OK Flex bijeenkomst 2 Mariel

Pedagogische handelen 2
Groep in beeld



Bijeenkomst 2


Mariël Hidding zij/haar
hidding.m@hsleiden.nl
1 / 47
next
Slide 1: Slide
PedagogiekHBOStudiejaar 2

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Pedagogische handelen 2
Groep in beeld



Bijeenkomst 2


Mariël Hidding zij/haar
hidding.m@hsleiden.nl

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Inhoud bijeenkomsten
  • Bijeenkomst 1; Kennismaken, LU, wat wil het oudere kind, het schoolteam & de leerkracht, pedagogisch partnerschap, groepsafspraken
  • Bijeenkomst 2; Terugblik, meetinstrumenten, onderwijsbehoeften
  • Bijeenkomst 3; Terugblik, groepsfasen, sociale competenties

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Terugblik

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

Het Pygmalion-effect/selffullfilling prophecy

Slide 5 - Slide

Piramide van Maslov

Slide 6 - Slide

Klassenmanagement

Slide 7 - Slide

Zelfdeterminatietheorie Deci & Ryan, basisbehoeften Stevens

Slide 8 - Slide

Hoge verwachtingen

Slide 9 - Slide

Groepsregels

Slide 10 - Slide

Pedagogisch partnerschap
methode en/of instrumenten op stage

Slide 11 - Mind map

Welke instrumenten gebruiken jullie om de sociaal emotionele ontwikkeling te volgen? 17.35-17.45

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Link

https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/sociale-veiligheid/instrumenten-monitoring-sociale-veiligheid

Slide 14 - Slide

Observaties, leerlingvolgsysteem, testen (gedrag), vragenlijsten (ouders, collega's, leerlingen, etc.) daar valt sociogram onder.
Wat is het verschil tussen waarnemen en observeren?

Slide 15 - Open question

Oberveren is doelgericht en systematisch
1. Observaties
'Het meten van gedrag is per definitie subjectief en niet zo 'hard' als het meten van het aantal woorden dat een leerling per minuut kan lezen. Het is daarom de leraar die (...) dat op grond van de algehele kennis over de leerling bepaalt of de uitslag van het meetmoment meer afwijkend is dan normaal gesproken mag worden verwacht.'

(Van Overveld, 2013)

Slide 16 - Slide

17.55-18.10
1. Observaties
3 manieren voor het observeren van gedrag: 
  1. narratief = volledige beschrijving van het gedrag (zo objectief mogelijk) 
  2. observatieschema = categorieën die het gedrag overzichtelijk weergeven (bijv. kruisjes hoe vaak of met wie) 
  3. beoordelingsschaal = om intensiteit te meten 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

1.1 Narratieve observatie
Joeri zit aandachtig te lezen, dan valt zijn potlood op de grond. Joeri wil het hebben en raapt het potlood op. Bas wordt hierdoor gestoord en zegt iets tegen Joeri. Joeri zegt boos iets terug. Bas lacht hem uit. Joeri staat op en pakt uit wraak het etui van Bas. Bas wil hem terug hebben. Joeri geeft hem niet terug. Hij gooit het etui op de kast. De leraar wordt boos en vraagt wat er gebeurt. Bas zegt op verongelijkte toon: ‘Hij gooit mijn etui weg.’ Joeri steekt zijn middelvinger op. Nu wordt de leraar boos en hij pakt Joeri hard vast. Joeri rukt zich los en rent kwaad de klas uit. 

Slide 18 - Slide

Haal de subjectieve delen eruit, schrijf ze op!
Narratieve observatie
Joeri zit aandachtig te lezen, dan valt zijn potlood op de grond. Joeri wil het hebben en raapt het potlood op. Bas wordt hierdoor gestoord en zegt iets tegen Joeri. Joeri zegt boos iets terug. Bas lacht hem uit. Joeri staat op en pakt uit wraak het etui van Bas. Bas wil hem terug hebben. Joeri geeft hem niet terug. Hij gooit het etui op de kast. De leraar wordt boos en vraagt wat er gebeurt. Bas zegt op verongelijkte toon: ‘Hij gooit mijn etui weg.’ Joeri steekt zijn middelvinger op. Nu wordt de leraar boos en hij pakt Joeri hard vast. Joeri rukt zich los en rent kwaad de klas uit. 

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Narratieve observatie
Joeri kijkt in zijn boek. Er valt een potlood op de grond. Joeri bukt en raapt het potlood op. De jongen achter hem (Bas) zegt iets. Joeri zegt wat terug. Bas lacht. Joeri staat op en pakt het etui van Bas. Bas steekt zijn hand uit. Joeri lacht hardop en gooit het etui op de kast. De leraar kijkt op en zegt: ‘Wat gebeurt daar?’ Bas zegt: ‘Hij gooit mijn etui weg’. Joeri schudt zijn hoofd en steekt zijn middelvinger op. De leraar loopt door de klas en pakt Joeri bij zijn arm. ‘Blijf van mijn arm,’ zegt Joeri en hij rent de klas uit.  

