H7 Eten | 7.4 Voedsel verteren

H7 Eten | 7.4 Voedsel verteren
1 / 15
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

H7 Eten | 7.4 Voedsel verteren

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen hoe je voedsel wordt verteerd.
  • Je kunt uitleggen hoe enzymen werken.
  • Je kunt beschrijven hoe het voedsel door het verteringsstelsel gaat.
  • Je kunt beschrijven waar vertering in je lichaam gebeurt.
  • Je kunt uitleggen hoe de voedingsstoffen in je bloed komen.
  • Je kunt uitleggen wat er na de vertering met voedselresten gebeurt.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Theorie
Verteren = het kleiner maken van voedsel. 
Voedingsstoffen die direct kunnen worden opgenomen in het bloed:
Glucose, mineralen, vitaminen en water

Voedingsstoffen die moeten worden verteerd voordat deze kunnen
worden opgenomen in het bloed zijn:
Eiwitten, koolhydraten (zetmeel en suikers) en vetten.

De vertering gebeurt met behulp van verteringssappen.
De verteringsklieren bij de mens:
speekselklieren, maagsapklieren, lever, alvleesklier en de 
darmsapklieren. 
 

Slide 4 - Slide

Theorie
Darmperistaltiek door middel van lengtespieren en 
kringspieren

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Hier gaat voedsel langs
Hier wordt voedsel verteerd

Slide 7 - Slide

Theorie













De speekselklieren maken speeksel, dit bestaat uit: water, slijm en enzymen (verteert koolhydraten)

Slide 8 - Slide

Theorie









Lever -> galblaas -> gal (emulgeert vet)
Alvleesklier -> alvleessap (verteert eiwitten, koolhydraten en vetten)

Slide 9 - Slide

Theorie
De twaalvingerige darm:
 
  • Begin dunne darm
  • Wordt toegevoegd aan de 12-vingerige darm:
Gal (gemaakt in lever) en alvleessap (gemaakt in 
alvleesklier)

Slide 10 - Slide

Theorie
  • Lever produceert gal, wordt bewaart in galblaas
  • Emulgeren van vetten --> oppervlakte vergroting

Waarom is gal nodig, als alvleessap vetten verteerd? 
Alvleessap kan pas vetten verteren als ze in kleine druppels zijn omgezet 
door gal. 
Gal is geen verteringssap!!! Het is een hulpstof.

Slide 11 - Slide

Theorie
Alvleesklier: produceert alvleessap, vertering van:
  • eiwitten, vetten en koolhydraten (zetmeel en suikers)

Slide 12 - Slide

Theorie
Oppervlaktevergroting!
Door alle plooien en vlokken is 
het oppervlak van de dunne 
darmwand 200m2!!!!

Opname van voedingsstoffen vindt
plaats in de dunne darm. 
Dit kan via de haarvaten 
(bloedvaten die zo dun als haar 
zijn). 

Slide 13 - Slide

Theorie
Dikke darm -> onttrekt een groot deel van het water aan de brij. In de brij zitten nog onverteerde stoffen, denk aan voedingsvezels

In je dikke darm leven heel veel verschillende bacteriën die die onverteerde stoffen afbreken. Hierdoor ontstaan stinkende gassen. Alle bacteriën samen in je dikke darm noem je je darmflora

Endeldarm -> hier komt de ingedikte voedselbrij (ontlasting) terecht waarna het via de anus het lichaam verlaat.

Slide 14 - Slide

Reflectie
Beheers ik alle leerdoelen? 
  • Je kunt uitleggen hoe je voedsel wordt verteerd.
  • Je kunt uitleggen hoe enzymen werken.
  • Je kunt beschrijven hoe het voedsel door het verteringsstelsel gaat.
  • Je kunt beschrijven waar vertering in je lichaam gebeurt.
  • Je kunt uitleggen hoe de voedingsstoffen in je bloed komen.
  • Je kunt uitleggen wat er na de vertering met voedselresten gebeurt.


Slide 15 - Slide