This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 120 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Wat gaan wij vandaag doen?
We bespreken kort welke lastige klantsituaties jullie op je werk hebben gehad.
Uitleg over hoe je omgaat met lastige klanten
B O O S uitleg( kleine opdracht)
Filmpje 5 min
LessonUp We doen een kleine quiz over ontvangst van klanten.
Filmpje bekijken van een lastige klant en vragen beantwoorden na het filmpje
LessonUp 4 vragen
Competenties in hospitality
Filmpje Luisteren
Slide 2 - Slide
Moeilijke situaties met klanten
Slide 3 - Slide
Omgaan met ongeduldige/lastige klanten
Er is altijd wel een klant die haast heeft en daarom heel erg ongeduldig is. Jij moet dan goed weten wat je moet doen. En wat je niet moet doen.
Wij gaan hiermee vandaag aan de slag.
Slide 4 - Slide
Hoe ga je om met lastige klanten?
Blijf altijd rustig en beleefd, toon begrip. Neem de klant en klacht serieus.
Luister goed en laat de klant uitpraten. Zoek uit wat het probleem is
Informeer. Omschrijf kort wat de klant je heeft verteld en stel vragen. Belangrijk is dat jij weet wat het probleem is.
Toon interesse en neem het probleem serieus ook als de klant onredelijk is. Excuses!!
Streef altijd naar een oplossing, laat de klant weten dat jij je uiterste best voor hem/ haar doet.
Slide 5 - Slide
Een klacht is een kans!?
Je kunt een ontevreden klant weer tevreden laten zijn.
Je leert hoe je in het in het vervolg beter kunt doen.
Slide 6 - Slide
Wist jij dat:
een ontevreden klant dit gemiddeld 10x doorvertelt aan iemand anders?
die ander dat vervolgens ook weer 3x doorvertelt
Bedenk eens hoeveel mensen het negatieve verhaal dan horen!
Slide 7 - Slide
B O O S
Begrip tonen
Onthouden/ opschrijven
Oplossing
Service verlenen Dit geheugensteuntje helpt je bij het behandelen van klacht of moeilijke klant
Doel: je weet welke stappen je kunt nemen wanneer je een lastige klant of klacht hebt.
Slide 8 - Slide
Begrip tonen
Luister goed naar de klant en onderbreek hem niet
Bedank de klant voor het uiten van zijn klacht
Neem elke klacht serieus, concentreer je op de inhoud en niet op het nare gedrag van de klant.
Blijf altijd vriendelijk, laat je irritatie niet horen.
Geef nooit iemand anders de schuld
Zoek naar punten waar je het samen over eens bent ( bijv.: "inderdaad, afspraak is afspraak)_
Slide 9 - Slide
Onthouden/ opschrijven
Onthoud goed wat de klant heeft verteld, nadat de klant is uitgeraasd vat dan in het kort samen wat hij/zij heeft gezegd.
Opdracht: Herinner jij een lastige situatie met een vervelende klant, wat gebeurde er, hoe voelde jij je hierbij en wat deed je om het probleem op te lossen?
Slide 10 - Slide
Oplossen
Je doel is altijd om de klacht optelossen.
Wanneer je er zelf niet uitkomt, raadpleeg een collega of leidinggevende!
Beloof de klant niet teveel, je moet namelijk eerst uitzoeken wat mogelijk/haalbaar is.
Vraag ook eens aan de klant aan welke oplossing hij/zij zelf denkt.
Bijvoorbeeld: " ik ga mij best doen om dit voor u op te lossen".
Slide 11 - Slide
Servicegerichtheid
Gebruik nooit aanvallend taalgebruik. Bijv. Niet: U ziet het verkeerd. Wel: Ik heb een andere mening.
Stel op het juiste moment de juiste vraag, wees behulpzaam en proactief/anticipeer.
Wees behulpzaam, meeleven, vriendelijk en respectvol.
Opdracht: Omschrijf in eigen woorden wat servicegerichtheid is en wat het doel is van servicegerichtheid?
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Video
Log in in Lessonup.com met je voornaam
https://www.lessonup.com/
Gebruik de code onderaan het smartboard.
Slide 14 - Slide
Je ontvangt een hele boze klant, wat doe jij dan?
A
Blijf je rustig
B
Laat je hem/haar eerst afkoelen
C
Doe je een stap achteruit
D
Benoem je wat je ziet
Slide 15 - Quiz
Je hoort op je werk een gesprek tussen 2 klanten over de slechte service bij jullie. Wat doe jij dan?
