WO Thema 17 - De zon, de aarde en de maan

Thema 17 
De zon, de aarde en de maan
Aardrijkskunde
1 / 24
next
Slide 1: Slide
WereldoriëntatieLager onderwijs

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 240 min

Items in this lesson

Thema 17 
De zon, de aarde en de maan
Aardrijkskunde

Slide 1 - Slide

Doelen van de lessenreeks
Na deze les kennen/kunnen/weten jullie:
- dat de aarde om haar as draait in 24u en dat dit zorgt voor dag en nacht.
- dat de aarde rond de zon draait in ongeveer 365 dagen en 6u.
- dat de schuine as van de aarde en de omwenteling van de aarde om de zon zorgt voor de seizoenen zoals we ze hier kennen.
- de werking van de schrikkeljaren
- de poolnacht en de pooldag (of middernachtzon)
- de omwenteling van de maan rond de aarde
- wat zoneclipsen en maaneclipsen zijn en kennen jullie de maanfasen
- de invloed van de maan op de getijden en de invloeden die de maanstanden hebben
- Het verband tussen de aarde en de maan met de tijdsindeling

Slide 2 - Slide

Vul aan: De zon is een...
A
maan
B
planeet
C
ster
D
seizoen

Slide 3 - Quiz

Vul aan: De zon is een...
A
een enorme grote gasbol die licht en warmte uitstraalt.
B
een hemellichaam dat rond een ster draait.
C
een klein hemellichaam dat rond een planeet draait.

Slide 4 - Quiz

Hoe komt het dat we seizoenen hebben hier bij ons?
A
Omdat de as van de aarde schuin staat en we in de winter verder van de zon afhellen dan in de zomer.
B
Dit heeft te maken met het feit dat de aarde rond haar eigen as draait in 24u en we dus overdag naar de zon gedraaid zijn en 's nachts in de schaduw liggen.

Slide 5 - Quiz

Hoe komt het dat we een dag en een nacht hebben hier bij ons?
A
Omdat de as van de aarde schuin staat en we in de zomer dichter bij de zon staan en in de winter verder er vanaf.
B
Dit heeft te maken met het feit dat de aarde rond haar eigen as draait in 24u en we dus overdag naar de zon gedraaid zijn en 's nachts in de schaduw liggen

Slide 6 - Quiz

Hoe heet de schuine stand van de aarde en hoeveel graden is de helling?
A
De elliptische baan 30,5 graden
B
De elliptische baan 23,5 graden
C
De axiale kanteling 30,5 graden
D
De axiale kanteling 23,5 graden

Slide 7 - Quiz

Hoe heet de baan die de aarde aflegt om de zon en in hoeveel tijd?
A
De elliptische baan 365 dagen
B
De elliptische baan 365 dagen en 6 uur
C
De elliptische baan 366 dagen en 6 uur
D
De axiale baan 365 dagen en 6 uur

Slide 8 - Quiz

Wanneer is het de langste dag van het jaar?
A
21 maart
B
21 juni
C
21 september
D
21 december

Slide 9 - Quiz

Wanneer is het de langste nacht van het jaar?
A
21 maart
B
21 juni
C
21 september
D
21 december

Slide 10 - Quiz

Wanneer duren dag en nacht even lang?
A
21 maart en 21 december
B
21 juni en 21 december
C
21 september en 21 maart
D
21 december en 21 september

Slide 11 - Quiz

Hoe meer uren licht hoe meer/minder warmte we van de zon ontvangen.
(Wat is juist?)
A
meer
B
minder

Slide 12 - Quiz

Sleep de data naar het juiste seizoen
winter
lente
zomer
herfst
21 juni
21 december
21 september
21 maart

Slide 13 - Drag question

Verbind!
De zon staat laag boven de horizon.
Ze geeft weinig licht, de dagen zijn kort.
Er is weinig verschil tussen de lengte van de dag en nacht. De temperatuur is zacht
De zon staat heel hoog aan de hemel en schijnt fel. Het is lang licht.
Lente
Winter
Zomer
Herfst

Slide 14 - Drag question

In welk tijdsperk kan je de invoering van het schrikkeljaar indelen?
A
Prehistorie
B
Oudheid
C
Middeleeuwen
D
De vroegmoderne tijd

Slide 15 - Quiz

In welk tijdsperk bracht Paus Gregorius XIII nog een verbetering aan?
A
Prehistorie
B
Oudheid
C
Middeleeuwen
D
De vroegmoderne tijd

Slide 16 - Quiz

Twee keer per dag wordt het strand groter of kleiner.
Wat gebeurt er bij eb?
A
Het strand wordt groter, het zeewater trekt terug.
B
Het strand wordt kleiner, het zeewater komt op.

Slide 17 - Quiz

Twee keer per dag wordt het strand groter of kleiner.
Wat gebeurt er bij vloed?
A
Het strand wordt groter, het zeewater trekt terug.
B
Het strand wordt kleiner, het zeewater komt op.

Slide 18 - Quiz

Eb en vloed noemt men de getijden. Ze ontstaan door de aantrekkingskracht van de maan en de zon.
Sleep de getijden onder de juiste foto.
eb
vloed

Slide 19 - Drag question

Vul aan: Een maan is een...
A
een enorme grote gasbol die licht en warmte uitstraalt.
B
een hemellichaam dat rond een ster draait.
C
een klein hemellichaam dat rond een planeet draait.

Slide 20 - Quiz

Wat is juist?
A
Bij een zonsverduistering staat de maan tussen de aarde en de zon.
B
Bij een zonsverduistering staat de aarde tussen de zon en de maan.

Slide 21 - Quiz

Wat is juist?
A
Bij een maansverduistering staat de maan tussen de aarde en de zon.
B
Bij een maansverduistering staat de aarde tussen de zon en de maan.

Slide 22 - Quiz

GO! DOELEN - Aardrijkskunde
Nieuw leerplan
AA.192 - 199

Slide 23 - Slide

GO! DOELEN - Tijd (oud leerplan)
3.4.5.29 Enkele historische feiten, personages, gebouwen, gebeurtenissen, toestanden …, uit de algemene geschiedenis (met nadruk op de geschiedenis van onze contreien binnen een Europese context) ordenen (chronologisch rangschikken en situeren) op een historische tijdband met 5 historische periodes: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, nieuwe tijden en onze tijd.
                                                                     ET MM 3.7

Slide 24 - Slide