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

1.2. Observatieschema 
Chris
Jorien
Fleur
Achmed
leraar geeft een compliment
xxxx
xx
leraar maakt oogcontact
xx
x
leraar corrigeert verbaal 
x
xxxxx
x
xx
leraar corrigeert non-verbaal
xx
xxxxxx

Slide 21 - Slide

P. 167
Categorieën die gedrag overzichtelijk weergeven. Veel te vinden, maar kun je ook zelf ontwerpen.
 Obervatieschema
Zelf ontwerpen:
  • Selectiviteit
  • Ondubbelzinnigheid
  • Uitputtendheid
  • Uitsluitendheid
  • Gemak van waarneming

Slide 22 - Slide

Selectiviteit: bepaal weke gedragingen. je kunt niet alles zien

Ondubbelzinnigheid: Zo duidelijk/concreet mogelijk. Er mag GEEN interpretatie plaavinden

Uitputtendheid: al het gedrag moet opgenomen worden in schema. Tip: categorie 'overig gedrag' opnemen

Uitsluitendheid: geen overlap tussen categorieën

Gemak van waarneming: goed ontwerp draagt bij aan betrouwbaarheid meting
1.3. Beoordelingsschalen
veel
een beetje
geen van beiden
een beetje
veel 
kijkt naar het bord/leerkracht
x
kijkt om zich heen
reageert op vragen
x
reageert niet op vragen
is met eigen werk bezig
x
is met andere dingen bezig
stelt vragen
x
stelt geen vragen

Slide 23 - Slide

Meten van intensiteit: Mate van samenwerking in groepje, stemming in de klas. heftigheid van emotie. p. 167

Slide 24 - Video

Een drukke klas waar veel docenten moeite mee hebben. Samen of alleen: Kies narratief, kort observatieschemaatje of beoordelingsschaal van gedrag waar je op wilt letten. Kies leerkracht of leerlingen.

Slide 25 - Slide

2. Leerlingvolgsystemen

Slide 26 - Link

3. Testen

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

4.1 Sociogram
1. Met wie in de klas kun je goed samenwerken?
  1. Met wie in de klas kun je helemaal niet samenwerken?
  2.   Met wie in de klas wil je graag spelen?
  3.   Met wie in de klas wil je helemaal niet spelen?

Slide 28 - Slide

Momentopname: Neem het sociogram een paar maanden later weer af
18.10-18.15

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

kliekjes
meerdere kinderen kiezen voor elkaar 
  • gevaar: sub-groepjes

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

sterpositie
populaire kinderen 
  • gevaar: negatieve leiding pakken

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

slangrelatie
onderlinge affiniteit, maar niet wederzijds
  • kans: wederzijdse relaties van maken

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

paren
twee kinderen die voor elkaar kiezen
  • gevaar: afzonderen van de rest

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

marginalen
worden door niemand gekozen, buitengesloten
  • gevaar: zondebok, slachtoffer

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Buitengesloten / marginaal
Sterpositie
Paar

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Slangrelatie
Kliekje
Slangrelatie
Slangrelatie
Slangrelatie
Slangrelatie

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Waar moeten onderwijsbehoeften aan voldoen?
En hoe formuleer je ze?
  • Positief geformuleerd
  • Haalbaar
  • Gericht op actie
  • Concreet maar niet te!

Slide 41 - Slide

Positief geformuleerd
Haalbaar
Gericht op actie
Concreet maar niet te!
Zie leerpad en boek voor aanvulzinnen
Een onderwijsbehoefte bestaat uit twee delen:
  1. Welk doel streef je samen met een leerling na?
  2. Wat geeft de leerling aan nodig te hebben om dit doel te bereiken?



Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Onderwijsbehoeften groep

Slide 43 - Slide

Onderwijsbehoeften verwijzen naar datgene dat een leerling nodig heeft om een bepaald onderwijskundig doel te kunnen bereiken. 

Ze kunnen zowel didactisch als pedagogisch zijn. Deze leerling heeft spel nodig dat..... opdrachten nodig die.... een leraar nodig die....
Dan onderwijsbehoeften clusteren op groepsniveau. Wat hebben deze ll gemeen? Wat kun je bij ieder van hen gebruiken? bv. Ik heb een leraar nodig die mij technieken leert om bij negatieve emoties rustig en kalm te worden.

Zo wordt het haalbaar en beheersbaar.
Onderwijsbehoeften leerkracht
Als leraar wil ik bereiken dat … (doel).
Zelf doe ik al ….
Verder heb ik nodig:
attitude/houding die …
kennis/begrip van …
vaardigheden om …
materialen waarmee …
‘meer handen in de klas’ in de vorm van ...
feedback op …
collega’s, intern begeleider, mentor, zorgcoördinator of leidinggevende die …
observeren hoe collega … lesgeeft aan …
coaching of co-teaching bij …
ouders die …
begeleider die …
etc.











Slide 44 - Slide

Zie leerpad!

Wat doe ik al en doe ik dit goed?
Wat doe ik al en gaat nog niet goed?
Wat doe ik nog niet en wil ik ook niet doen?
Wat doe ik nog niet maar wil ik wel gaan doen?
Vanuit de antwoorden actiepunten formuleren en deze zijn jouw ondersteuningsbehoeften.

Volgende week
  • Terugblik, groepsfasen, sociale emotioneel leren (SEL)
  • Opdracht: Lees alvast door welke groepsfasen er zijn

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Hier wil ik nog meer over weten:

Slide 46 - Open question

This item has no instructions

Slide 47 - Slide

This item has no instructions