Hoofdstuk 04 - Naar het werk

Goedemorgen
1 / 39
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Goedemorgen

Slide 1 - Slide

Welke dag is het vandaag? 
Wat is de datum? 

Slide 2 - Slide

Hoe gaat het?
😒🙁😐🙂😃

Slide 3 - Poll

ga je mee?
2,50

Slide 4 - Slide

het werk

Slide 5 - Slide

Luister en beantwoord vragen:
Waarom wil hij werken?

Wat kan hij goed?
Heeft hij veel ervaring? 

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Luister en beantwoord vragen:
Waarom wil hij werken?

Wat kan hij goed?
Heeft hij veel ervaring? 

Slide 8 - Slide

Hoofdstuk 3 - Naar school

Slide 9 - Slide

Het is maandag. 
Paul is thuis. 
Hij moet naar zijn werk. 
Hij werkt in de kantine van een school. 
Hij maakt koffie en thee voor de cursisten. 
Het werk is leuk. 

Slide 10 - Slide

Paul gaat naar zijn werk.
Zijn werk is ...

Slide 11 - Mind map

Schrijf de dagen van de week

Slide 12 - Open question

Waar is Paul?
A
Op school
B
Op zijn werk
C
In de kantine
D
Thuis

Slide 13 - Quiz

Wat doet Paul op zijn werk?
A
Hij maakt schoon
B
Hij maakt koffie en thee

Slide 14 - Quiz

Welke zin is waar?
A
Paul werkt in de kantine.
B
Paul is een cursist.
C
Paul is docent op een school.

Slide 15 - Quiz

Paul werkt in de kantine. Waar zie je de kantine?
A
B
C

Slide 16 - Quiz

Paul is een cursist.
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quiz

Paul vindt zijn werk leuk.
A
waar
B
niet waar

Slide 18 - Quiz

Eerst drinkt Paul rustig een kopje thee. 
Thee met heel veel suiker. 
Dat is lekker!
Paul pakt zijn jas. Hij loopt naar buiten.
Hé, wat is dat? 
Paul gaat weer naar binnen.
O! Hij is zijn bril vergeten. 

Slide 19 - Slide

Welke zin is waar?
A
Paul drinkt snel zijn thee.
B
Paul drinkt rustig zijn thee.

Slide 20 - Quiz

Paul drinkt niet snel, maar ...

Slide 21 - Mind map

Paul doet niet weinig suiker in zijn thee, maar ...

Slide 22 - Mind map

Paul doet suiker in zijn thee.

Hij vindt het ...

Slide 23 - Mind map

Welke zin is waar?
A
Paul drinkt rustig thee.
B
Paul drinkt geen thee.
C
Paul drinkt snel thee.

Slide 24 - Quiz

Wat vindt Paul lekker?
A
Thee zonder suiker.
B
Thee met weinig suiker.
C
Thee met veel suiker.

Slide 25 - Quiz

Welke zin is waar?
A
Paul drinkt koffie met melk.
B
Paul drinkt thee met veel suiker.
C
Paul drinkt thee zonder suiker.

Slide 26 - Quiz

Paul is buiten.
Hij gaat ... naar binnen.

Slide 27 - Mind map

Paul vergeet zijn jas.
A
waar
B
niet waar

Slide 28 - Quiz

Paul is iets vergeten.
Wat is Paul vergeten?

Slide 29 - Open question

Paul zoekt en zoekt, maar hij ziet zijn bril niet. 
Wat ben ik toch dom, denkt hij. 
Paul doet de deur dicht en pakt zijn fiets. 
Hij gaat zonder bril naar zijn werk. 

Slide 30 - Slide

Welke zin is waar?
A
Paul zoekt zijn thee.
B
Paul zoekt zijn fiets.
C
Paul zoekt zijn bril.

Slide 31 - Quiz

Paul zoekt zijn bril.
A
waar
B
niet waar

Slide 32 - Quiz

Paul vindt zijn bril in huis.
A
waar
B
niet waar

Slide 33 - Quiz

Hoe gaat Paul naar zijn werk?
A
Hij loopt
B
Hij fietst
C
Hij gaat met de bus

Slide 34 - Quiz

Welke zin is waar?
A
Paul gaat zonder jas naar zijn werk.
B
Paul gaat zonder bril naar zijn werk.
C
Paul gaat zonder fiets naar zijn werk.

Slide 35 - Quiz

Paul is slim
A
waar
B
niet waar

Slide 36 - Quiz

Paul denkt: Ik ben dom.
A
waar
B
niet waar

Slide 37 - Quiz

1.
2.
3.
4.
Paul gaat naar zijn werk.
Paul drinkt thee
Paul pakt zijn jas.
Paul zoekt zijn bril.

Slide 38 - Drag question

De bril van Paul<div>
</div><div>
</div>
<span>Het werk van Paul</span><div>
</div><div>
</div>
<div>De fiets van Paul</div><div>
</div><div>
</div>
drinken<div>
</div><div>
</div>
kijken
lopen

Slide 39 - Drag question