

Slide 8 - Quiz

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

2 Deel van Avant-garde
De term avant-garde komt oorspronkelijk uit het Franse leger en betekent letterlijk 'voorhoede' (de troepen die in de strijd voorop lopen). In de kunst, literatuur en cultuur gebruiken we de term voor de pioniers: de makers die hun tijd ver vooruit zijn en de weg vrijmaken voor nieuwe ideeën.

Kort gezegd: de avant-garde bestaat uit vernieuwers die experimenteren met vormen die de rest van de wereld vaak pas jaren later begrijpt (of accepteert).

Slide 11 - Slide

2 Deel van Avant-garde
Dit zijn de belangrijkste kenmerken van een avant-gardebeweging:
1 Breken met de traditie
Avant-gardisten zetten zich fel af tegen de  traditionele kunst. Ze vinden de bestaande kunstvormen saai, burgerlijk of achterhaald. 
Paul van Ostaijen smeet de traditionele rijmschema's en nette grammaticale zinnen overboord omdat hij vond dat de oude dichtkunst de moderne, chaotische wereld na de Eerste Wereldoorlog niet meer kon beschrijven. Alles kon en mocht van hem in poëzie.

Slide 12 - Slide

2 Deel van Avant-garde
2 Experiment 
Er wordt volop geëxperimenteerd met nieuwe technieken, materialen en media. Van Ostaijen experimenteerde met de ritmische typografie.

3 Kunst en leven samenbrengen
Veel avant-gardegroepen wilden kunst uit de ivoren toren van het museum halen en verweven met de politiek en het dagelijks leven. Van Ostaijen liet het moderne leven aan bod komen in zijn gedichten. 

Slide 13 - Slide

2 Deel van Avant-garde
De avant-garde (ca. 1890–1940) was geen op zichzelf staande stijl, maar een verzamelnaam voor een reeks kunststromingen.

De avant-garde was een explosie van experimenten waarbij kunstenaars de traditionele regels braken door te focussen op emotie (Expressionisme), vorm (Kubisme), snelheid (Futurisme), absurditeit (Dada), pure abstractie (Constructivisme) of dromen (Surrealisme).


Kunstenaars: Marcel Duchamp, Hannah Höch, Kurt Schwitters.

5. Abstracte Kunst / Suprematisme & Constructivisme (vanaf ca. 1910)
Verschillende avant-garde kunstenaars lieten de herkenbare werkelijkheid volledig los.

Suprematisme: Richtte zich in Rusland op pure geometrische vormen en spirituele abstractie (denk aan het zwarte vierkant van Malevitsj).

Constructivisme: Was ook Russisch, maar veel meer gericht op design, architectuur en kunst die nuttig moest zijn voor de (communistische) samenleving.

Kunstenaars: Kazimir Malevitsj, Piet Mondriaan, Vladimir Tatlin.

6. Surrealisme (ca. 1924 - 1940)
Het surrealisme kwam voort uit Dada, maar richtte zich op de psychologie, geïnspireerd door de droomtheorieën van Sigmund Freud. Kunstenaars probeerden het onderbewustzijn, dromen en fantasieën visueel te maken, wat leidde tot bizarre, onlogische en magische scènes.

Kunstenaars: Salvador Dalí, René Magritte, Max Ernst.

Kort samengevat: De avant-garde was een explosie van experimenten waarbij kunstenaars de traditionele regels braken door te focussen op emotie (Expressionisme), vorm (Kubisme), snelheid (Futurisme), absurditeit (Dada), pure abstractie (Constructivisme) of dromen (Surrealisme).




Slide 14 - Slide

Persoonlijk leven
- taalkunstenaar
- avant-garde: nieuwe visie op kunst
- woorden = beelden
- poëzie moet voorgedragen worden
- ritmische gedichten: de stad!
- experiment met typografie
- vrij vers

3 Zijn visie op poëzie

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

4 Zijn dichtbundels
  • Music - Hall: (1916) jeugdwerk over het Antwerpse nachtleven
  • Bezette stad (1921) - over Antwerpen in oorlogstijd

terugkerende thema's:
  • de (moderne) stad
  • uitgaan en plezier
  • afzetten tegen verveling
  • oorlog en vernietiging

Slide 17 - Slide

4.1 Music Hall
-  wilde de kunst vernieuwen
- debuut (20 jaar) 
- verschenen in 1916 in volle oorlogstijd
- zette zich af tegen de traditionele poëzie van 
   bijvoorbeeld Guido Gezelle
- bracht vernieuwing in de inhoud:  i.p.v. de 
    natuur, de verheven liefde, de ziel toonde hij het moderne
    leven: treinen, elektriciteit, cinema, reclame...