A
Je stapt op ze af en vraagt of alles naar wens is
B
Je gaat naar ze toe en zegt dat je toevallig hoorde dat ze de service bij jullie zo slecht vinden. Je vraagt hen of ze willen omschrijven wat er zo slecht aan de service is.
C
Je laat het lekker gaan. Als ze echt een klacht hebben kunnen ze een klachtenformulier invullen
Slide 16 - Quiz
Laat de klant uitrazen! Wat hoort hieronder NIET in het rijtje thuis? ( denk aan de B van begrip tonen)
A
Ik merk dat u erg boos bent
B
Ik vind dit echt heel erg vervelend voor u
C
Ik begrijp wat u bedoelt
D
Ja, soms zit het even tegen
Slide 17 - Quiz
Een klacht is een kans!? Jazeker, want:
A
Je kunt een ontevreden klant weer tevreden laten zijn
B
Je leert hoe je het in het vervolg beter kunt doen
C
Nee, elke klacht is slecht voor het bedrijf
Slide 18 - Quiz
De klant blijft onredelijk en dreigt zelfs. Wanneer neemt de boosheid bij de klant af?
A
Wanneer jij luistert
B
Wanneer jij vriendelijk lacht
C
Wanneer je extra vriendelijk gaat doen
D
Wanneer jij doet wat de klant zegt
Slide 19 - Quiz
Wanneer de klant is uitgeraast, wat doe jij dan?
A
Ga je dat wat hij/zij heeft gezegd kort samenvatten
B
Ga je hem/haar vragen stellen
C
Ga je alles opschrijven
D
Ga je samenvatten wat hij heeft gezegd en vragen stellen.
Slide 20 - Quiz
Waarom is het belangrijk om vragen te stellen?
A
Dan laat ik zien dat ik de klant belangrijk vind
B
Door vragen te stellen kun je controleren of je alles goed begrepen hebt
C
Ik laat zien dat ik interesse toon
D
Ik de klant wil laten zien dat ik hem serieus neem.
Slide 21 - Quiz
Filmpje van een lastige klant
Kijk goed naar wat de medewerkster anders had kunnen doen in het gesprek met de klant.
Na het filmpje volgen er een aantal vragen.
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Video
Wat is de beste reactie
A
Ik zal contact opnemen met de schoonmaakdienst
B
Zo erg kan het toch niet zijn, onze schoonmakers werken altijd heel hard.
C
Wat vervelend voor u, dat is niet zoals het hoort. Wat is er mis?
D
Oh, dat is niet fijn om te horen
Slide 24 - Quiz
Wat had de medewerkster moeten doen, voordat ze de schoonmaakdienst belde?
A
Vragen met hoeveel mensen ze in het huisje zijn.
B
Vragen stellen naar wat er precies mis is.
C
Excuses aanbieden en zeggen dat de schoonmaker vandaag langskomt.
D
Excuses aanbieden en zeggen dat jullie tot op heden geen klachten over de schoonmaak hebben gehad.
Slide 25 - Quiz
Niet Anja, doe maar een andere! Wat is de beste reactie, meegeven of niet?
A
Meneer, ik ga niet over ons personeel met u in discussie
B
Toegeven: helaas horen we vaker klachten over Anja.
C
Kunt u mij a.u.b. even laten praten met mijn collega?
D
Vragen of iemand anders nogmaals schoonmaakt
Slide 26 - Quiz
Wat kan de medewerkster nu nog doen nadat meneer weet dat hij moet wachten op de bungalow?
A
Sorry het spijt mij meneer, ik kan er op dit moment niks meer aan doen
B
Kom lekker op ons terras zitten en dan krijgt u van ons een koffie, lekker in het zonnetje. Wij maken in de tussentijd uw bungalow schoon.
C
Als u eerst even wat anders gaan doen, dan is straks uw bungalow weer helemaal schoon
D
Zodra mijn leidinggevende er is zal ik hem vragen wat voor een andere compensatie wij u eventueel kunnen aanbieden.
Slide 27 - Quiz
Belangrijke competenties in hospitality
Stressbestendigheid Servicegerichtheid
Flexibiliteit Structuur
Aanpassingsvermogen Nauwkeurigheid
Teamgerichtheid Communicatieve vaardigheden
Geduld
Slide 28 - Slide
Customer Journey
Slide 29 - Slide
Customer Journey
De klantreis: beleving.
Alles wat de klant ziet, doet, kiest, ruikt, proeft: de hele ervaring.