Marketing plaats & distributiebeleid OH25

timer
3:00
Op welke punten zou jij letten bij de keuze van een vestigingsplaats voor jouw opslag (magazijn), kantoor, hotel/restaurant of winkel?
Bedenk minimaal vijf punten.
1 / 42
next
Slide 1: Mind map
HandelMBOStudiejaar 4

This lesson contains 42 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

timer
3:00
Op welke punten zou jij letten bij de keuze van een vestigingsplaats voor jouw opslag (magazijn), kantoor, hotel/restaurant of winkel?
Bedenk minimaal vijf punten.

Slide 1 - Mind map

H5 Plaats/distributiebeleid:
examentermen
- kenmerken en voorbeelden van bewegingen in de bedrijfskolom
-kenmerken en voorbeelden van de schakels in een klassieke bedrijfskolom
- kenmerken en voorbeelden van een supply chain
 - kenmerken en voorbeelden van distributie-/verkoopkanaal

Slide 2 - Slide

1

Slide 3 - Video

03:22
1 Welke verkoopkanalen gebruiken deze ondernemers?
2 Wat vinden deze ondernemers belangrijk bij de keuze van een locatie?
timer
3:00

Slide 4 - Open question

Lees  H5.1  (blz 134) er volgen vragen...
timer
5:00

Slide 5 - Slide

Maak opdracht 2 in duo's ..
timer
5:00

Slide 6 - Slide

In de bedrijfskolom gaat de goederenstroom
A
van boven naar beneden
B
van beneden naar boven
C
twee kanten op

Slide 7 - Quiz

In de bedrijfskolom gaat de informatiestroom
A
Alleen van boven naar beneden
B
Twee kanten op
C
Alleen van beneden naar boven

Slide 8 - Quiz

Lees H5.2 en maak opdr 3 in duo
timer
6:00

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Lees H5.3  & maak opdr 4
timer
7:00

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

Klant koopt in winkel
Klant koopt in winkel en online
klant bestelt online en haalt ze op in de winkel
klant gebruikt al de kanalen door elkaar
Monochanneling
Crosschanneling
Multichanneling
Omnichanneling

Slide 16 - Drag question

Lees H5.4 
timer
7:00

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

De tussenhandel zorgt voor overbrugging van.....
A
Plaats, volume, kwaliteit en prijs
B
Plaats, volume, kwaliteit en kennis
C
Service, prijs, kwaliteit en kennis
D
Plaats, volume, service en kennis

Slide 23 - Quiz

Welke bewering is juist over "manier van levering"?
A
Indirecte distributie altijd via groothandel
B
Directe distributie soms via groothandel
C
Indirecte distributie soms via groothandel
D
Directe distributie altijd via groothandel

Slide 24 - Quiz

Bij welke verandering in de bedrijfskolom komt er een schakel bij?
A
Voorwaartse integratie
B
Achterwaartse integratie
C
Differentiatie
D
Parallellisatie

Slide 25 - Quiz

Een bakker besluit alle bijproducten uit zijn assortiment te halen en voortaan alleen nog maar brood te verkopen. Dit is een vorm van:
A
Voorwaartse integratie
B
Achterwaartse integratie
C
Specialisatie
D
Parallellisatie

Slide 26 - Quiz

Om merkvoorkeur te realiseren richt een fabrikant zich via reclame en verkoopacties rechtstreeks tot de consument

Van welke strategie is dit een beschrijving?
A
Pull strategie
B
Push strategie

Slide 27 - Quiz

Een fabrikant bewerkt detaillisten met kortingen en bonussen. Hiermee stimuleert hij hen om zijn producten in het assortiment op te nemen.

Welke strategie wordt hier toegepast?

A
Pull strategie
B
Selling-in
C
Push strategie
D
Selling-out

Slide 28 - Quiz

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Maak H5.4 opdr. 5
timer
7:00

Slide 36 - Slide

Een producent van groenten in blik heeft besloten een aantal kleine detaillisten voortaan niet meer rechtstreeks te leveren, maar via de groothandel.

Van welke beweging in de bedrijfskolom is hier sprake?
A
Differentiatie
B
Integratie
C
Parallellisatie
D
Specialisatie

Slide 37 - Quiz

Een winkel die alleen meubels verkoopt, gaat nu ook vloerbedekking en lampen aanbieden.

Van welke beweging in de bedrijfstak is hier sprake?



A
Differentiatie
B
Integratie
C
Parallellisatie
D
Specialisatie

Slide 38 - Quiz

Een producent van tuinmeubels levert per provincie in Nederland alleen aan de vijf grootste winkels qua oppervlakte.

Van welke distributiestrategie is hier sprake?

A
Exclusieve distributie
B
Intensieve distributie
C
Selectieve distributie

Slide 39 - Quiz

Een producent van chips en pinda’s streeft naar maximale verkrijgbaarheid van zijn merk. Inmiddels heeft ruim de helft van de Nederlandse supermarkten dit merk in het assortiment opgenomen.

Van welke distributiestrategie is hier sprake?


A
Exclusieve distributie
B
Intensieve distributie
C
Selectieve distributie

Slide 40 - Quiz

Heb nog vragen?
Weten wij alles nog?

Slide 41 - Slide

5

Slide 42 - Slide