Slide 18 - Slide

Was Van Ostaijen eerder een realist of een romaticus?
A
realist
B
romanticus

Slide 19 - Quiz

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

4.2 Bezette Stad
- 1921 
- bekendste dichtbundel 
- verdacht van collaboratie --> vluchtte 
   naar Berlijn


Slide 22 - Slide

1 Wat is een music hall?
2. Hoe merk je dat het 
     oorlog is?
3. Wat zou PLOTS kunnen zijn?
4. Wat zou het 'banale 
      wonder' zijn?
5. Waarvoor zou de ballon 
     een metafoor zijn?
6. Zie je de gelijkenis met 
    een affiche?

Slide 23 - Slide

Music hall
Een amusementspaleis, een plaats waar mensen geëntertaind werden (dans, muziek, theater, ruimer dan onze theaters nu).
Tijdens de bezetting waren die theaters de enige plaatsen om aan de realiteit te ontsnappen (escapisme).
Van Ostaijen was vaste klant.

Slide 24 - Slide

Oorlog?
1916: de stad is moedeloos en doods
- spaarzaam zijn met elektriciteit 
- voedseltekort
- sommige delen in donker gezet (militaire strategie)

Slide 25 - Slide

banale wonder?
Het is donker ('elektriekspaarzaamheid') en plots gaan de lichten/spots aan. Plots was de oorlog weg.

Het banale van het amusementspaleis dat vele toeschouwers genot bezorgt in donkere tijden.

Slide 26 - Slide

De ballon die barsten gaat?
Music hall kan tijdens oorlog op elk moment gebombardeerd worden. De levens van het publiek zijn fragiel.
Music hall = fantasiewereld: contrast met realiteit

Slide 27 - Slide

Gelijkenis affiches
Ritmische typografie
Vorm: eerste verzen in de vorm van music hall
Verschillende lettergroottes

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Welk muziekgenre herken je in de gedichten?
A
jazz
B
blues
C
soul
D
funk

Slide 30 - Quiz

Rol van jazz
Van Ostaijen wilde de traditionele, 'saaie' dichtkunst openbreken. Jazz hielp hem daarbij. Jazz is energiek, grillig en maakt gebruik van onverwachte ritmes. Van Ostaijen probeerde dit muzikale ritme te vertalen naar het papier:
1 Woorden dansen over de pagina: Hij gebruikte verschillende lettertypes, grote en kleine letters, en zette woorden kriskras neer.
2 Klanknabootsing: Net zoals een jazzmuzikant improviseert met klanken, speelde Van Ostaijen met de klank van woorden (onomatopoeia), alsof de tekst zelf een instrument was.

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Video

BOEM Paukeslag 

Slide 33 - Slide

Waarover gaat dit gedicht?

Slide 34 - Open question

Slide 35 - Video

Slide 36 - Slide

Analyse van de vorm
Paul van Ostaijen is een expressionistische dichter. Hij brak met rijm en vaste strofeopbouw. Hij liet hoofdletters en leestekens vallen. Hij wou de emotie zoveel mogelijk vatten door te spelen met de vorm en het ritme. Hij paste ritmische typografie toe om van een gedicht een visuele en muzikale ervaring te maken. 
Hij behandelde taal niet als een statische tekst, maar als een partituur. Door te spelen met grootte, richting en witruimte regisseerde hij de stem van de lezer en gaf hij de woorden een dwingend, muzikaal ritme mee.

