extra oefening werkwoorden thema Ruzie

Thema Ruzie
een extra oefening met de werkwoorden van dit thema
1 / 27
next
Slide 1: Slide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Thema Ruzie
een extra oefening met de werkwoorden van dit thema

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
Ik kan de regelmatige werkwoorden van thema ' ruzie' in de verleden tijd schrijven.

Ik pas de regel van ' softketchup' correct toe. 

Slide 2 - Slide

Thema ruzie  
de  regelmatige werkwoorden

accepteren
duwen
gillen
negeren
oplossen
roddelen






schreeuwen
uitlachen
pesten
ruziemaken
goedmaken



Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Thema ruzie 
de  onregelmatige werkwoorden



goedkomen
opkomen voor
slaan
uitschelden
vergeten

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Verleden tijd regelmatige werkwoorden
Hoe doe je dat ook al weer?


Slide 8 - Slide

Sofketchup
ja!
-te/ -ten
ge + -t
nee!
-de/ -den
ge + -d
1. - en
2. laatste letter?
let op!
lange klank.  --> leren --> ik leer
korte klank --> passen  --> ik pas

Slide 9 - Slide

Ik .... jouw gedrag niet.

(accepteren)
A
accepteerte
B
accepteerde
C
accepterde
D
accepteerden

Slide 10 - Quiz

Ik heb jouw gedrag niet ..........

(accepteren)
A
geaccepteert
B
geaccepteerd
C
geaccepterd
D
geacceptert

Slide 11 - Quiz

De jongen ....... mij gisteren.

(pesten)
A
peste
B
pesten
C
pestde
D
pestte

Slide 12 - Quiz

De jongen heeft mij gisteren ........ .

(pesten)
A
gepest
B
gepesten
C
gepestd
D
gepestt

Slide 13 - Quiz

Vul in.

Hij .....het meisje gisteren.
(duwen)

Slide 14 - Open question

Vul in.

Hij heeft het meisje gisteren.........
(duwen)

Slide 15 - Open question

Vul in. (verleden tijd)

De kinderen ...... heel hard.
(gillen)

Slide 16 - Open question

Vul in. (verleden tijd)

De kinderen hebben heel hard.......
(gillen)

Slide 17 - Open question

De groep heeft het meisje ......
(negeren)
A
genegeerd
B
genegerd
C
genegeert
D
genegert

Slide 18 - Quiz

Vul in. (verleden tijd)

De collega's ..... veel over elkaar.

(roddelen)
A
roddelden
B
roddelten
C
roddelde
D
roddelte

Slide 19 - Quiz

Vul in . (verleden tijd)
De meisjes maakten ruzie en ze ...... hard.

(schreeuwen)

Slide 20 - Open question

Scheidbare werkwoorden 
oplossen --> op + lossen  

Ik los het probleem op . 
Ik loste het probeem op.   
Ik heb het probleem opgelost.
uitlachen --> uit + lachen 

Hij lacht de jongen  uit . 
Hij lachte de jongen uit .  
Hij heeft de jongen uitgelachen.
ruziemaken --> ruzie + maken  

Ik maak ruzie  met mijn broer.
Ik maakte ruzie met mijn broer.
Ik heb met mijn broer ruziegemaakt.
goedmaken --> goed + maken  

We maken het goed. 
We maakten het goed. 
We hebben het goedgemaakt.

Slide 21 - Slide

Vul in. (verleden tijd)

We ......... het probleem ....

(oplossen)
A
loste op
B
losten op
C
lostten op
D
loosten op

Slide 22 - Quiz

Vul in . (verleden tijd)
Jona had veel verdriet, want zijn vrienden ..... hem ......
(uitlachen)

Slide 23 - Open question

Vul in . (verleden tijd)
Sam en Joris ............... .........., want ze waren erg boos op elkaar.

(ruziemaken)

Slide 24 - Open question

Vul in . (verleden tijd)
Ik was niet aardig tegen je, maar ik heb het ............

(goedmaken)

Slide 25 - Open question

Ik kan de regelmatige werkwoorden van het thema ruzie schrijven in de verleden tijd.
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll

De onregelmatige 
werkwoorden
goedkomen
Het komt goed.
Het kwam goed.
Het is goedgekomen.
opkomen voor
Hij komt op voor zijn mening.
Hij kwam op voor zijn mening.
Hij is voor zijn mening opgekomen.
slaan
Hij slaat met zijn vuist op tafel.
Hij sloeg met zijn vuist op tafel.
Hij heeft met zijn vuist op tafel geslagen.
uitschelden
Hij scheldt zijn zus nooit uit.  
Hij schold zijn zus nooit uit.  
Hij heeft zijn zus nooit uitgescholden.
vergeten
Hij vergeet zijn boek.
Hij vergat zijn boek.
Hij is zijn boek vergeten.

Slide 27 - Slide