Thema fiets les 1 fietsverlichting 2021

Techniek


Thema fiets
les 1 fietsverlichting

1 / 25
next
Slide 1: Slide
TechniekMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 1,2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 180 min

Items in this lesson

Techniek


Thema fiets
les 1 fietsverlichting

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Inleiding
In deze les krijg je kennis over fietsverlichting. Je weet hoe je de verlichting kan aansluiten en kleine stroringen kan verhelpen. Dit doe je niet alleen maar samen met een klasgenoot. Je moet dus ook leren samen werken en samen naar oplossingen proberen te zoeken dat noemen we werken aan competenties.  Lees eerst de les goed door en maak vervolgens de theorieles en daarna de praktijkles.  Als je klaar bent, vul je de reflectie vragen in. Bij deze les horen ook toegepaste rekenvragen. Met deze rekenvragen krijg je inzicht wat het kost als je de werkzaamheden door een ander zal laten uitvoeren of wat het je bespaart als je het zelf kan.  

Slide 3 - Slide

Doelstellingen

Tijdens deze les ga je het volgde leren:

• Je weet hoe stroom kan worden opgewerkt voor fietsverlichting 
• Je kan een stroomkring maken 
• Je kan verlichting aansluiten 
• Je kan een lampentest uitvoeren 
• Weet een storing te verhelpen 
• Je kan het toegepaste gereedschappen benoemen en gebruiken  

Slide 4 - Slide

Competenties
Aan deze competenties ga je werken:
• K 2.3 Hoe goed kan je samenwerken 
• K 2.9 Hoe zet je materialen en middelen in 
• K 2.16 Instructies en procedures opvolgen 
 

Slide 5 - Slide

Wat weet je al over
fietsverlichting?

Slide 6 - Mind map

Wat weet je al over
fietsverlichting?

Slide 7 - Mind map

Wat weet je al over
fietsverlichting?

Slide 8 - Mind map

Fietsverlichting theorie
Om veilig aan het verkeer te kunnen deelnemen moet je zorgen dat je goed zichtbaar bent voor andere weggebruikers. Hiervoor heb je deugdelijke fietsverlichting en reflectoren nodig. Hiervoor heb je dus nodig een koplamp, achterlicht, reflector voor achter op je fiets en reflectoren in je wiel of op je buitenband. Hierdoor kunnen weggebruikers jou in het donker goed zien. Wit licht is voor de voorkant en roodlicht voor de achterkant. Dan kan iedereen goed zien welk richting je op fietst. Al deze onderdelen moeten goed vast zitten aan je fiets en mogen niet knipperen om andere weggebruikers in de war te brengen.
koplamp
dynamo
achterlicht

Slide 9 - Slide

Door het rond draaien van het wieltje aan de dynamo wordt stroom opgewekt. De dynamo is dus de spanningsbron. Vanaf de dynamo gaat de stroom door een draadje naar de koplamp. Via de andere draad gaat de stroom naar het achter licht. Via het metalen frame van de fiets gaat de stroom weer terug naar de dynamo. Je hebt nu een stroomkring gemaakt. De dynamo is de + en het frame is de -  Op de volgde slide zie je een video hoe dit werkt.
De Dynamo

Slide 10 - Slide

0

Slide 11 - Video

Om een stroomkring te kunnen tekenen gebruiken we symbolen. Dit is makkelijker dan een plaatje te tekenen.
symbool lamp
symbool dynamo

Slide 12 - Slide

Sleep het juiste symbool naar het juiste plaatje

Slide 13 - Drag question

Sleep de symbool op de juiste plek in de stroom kring, niet in alle hokjes hoort een symbool te staan
voorkant van de fiets
achterkant van de fiets
afbeelding van een stroomkring van een fiets

Slide 14 - Drag question

De elektriciteit moet vanaf de dynamo naar de koplamp en achterlicht. Dit gebeurt via de elektradraden. In deze draad zit materiaal dat elektriciteit goed geleid, van dynamo naar lichtpunt. In een elektra draad is dat koper. De buitenkant is van kunststof gemaakt, dit geleidt de stroom slecht. Dit noemen we dan een isolator.  
Na dat de koplamp en achterlicht gaat branden gaat de stroom via het fietsframe weer terug naar de dynamo. Het frame is dus de – word ook wel massa genoemd. Als er wat roest ontstaat tussen de lampen en frame is de massa verstoord waardoor je fietslamp niet gaat branden. Omdat er laagspanning door het frame gaat voelen wij dit niet. Laagspanning is stroom dat lager is dan 42 V en bij fiets verlichting is dit 6V
Geleiding van elektriciteit

Slide 15 - Slide

Geleiden van elektriciteit betekend dat er WEL/GEEN stroom door het materiaal gaat.
A
wel
B
geen

Slide 16 - Quiz

Isolatiemateriaal geleid WEL/GEEN elektriciteit.
A
wel
B
geen

Slide 17 - Quiz

De elektriciteitsdraad vanaf de dynamo naar de koplamp geleid WEL/GEEN elektriciteit.
A
wel
B
geen

Slide 18 - Quiz

Het fietsframe geleid de stroom WEL/GEEN STROOM terug naar de dynamo.
A
wel
B
geen stroom

Slide 19 - Quiz

Als er roest tussen de koplamp en het frame zit, geleid de stroom WEL/NIET terug naar de dynamo.
A
wel
B
niet

Slide 20 - Quiz

Bedenk nog eens 3 punten waardoor een fietslamp niet kan branden?

Slide 21 - Open question

A
B
C
D
Demonteren 
Het losmaken van de onderdelen. 
Dynamo 
Dit onderdeel wekt stroom op om bijvoorbeeld een lamp te kunnen laten branden 
E
E10 
Is een voorbeeld van de maat van de lampvoet. Je hebt ook bijvoorbeeld E27 of Gu10 
F
Begrippenlijst

Slide 22 - Slide

G
Geleiding 
Doorlaten/ doorgeven, bijvoorbeeld stoom door een stroomdraad van de ene naar de andere kant van de draad 
H
I
Isolator 
Afsluiting, bijvoorbeeld dat de stroom niet door het kunststof materiaal van een stroomdaad komt. Voor komt een stroom schok 
J
K
Koper 
Is een metaal dat bijvoorbeeld in een stroomdraad zit 
L
Lampetester 
Met dit apparaatje kan je controleren of de lamp niet stuk is. Je hoort een pieptoon en er gaat een controlelampje branden. De lamp zelf gat niet branden  
Lamphouder 
Ook wel fitting genoemd. Hierin zit een lamp in vast gedraaid 
M
Massa 
Is de nul-lijn van stroom zeg maar de – pool  
Monteren 
Het vast maken van onderdelen. 

Slide 23 - Slide

N
O
P
Q
R
Reflector 
Weerkaats de licht stralen die hierop schijnen zodat je de ander nog beter in het donker kan zien 
S
Spanningzoeker 
Met dit gereedschap kan je zien op welk onderdeel stroom staat. Er gaat in de schroevendraaier dan een lampje branden 
Strippen 
Weghalen van de rubber buitenmantel van het stroomdraadje. 
T
U

Slide 24 - Slide

V
W
X
Y
Z
Zichtbaar 
Dat je iets goed kan zien bijvoorbeeld in het donker 

Slide 25 - Slide