Slide 37 - Slide

Analyse van de vorm
1. Variatie in lettertypes en lettergroottes
Van Ostaijen smeet de traditionele, strakke bladspiegel overboord. Binnen één pagina — of zelfs binnen één zin — combineerde hij verschillende lettertypen (zoals schreefloos, cursief en vetgedrukt) en varieerde hij extreem in grootte.
 Grote, vette letters springen naar voren en werken als een visueel accent (zoals een harde trommelslag of geschreeuw). 
Kleine letters dwingen de lezer tot vertraging of fluisteren.

Slide 38 - Slide

Analyse van de vorm
2. Spelen met de witruimte
De witruimte op het papier was voor Van Ostaijen net zo belangrijk als de bedrukte letters. Hij verspreidde woorden kriskras over de pagina.
Witruimte functioneert als rusttekens of pauzes in de muziek. Een woord dat helemaal alleen in een hoek staat, krijgt extra nadruk en ademruimte. 

Slide 39 - Slide

Analyse van de vorm
3. Woordarchitectuur en richting
Letters en woorden staan bij Van Ostaijen niet altijd netjes op een horizontale lijn. Ze tuimelen naar beneden, lopen diagonaal, golven, of vormen geometrische patronen.
De richting van de tekst bootst de beweging van het onderwerp na. Als hij schrijft over een vallend object of een dalende deun, zakken de letters letterlijk trapsgewijs naar beneden. Dit versterkt het bewegende ritme.

Slide 40 - Slide

Analyse van de vorm
4. Klanknabootsing 
Van Ostaijen was sterk beïnvloed door de jazzmuziek en de hectiek van de moderne stad. Hij gebruikte typografie om geluiden direct voelbaar te maken.
Het geluid van een voorbijrazende tram of een explosie werd niet alleen beschreven, maar visueel 'gemonteerd' alsof het een partituur was. De letters gaven aan hoe hard, lang of schel een klank moest worden uitgesproken.

Slide 41 - Slide

Analyse van de inhoud
Het gedicht beschrijft een enorme, plotselinge explosie en de chaos die daarop volgt.
Het begint met de gigantische klap: BOEM PAUKESLAG.
Meteen daarna is alles PLAT. Van Ostaijen visualiseert dit letterlijk met een lange, strakke horizontale lijn (een getrokken nullijn) op het papier. De klap heeft de wereld met de grond gelijkgemaakt; er is totale stilte.

Vervolgens komt de wereld traag en chaotisch weer in beweging. Instrumenten zetten een voor een in (violen, celli, bassen), de dynamiek zwelt aan (triangel, trommels, PAUKEN), tot de herhaling en de climax van beweging: rennen razen rennen razen RENNEN.

Dan volgt een abrupte stilstand: STOP!

Slide 42 - Slide

Analyse van de inhoud
Van Ostaijen schreef Bezette Stad in Berlijn, vlak na de Eerste Wereldoorlog. Hij had de Duitse bezetting van Antwerpen van dichtbij meegemaakt.
De BOEM staat symbool voor de inslag van een granaat of bom die de oude wereld letterlijk en figuurlijk aan gort schiet.
Het gedicht verwijst naar de paniek van de moderne oorlog: het plotselinge lawaai, het rennen voor je leven, en de totale desoriëntatie.

Slide 43 - Slide

Analyse van de inhoud
Na de stilstand (STOP!) verschuift de inhoud van puur geluid en beweging naar een scherpe observatie van de maatschappij. De klap heeft namelijk niet alleen gebouwen platgelegd, maar ook de moraal vernietigd. Van Ostaijen beschrijft het morele verval in de bezette stad:
“hoeren slangen werpen zich op eerlike mannen”: De chaos zorgt voor morele losbandigheid.
“het gezin wankelt / de fabriek wankelt / de eer wankelt ligt er”: De drie hoekstenen van de toenmalige burgerlijke maatschappij (het traditionele gezin, het kapitalisme/de arbeid, en de persoonlijke eer) storten in.

Het culmineert in de totale intellectuele en morele nihilistische crisis: “alle begrippen VALLEN”. De oude waarheden en waarden hebben hun betekenis verloren.

Slide 44 - Slide

Analyse van de inhoud
Het komt samen in een totale crisis: “alle begrippen VALLEN”. De oude waarheden en waarden hebben hun betekenis verloren.

Slide 45 - Slide

Een parodie...

Slide 46 - Slide